Home + Studiecentrum + Thema's + Wieg van Flevoland
In 1849 publiceerde ir B.P.G. van Diggelen een voorstel tot droogmaking van de Zuiderzee. Hij had in 1842 al een plan gemaakt voor de verbetering van de vaarroute door het Zwolsche Diep dat in 1847 was uitgevoerd.
Twee leidammen werden in het Zwolsche Diep aangelegd. Aan het hoofd van de zuidelijke dam werd een heuvel opgeworpen. Deze werd voorzien van een lichtwachterswoning en een haventje, en kreeg de naam Kraggenburg.
Het Plan-Van Diggelen voorzag in de bedijking van de gehele Zuiderzee, de Friese Wadden en de Lauwerszee. Alleen de zeegaten Texelstroom en Vliestroom bleven buiten de bedijking.
Voor de afwatering van de IJssel waren twee stroombanen bedacht. Deze stonden via sluizen op de oostpunt van Terschelling en bij Petten in verbinding met de Noordzee. Voor de scheepvaart werd voorzien in een stelsel van uitwaterings- en scheepvaartkanalen. Realisering van het plan zou 550.000 hectare nieuw land opleveren en 326 miljoen gulden kosten.
Het Plan-Van Diggelen kreeg lange tijd geen aandacht. Dit veranderde toen stormen voor hoge waterstanden zorgden en de mening van Thorbecke over de droogmaking van de Zuiderzee werd gevraagd.
Vorige: Kloppenburg
Volgende: Thorbecke