Home + Studiecentrum + Thema's + Wieg van Flevoland
In 1884 schreef Buma een brief aan mr P.J.G. van Diggelen, de zoon van B.P.G. van Diggelen. De jonge Van Diggelen stemde in met het voorstel van Buma om eerst de mogelijkheden tot afsluiting en inpoldering van de gehele Zuiderzee te onderzoeken. Pas daarna zou deze kwestie opnieuw in het parlement aan de orde kunnen worden gesteld.
Op initiatief van Buma en Van Diggelen werd op 4 januari 1886 de Zuiderzeevereeniging opgericht. De statuten van de Zuiderzeevereeniging werden goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 16 augustus 1886. De Zuiderzeevereeniging stelde zich ten doel op eigen kosten het te
“doen instellen van een volledig en grondig (technisch en finantieel) onderzoek of en zoo ja, naar de wijze waarop en de middelen waardoor eene afsluiting (mede ter voorbereiding eener latere geleidelijke drooglegging) van de geheele Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerszee, wenschelijk en uitvoerbaar is”.
Met de oprichting van de Zuiderzeevereeniging was een eerste stap gezet in de totstandkoming van de provincie Flevoland. Buma werd voorzitter en Van Diggelen ondervoorzitter van het Dagelijks Bestuur van de Zuiderzeevereeniging. Secretaris werd H.C. van der Houven van Oordt, lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland. De Amsterdamse bankier A.C. Wertheim zou als penningmeester optreden. Het onderzoek vond plaats onder leiding van ir C. Lely.