Home + Studiecentrum + Thema's + Wieg van Flevoland

Beijerinck

In 1866 stelde ir J.A. Beijerinck in opdracht van de Nederlandsche Maatschappij voor Grond-Krediet een plan op voor de indijking, droogmaking en het in cultuur brengen van het zuidelijke gedeelte der Zuiderzee. Onderdeel van het Plan-Beijerinck was de aanleg van een veertig kilometer lange afsluitdijk van Enkhuizen, via Urk, naar de Ketel (de zuidelijke IJsselmonding).

ir J.A. BeijerinckPlan BeijerinckPlan-Beijerinck

Het zuidelijke deel van de Zuiderzee zou met behulp van stoomwerktuigen worden drooggemaakt. Dit zou 195.000 hectare grond opleveren en ruim 106 miljoen gulden kosten.

De Nederlandsche Maatschappij voor Grond-Krediet verzocht de regering een concessie te verlenen voor de uitvoering van het Plan-Beijerinck. De regering legde het plan voor aan de Raad van Waterstaat. In 1868 oordeelde de Raad van Waterstaat dat aan de droogmaking van de Zuiderzee voordelen waren verbonden, maar dat deze onderneming geen financieel voordeel zou opleveren. Een concessie zou misschien wel worden verleend, als er voor de droogmaking van de Zuiderzee een beter plan zou worden ingediend. Deze werd opgesteld door Stieltjes.


Vorige: Nederlandsche maatschappij voor Gront-Krediet Volgende: Stieltjes