Home + Studiecentrum + Themas + Nagele

Nagele - Stedenbouw

Dorp op nieuw land

Nagele ligt in de Noordoostpolder, ten zuiden van Emmeloord tussen Urk en Ens. Het ontwerp en de bouw van Nagele (1946-1964) zijn belangrijk in de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Het dorp ligt op de bodem van de voormalige Zuiderzee. De drooglegging van de Zuiderzee was een gedurfd Nederlands waterstaatkundig project uit het begin van de twintigste eeuw. Tussen 1927 en 1932 vond de afsluiting van de voormalige Zuiderzee plaats en begon de overheid met de aanleg van drie IJsselmeerpolders: de Wieringermeer (1927-1930), de Noordoostpolder (1936-1942) en de Flevopolder (1957-1968). Met de winning van dit nieuwe land, kreeg de overheid de omvangrijke taak om een gehele provincie in te richten en bewoonbaar te maken. De overheid bepaalde de situering van de dorpen, de verkaveling van de polder en het verloop van wegen en kanalen. De hoofdstad van de polder, Emmeloord, lag in het centrum en hieromheen lag een krans van tien dorpen. Architecten of adviseurs die in dienst waren van de overheid ontwierpen de meeste dorpen in de Noordoostpolder. Nagele vormde hierop een uitzondering. Een groep architecten, afkomstig uit de architectenvereniging De 8, maakte op eigen initiatief het ontwerp voor Nagele.

Ontwerpen in groepsverband

Het ontwerp voor Nagele heeft zo'n 10 jaar in beslag genomen. In deze 10 jaar hebben ruim 30 architecten, afkomstig uit de architectenverenigingen De 8 en Opbouw, met veel overgave en idealisme ontwerpen getekend, herzien, afgewezen en weer nieuwe ontwerpen gemaakt. De architecten koesterden grootse ideeën voor een klein landarbeidersdorp van slechts 300 huizen. Ze wilden een overzichtelijk dorp maken, modern en functioneel zonder oubollige nostalgie. De ontwerpers waren er van overtuigd dat het ontwerp voor Nagele tot stand moest komen in een sfeer van collectiviteit. Ze beschouwden het ontwerpen in groepsverband als een noodzakelijk creatief proces waarbij wederzijdse inspiratie tot de beste ontwerpen zou leiden.

De 8 en Opbouw

nai 054Poster Opbouw. foto NAi

De architectenverenigingen De 8 en Opbouw zijn tussen 1920 en 1930 opgericht. De 8 had voornamelijk Amsterdamse architecten als lid, Opbouw was georiënteerd op Rotterdam. De leden waren ontevreden over de architectuur van hun tijd. Ze vonden dat gebouwen te veel leken op een aangekleed decor en tekort schoten als functionele bouwwerken. De leden formuleerden eigentijdse standpunten: het bouwen van dorpen en steden moest in dienst staan van de functies en behoeften in de samenleving. Dit uitgangspunt leidde tot een nieuwe architectuur die er wezenlijk anders uitzag.

Strakke woonblokken

De leden waren voorstanders van woonblokken als rechte stroken met gevels op het oosten en het westen voor een optimale bezonning. De bebouwing in nieuwe steden en dorpen moest meer openheid en strakheid uitstralen en gebruikmaken van nieuwe materialen en bouwtechnieken als glas en beton. Ook waren ze voorstander van een scheiding van de belangrijke functies in de stad zoals de woonwijken, de industrie, het verkeer en de recreatiegebieden. Om hun ideeën naar buiten te brengen, richtten de verenigingen in 1932 gezamenlijk het tijdschrift De 8 en Opbouw op. Hierin schreven zij artikelen waarin zij pleitten voor deze nieuwe architectuur en stedenbouw. De leden van De 8 en Opbouw onderhielden ook internationale contacten met vakgenoten. Ze waren lid van het Internationale Congres voor het Nieuwe Bouwen, ook wel bekend als Congrès Internationaux d' Architecture Moderne (CIAM). De leden van deze internationale architectenvereniging kwamen om de 2 jaar bij elkaar. Tijdens deze bijeenkomsten discussieerden zij over de moderne architectuur en presenteerden hun eigentijdse ontwerpen voor gebouwen, steden en dorpen.

Afgezaagde idylle

De ontwerpers van Nagele hadden veel kritiek op de reeds gebouwde dorpen in de Wieringermeer. Men vond deze dorpen niet meer van deze tijd. Deze dorpen, tot stand gekomen onder supervisie van de architect Granpré Molière, hadden het karakter van de reeds bestaande dorpen op het oude land. Ze waren gesitueerd op een kruispunt van wegen met in het midden de dorpsbrink met raadhuis, kerken en scholen. Langs de hoofdwegen lagen woonhuizen, uitgevoerd in baksteen met schuine daken. Ook de dorpen in de Noordoostpolder, zoals bijvoorbeeld Emmeloord, Marknesse en Ens werden volgens deze traditionele opvatting gebouwd. Vooral de architecten C. van Eesteren en B. Merkelbach, twee ontwerpers van Nagele, bestempelden de dorpen in de Wieringermeer als een afgezaagde idylle vanwege de poging Oudnederlandse dorpen te herscheppen.

Opdracht

Eind 1946 kreeg de architectenvereniging De 8 de unieke kans om een ontwerp te maken voor het dorp Nagele. Voor het ontwerp richtten de leden een aparte werkgroep op, de Werkgroep Nagele. Aanvankelijk beschouwden de ontwerpers het ontwerp voor Nagele als een theoretische studie en niet als concrete opdracht die daadwerkelijk uitgevoerd zou worden. Korte tijd later kreeg de groep alsnog de opdracht van de Directie Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) tot het maken van een uitvoerbaar stedenbouwkundig plan voor Nagele. De opdrachtgever formuleerde de wensen als volgt: een dorp met 300 woningen, 3 kerken, 3 scholen, een café-restaurant, een smederij, enkele winkels, een industrieterrein, een paar sportvelden en een begraafplaats.

nai 040Plan van De 8. foto NAi

Het eerste ontwerp 1947-1949

Het ontwerpproces valt uiteen in twee perioden: een eerste ontwerpfase (1947-1949) en een tweede ontwerpfase (1952-1954). Tussen 1947-1949 waren de ontwerpers bezig met de situering van Nagele en het vaststellen van de stedenbouwkundige structuur. Leden van de werkgroep, waaronder G. Rietveld, A. van Eyck, C. van Eesteren, J. Niegeman, M. Kamerling, A. Bodon en H. Salomonson deden verschillende voorstellen voor de locatie van het dorp. Vooral de aansluiting van het dorp op de polderwegen en het kanaal (de Nagelervaart) gaf veel stedenbouwkundig denkwerk en resulteerde in honderden stedenbouwkundige plannen met allerlei varianten. Ondanks individuele verschillen vertoonden de ontwerpen een opvallende overeenkomst: een schematische opeenvolging van een omringend bos als buitenste schil, daarbinnen de woongebieden en in het midden een groen open gebied met de gemeenschappelijke voorzieningen. Volgens deze hoofdstructuur, die dus al vrij vroeg vast lag, is Nagele uiteindelijk ook uitgevoerd. Begin 1949 keurde de opdrachtgever het eerste definitieve ontwerp voor Nagele goed.

Overzichtelijk dorpsplan

Een opvallend kenmerk van het eerste ontwerp voor Nagele (1949) is de systematische opbouw. De vier hoofdfuncties van de moderne stedenbouw - wonen, werken, verkeer en recreatie - zijn van elkaar gescheiden en hebben elk een duidelijk plek in het dorp gekregen. Het verkeer wordt uit het dorp gehouden doordat het centrum met de omliggende woonwijken ten oosten van de doorgaande noord-zuid verkeersweg zijn gesitueerd. De woningen zijn per fiets of per auto bereikbaar via een ringweg, die tussen het centrum en de woonwijken ligt. Het middenterrein is voetgangersgebied, open en groen met hierin de kerken en drie scholen. Aan de oostzijde, langs de doorgaande weg liggen de winkels in een langgerekte strook. Rondom het centrum liggen de woonwijken die op gelijke afstand van het centrum zijn gesitueerd. De stedelijke voorzieningen liggen zo voor iedereen binnen handbereik. De woningen bestaan uit strokenbouw en zijn voor optimaal zonlicht met de gevels op het oosten en het westen georiënteerd. Aan de westzijde van de verkeersweg zijn de sportvelden gepland en aan het kanaal komt kleinschalige industrie. Aan de noordzijde van het kanaal ligt de begraafplaats.

Dorp met een binnenruimte

Twee in het oog springende kenmerken van Nagele zijn de bosgordel die het dorp omgeeft en de enorme groene ruimte in het centrum. De bosgordel functioneert als bescherming tegen de wind en heeft daarnaast een visuele betekenis. De bosgordel omsluit het dorp en creëert een kleinere intieme ruimte binnen de immense ruimte van de omringende polder. De ontwerpers poogden hiermee compensatie te bieden voor het weidse, rationele en onpersoonlijke landschap van de polder. De inrichting van dit polderlandschap stond in het teken van de gemechaniseerde landbouw en was hierdoor volledig ongeschikt voor recreatieve activiteiten als slenteren en vertoeven in de buitenlucht zonder vooropgezet doel. De ontwerpers van Nagele wilden de afwezigheid van de menselijk schaal in de polder goed maken. Ze creëerden een binnenruimte die was aangepast aan deze menselijke schaal. In de binnenruimte lagen wandelpaden om impulsief te slenteren en te wandelen. Hier konden bewoners leven en wonen in een omgeving die daarop was aangepast.

Stedelijk stadshart

De ontwerpers wilden in Nagele een stedelijke stadshart realiseren. Dit was in tegenstelling met wat gebruikelijk was bij landarbeiderdorpen. In deze dorpen waren winkels en voorzieningen voor cultuur en sport afwezig. Nagele kreeg deze voorzieningen juist wel. De ontwerpers waren er van overtuigd dat deze voorzieningen de eigenwaarde en het zelfrespect van de dorpsbewoners zouden verhogen. Om deze reden is het centrum van Nagele vormgegeven als een stedelijke gemeenschap, met een dorpshuis annex gymnastiekzaal, winkels, scholen en kerken. De ontwerpers van Nagele beschouwden het platteland niet als een eenzijdig agrarisch gebied. Ze zagen het als een onderdeel van een stedelijke samenleving waarin culturele, sportieve en maatschappelijke activiteiten een belangrijke rol speelden.

Het tweede ontwerp 1952-1954

Tussen 1950 en 1952, na voltooiing van het eerste definitieve ontwerp, vonden er weinig discussies en ontwerpactiviteiten plaats binnen de 'Werkgroep Nagele' . De eerste aanzetten tot nieuwe ontwerpactiviteit kwamen van de opdrachtgever. Deze gaf aan dat het aantal te bouwen huizen steeg van 300 naar 500. Ook beval hij aan om in 1954 met de bouw van Nagele te starten. Er was haast geboden, want de overige negen dorpen in de polder waren of in aanbouw of al gebouwd. De Werkgroep Nagele ging weer aan de slag. De Werkgroep breidde zich uit met leden van de architectenvereniging Opbouw. Hierdoor raakten architecten als J. Bakema, R. Romke de Vries, W. Boer (landschapsarchitect) en de sociaal geograaf H. Hovens Greve bij het ontwerp betrokken. Tijdens deze tweede ontwerpfase besloot de werkgroep het definitieve ontwerp uit 1949 als uitgangspunt te nemen voor een nieuw ontwerp. Architecten die in deze tweede fase de hoofdrol speelden waren A. van Eyck, H. van Ginkel, M. Stam en B. Merkelbach.

De wooneenheid

De ontwerpers van Opbouw hadden waarschijnlijk veel invloed op de vormgeving van de woonwijkjes in Nagele. Zij waren gefascineerd door een nieuw theoretisch model van een woonwijk: de wooneenheid. In 1949 had Opbouw dit model gepresenteerd op de zevende bijeenkomst van Congrès Internationaux d' Architecture Moderne (CIAM) in Bergamo. De wooneenheid is een combinatie van verschillende woonvormen in laagbouw, middelhoog- en hoogbouw gegroepeerd rondom een gemeenschappelijk groene ruimte. Een aantal wooneenheden bij elkaar vormt een buurt met voorzieningen en een aantal buurten bij elkaar vormt weer een wijk. Het centrum van de wijk heeft de Engelse naam Core. Dit betekent een openbare ruimte met gemeenschappelijke voorzieningen. De wooneenheid is op te vatten als een maatschappelijk model, omdat het de relaties tussen mensen en hun relatie binnen een groter verband vastlegt.

Definitief ontwerp

De architecten Van Eyck en Van Ginkel maakten het definitieve ontwerp voor Nagele. In januari 1954 keurde de opdrachtgever dit ontwerp goed. In dit plan zijn de woningen als 7 buurten rondom de ringweg gegroepeerd. Iedere buurt bestaat uit stroken laagbouw met eigen tuinen rondom een gemeenschappelijk grasveld. In 1954, ruim 7 jaar na de eerste bijeenkomst van de werkgroep in 1947, was het stedenbouwkundig plan voor Nagele gereed.

nai 068Plan van De 8. foto NAi

Nagele: een naoorlogse woonwijk in landelijk gebied

Nagele is het product van twee modernistische architectenverenigingen, De 8 en Opbouw en is een krachtige illustratie van de opvattingen van deze vooruitstrevende verenigingen. Het ontwerp is een directe kritiek op de dorpen in de Wieringermeer waar de nadruk lag op een traditionele bebouwing met sterke herinneringen aan het verleden. Dit type bebouwing ontbreekt in Nagele en is vervangen door nieuwe opvattingen over de inrichting en bouw van dorpen. Nagele is systematisch en gelijkmatig opgebouwd en de belangrijke stedelijke functies -wonen, werken, verkeer en recreatie zijn van elkaar gescheiden. De centrale open, groene ruimte met stedelijke voorzieningen en de rangschikking van 7  woonbuurten hieromheen, illustreren een nieuwe ordening van de samenleving. Het ontwerp en de bouw van Nagele vormden tevens de eerste aanzetten in de twintigste eeuw tot de verstedelijking van het platteland. De ontwerpers wilden de landarbeider in maatschappelijk opzicht verheffen en introduceerden daarom stedelijke voorzieningen in het dorpscentrum. Om deze reden lijkt het dorp Nagele vandaag de dag op een na-oorlogse woonwijk in landelijk gebied.


Vorige: Noordoostpolder Volgende: Nagele - Architectuur