Home + Studiecentrum + Thema's + Roel van Duin
Op 1 mei 1964 werd Roel van Duin hoofd van de Landbouwkundige Afdeling van de RIJP. Twee van zijn voorgangers waren (midden) ir Chris van Steen (1940-1963) en (links) ir Berend Prummel (1963-1964).
Het meest bekende voorbeeld van natuurbouw werd de Oostvaardersplassen, een natuurgebied in Zuidelijk Flevoland dat sinds 1986 staatsnatuurmonument is, 24 oktober 1984 (foto D.J. Huizinga).
Ambtenaren van de RIJP laten zich in de Brugzaal (destijds achter de vestiging van Albert Heijn in het Lelycentre) door Frank van Klingeren (links vooraan) voorlichten over het in Lelystad te bouwen gemeenschapscentrum De Agora, 14 oktober 1969.
Per 1 december 1963 trad Roel van Duin als hoofdinspecteur A in dienst van de RIJP. Een half jaar later, per 1 mei 1964, werd hij benoemd tot hoofd van de Landbouwkundige Afdeling van de RIJP. Hij kreeg hiermee de leiding over een Cultuurtechnische en een Wetenschappelijke Afdeling. Praktijk en onderzoek waren gericht op het herscheppen van kale moddervlakten in landelijke woon-, werk- en leefgebieden.
Traditioneel was het hoofd van de Landbouwkundige Afdeling verantwoordelijk voor het geschikt maken van de drooggevallen gronden voor met name agrarisch gebruik. Maar met de komst van Roel van Duin werden geleidelijk aan de accenten verlegd. Roel van Duin meende dat cultuurtechniek zich niet langer alleen moest bezighouden met het agrarisch gebruik van het platteland. Cultuurtechnische ingrepen waren evenzeer van toepassing op andere vormen van grondgebruik. Dit was ook de kern van de inaugurele rede Boeren, burgers en buitenlui die Roel van Duin op 28 april 1966 hield vanwege zijn benoeming tot buitengewoon hoogleraar Cultuurtechniek aan de Landbouwhogeschool te Wageningen. Hij introduceerde toen ook de term natuurbouw.
Om aan te geven dat de cultuurtechnische werkzaamheden een veel bredere inhoud hadden gekregen, veranderde Roel van Duin in 1968 de naam Landbouwkundige Hoofdafdeling in Hoofdafdeling Cultuurtechniek en Recreatie. Het platteland van Oostelijk Flevoland zou ook voor de niet-agrarische bevolking aantrekkelijk worden gemaakt. Zo zou men er ook moeten kunnen recreëren (foto: Op 24 mei 1968 werd het eerste gedeelte van het toeristische rijwielpad (Flevoroute) in het Roggebotsebos in gebruik genomen (foto J.U. Potuyt). Na het doorknippen van het lint door Leni van Duin werd de route door een aantal directieleden en genodigden gereden). De recreatieve inrichting van de IJsselmeerpolders was nieuw en Roel van Duin maakte in dit verband dankbaar gebruik van onderzoek dat door zijn Wageningse studenten (foto: aanleg van een fietspad langs de Hoge Vaart, 10 september 1974 (foto J.U. Potuyt)) in de polder werd verricht.
Ook de Landbouwhogeschool profiteerde hiervan, want via Roel van Duin konden nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen onmiddellijk worden opgepikt, in zowel de theorie als de praktijk van de cultuurtechniek.
De aandacht van Roel van Duin ging uiteraard ook uit naar Lelystad, dat onder andere werd gebouwd om de overloop uit de noordelijke Randstad op te vangen. Om in de stad een aantrekkelijk woon- en werkklimaat te scheppen kwamen er vele recreatieve voorzieningen, zoals tennisvelden, zwembaden en maneges. Ook de woonhuizen moesten comfortabel zijn. Hij was bijzonder gecharmeerd van het gemeenschapscentrum De Agora. Het basisontwerp was afkomstig van architect Frank van Klingeren die ook De Meerpaal in Dronten had ontworpen.
Vorige: Cultuurtechnicus
Volgende: Hoofd RIJP