Home + Studiecentrum + Thema's + Roel van Duin
Roel van Duin als directeur van de RIJP, 6 maart 1978 (foto J.U. Potuyt)
Werkbezoek van drs Neelie Smit-Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat. De minister en Roel van Duin in een helikopter voor een rondvlucht boven Flevoland, 1 juni 1983 (foto J.U. Potuyt).
Koninklijk Besluit van 16 januari 1976 waarbij Roel van Duin tot directeur van de RIJP werd benoemd.
Op 1 februari 1976 verliet dr ir Wil Otto de polders. Otto was directeur van de RIJP en landdrost van het openbaar lichaam “Zuidelijke IJsselmeerpolders”. Deze personele unie werd na het vertrek van Otto niet voortgezet. Roel van Duin volgde hem per 1 februari 1976 op als directeur van de RIJP (foto: benoemingsbesluit van 16 januari 1967) en per 1 augustus 1976 werd voormalig wethouder van Amsterdam Han Lammers landdrost van de Zuidelijke IJsselmeerpolders.
Begin jaren zeventig waren de voorbereidingen van de inrichting en sociaal-economische opbouw van het stedelijke en landelijke gebied in Zuidelijk Flevoland in volle gang. Als integraal inrichtingsontwerp was Zuidelijk Flevoland het paradepaardje van Roel van Duin. Zo legde hij mede de basis voor Almere. Omdat moeilijk te voorspellen was hoeveel inwoners Almere in de nabije toekomst zou krijgen, bedacht hij dat de stad meerdere kernen moest krijgen. Voorts was hij van mening dat Almere veel groen (foto: Aanvang van de eerste aanplant in het recreatiepark Pampushout bij Almere, 14 april 1978 (foto J.U. Potuyt). Van links naar rechts: Dirk Frieling, Roel van Duin en Klaas van Aalderen (respectievelijk adjunct-directeur, directeur en plaatsvervangend directeur van de RIJP) op de plantmachine) moest krijgen, want dit zou de stad structuur geven. Zeewolde zou een meer agrarisch karakter krijgen.
In 1976 brak er voor Roel van Duin een ongemakkelijke periode aan. Hij lag voortdurend in de clinch met landdrost Lammers. Lammers had de opdracht gekregen zo spoedig mogelijk normale bestuurlijke verhoudingen in Zuidelijk Flevoland tot stand te brengen en was bezig met het opbouwen van een gemeentelijk apparaat in Almere. Hij wilde de zeggenschap over de ruimtelijke ordening van het gebied bij de RIJP weghalen en in handen leggen van de nieuwe burgers van de polders. Voorts had Roel van Duin te maken met de stroperige besluitvorming van de rijksoverheid over de Markerwaard. De Houtribdijk (foto: Openstelling voor het verkeer van de Houtribdijk (Enkhuizen-Lelystad) door ZKH Prins Claus. Prins Claus tijdens het aansnijden van de taart. Minister van Verkeer en Waterstaat drs Tjerk Westerterp en Roel van Duin kijken toe, 14 december 1976 (foto J.U. Potuyt)) tussen Enkhuizen en Lelystad kwam eind 1976 gereed. Een besluit over de aanleg van de Markerwaard werd echter voortdurend uitgesteld, ondanks de inspanningen van de upl-ers (foto: Demonstratie van uitvoerend personeel landinrichting (upl) voor de aanleg van de Markerwaard, 6 april 1984 (foto J.U. Potuyt), het niet-ambtelijk personeel van de RIJP.
Het was uiteindelijk de bezuinigingsdrift van de regering waarom de RIJP in 1986 werd ‘heroverwogen' en vervolgens werd opgeheven. Om de kennis en ervaring van deze overheidsdienst niet verloren te laten gaan, was al in 1985 besloten de RIJP en de Directie van Zuiderzeewerken van Rijkswaterstaat, die in het verleden als zelfstandige dienst verantwoordelijk was voor de aanleg van dijken en de gemalen, op te laten gaan in één regionale directie van Rijkswaterstaat voor het IJsselmeergebied. Roel van Duin werd hiermee persoonlijk als interim-manager belast. Hij was zeer begaan met de upl-ers.
Toen Roel van Duin op 6 april 1989 zijn actieve loopbaan beëindigde, liet minister van Verkeer en Waterstaat mw.drs. Neelie Smit-Kroes zich bijzonder lovend over hem uit. Hij was er immers in geslaagd duidelijk zijn stempel te drukken op de inrichting van Flevoland, de provincie die in 1986 was ingesteld. Maar de RIJP bestond toen al niet meer; die was per 1 januari 1989 opgegaan in de Directie Flevoland van Rijkswaterstaat.
Vorige: Dienst RIJP
Volgende: Persoon