Home + Studiecentrum + Thema's + Wieg van Flevoland
In de jaren 1870-1873 verbeterde ir T.J. Stieltjes het Plan-Beijerinck voor de droogmaking van het zuidelijke deel van de Zuiderzee. Het Plan-Stieltjes omvatte bredere boezemkanalen voor de afwatering en de aanleg van een groot polderkanaal van het IJ naar de Ketel (de zuidelijke IJsselmonding). Het ontwerp zou 195.000 hectare land opleveren en 140 miljoen gulden kosten. Een Staatscommissie onder leiding van mr G. de Vries Azn oordeelde in 1873 dat het Ontwerp-Stieltjes niet winstgevend was.
Vanwege het algemene belang was de Staatscommissie wel van mening dat de regering de gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee aan particulieren kon overlaten.
De Maatschap tot Droogmaking van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee wilde het Plan-Stieltjes uitvoeren. Om de droogmaking tot een winstgevende zaak te maken, vroeg de Maatschap de regering in 1873 om een financiële bijdrage van 250 gulden per hectare. Dit zou neerkomen op een rijkssubsidie van in totaal 44 miljoen gulden. De regering weigerde. Omdat de Maatschap tussentijds failliet kon gaan, meende de regering dat de Staat de droogmaking van de Zuiderzee ter hand moest nemen. Dit leidde tot een nieuw plan, namelijk dat van Leemans.
Vorige: Beijerinck
Volgende: Leemans