Q: Wat is een polder?
A: Een polder is een door dijken omringd gebied, zodat men het buitenwater buiten kan houden en het binnenwater kunstmatig door bemaling kan afvoeren. De waterhuishouding in Flevoland wordt geregeld door middel van gemalen. De Noordoostpolder viel droog in 1942, Oostelijk Flevoland in 1957 en Zuidelijk Flevoland in 1968.
top
Q: Flevoland is een jonge provincie. Waar komen de namen van de dorpen en steden vandaan?
A: De locatie en de namen van de steden en dorpen waren van tevoren gepland.
De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (voor 1963 Directie van de Wieringermeer geheten) was verantwoordelijk voor de inrichting van de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland. Zij hebben dus de locatie en de naam van de dorpen en steden vastgelegd.
De namen van de dorpen en steden uit Flevoland hebben bijna allemaal een historische achtergrond. Hieronder vind je een korte beschrijving van de herkomst.
Cornelis Lely
Q: Wie was Lely?
A: Cornelis Lely werd geboren op 23 september 1854 en overleed op 22 januari 1929. Hij had in zijn arbeidzame leven diverse functies zoals ingenieur in dienst van de Zuiderzeevereeniging, minister, parlementariër, gemeenteraadslid, gouverneur van Suriname, wethouder en lid van de Provinciale Staten.
Lely is vooral beroemd geworden vanwege het door hem in 1891 opgestelde plan voor de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee dat de basis vormde van de Zuiderzeewet (1918) en als uitgangspunt diende voor de uitvoering van het Zuiderzeeproject.
Q: Wat is het Zuiderzeeproject nou precies?
A: Het Zuiderzeeproject is een project van afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee. Het project begon in 1920 met de aanleg van de Amsteldiepdijk, de dijk die het vroegere Zuiderzee-eiland Wieringen verbindt met Noord-Holland. Deze dijk wordt ook wel de Korte Afsluitdijk genoemd. De aanleg van de eigenlijke Afsluitdijk begon in 1927 en werd in 1932 voltooid. In 1927 werd ook een begin gemaakt met de aanleg van de eerste grote polder van het Zuiderzeeproject, de Wieringermeer. Deze polder viel in 1930 droog. Daarna volgden de Noordoostpolder (1942), Oostelijk Flevoland (1957) en Zuidelijk Flevoland (1968). Het project zou worden voltooid met de aanleg van de Markerwaard, maar zover is het nooit gekomen.
De doelstellingen van het Zuiderzeeproject waren het beschermen tegen overstromingen en de verbetering van de afwatering in de omringende gebieden, de vorming van een zoetwaterbekken en het winnen van vruchtbare landbouwgrond.
De aanleg van de Afsluitdijk en de polders was een taak van de Dienst der Zuiderzeewerken (de latere directie Zuiderzeewerken van Rijkswaterstaat), die in 1919 in het leven werd geroepen. In 1930 werd de voorlopige Directie van de Wieringermeer belast met het inrichten van de drooggevallen polders. De Directie van de Wieringermeer werd in 1963 omgevormd tot de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). De RIJP ging in 1989 met de Directie Zuiderzeewerken op in de Directie Flevoland van Rijkswaterstaat (sinds 1996 Rijkswaterstaat Directie IJsselmeergebied).
Q: Door de afsluitdijk veranderde het water van het IJsselmeer van zout naar zoet. Hoe lang duurde dat proces?
A: Dit proces duurde ongeveer vijf jaar. Vanaf eind 1937, begin 1938 kan gesproken worden van zoet IJsselmeerwater.
Q: Wanneer en waarom werd de afsluitdijk gebouwd?
A: De Afsluitdijk werd tussen 1927 en 1932 aangelegd. Op 28 mei 1932 werd het laatste gat in de dijk, de Vlieter, gedicht. De Afsluitdijk dijk verbindt Noord-Holland met Friesland.
Dankzij de Afsluitdijk kan de waterstand in het IJsselmeer goed op peil worden gehouden en neemt de kans op overstromingen van het omringende gebied af. Een ander voordeel van de dijk is dat er geen zout water meer naar het IJsselmeer stroomt. Het water van de vroegere Zuiderzee is hierdoor geleidelijk aan zoet geworden. Hierdoor is een belangrijk zoetwaterbekken ontstaan. De dijk vormt bovemdien een belangrijke verkeersverbinding tussen het westen en noorden van het land. In 1933 werd de dijk opengesteld voor het wegverkeer.
Q: Waar kwamen materialen als keileem en basaltstenen voor de aanleg van de Afsluitdijk vandaan?
A: Keileem werd opgegraven van de bodem van de Zuiderzee en vervolgens voor de aanleg van de Afsluitdijk gebruikt. Keileem laat geen water door en dus zeer geschikt materiaal voor het aanleggen van de Afsluitdijk. Basalt is afkomstig uit de Eifel in Duitsland. Ook werd er bij de aanleg van de Afsluitdijk Belgisch bloksteen gebruikt.
Q: Wat zijn gemalen en wat doen ze?
A: Een gemaal is een inrichting om water uit een lager gelegen gebied te pompen naar een hoger gelegen gebied. Gemalen werden natuurlijk ingezet om de Wieringermeer en polders van Flevoland droog te malen, maar worden nu nog steeds ingezet om het waterniveau op peil te houden.
De gemalen van het Zuiderzeeproject zijn:
De gemalen zijn vernoemd naar ingenieurs die een belangrijke rol hebben gespeeld in het Zuiderzeeproject. Het gemaal Colijn is vernoemd naar de staatsman Hendrik Colijn.
top
Q: Wanneer zijn de dijken gelegd?
A: De Noordoostpolder is de eerste IJsselmeerpolder. In 1937 werd bij Kadoelen begonnen met het aanleggen van de polderdijk, die in december 1940 ten westen van Schokland, bij Schokkerhaven, werd gesloten.
In 1950 werd de ringdijk van Oostelijk Flevoland aangelegd, te beginnen bij Lelystadhaven, Ketelhaven en Harderhaven. Het laatste sluitgat tussen Lelystad en de Kamperhoek werd in 1956 gesloten.
De dijk rond Zuidelijk Flevoland werd aangelegd in 1959 en kwam in 1967 gereed.
Q: Hoe oud is Flevoland eigenlijk?
A: De provincie Flevoland is in 1986 ingesteld. De provincie bestaat uit Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland. De hoofdstad is Lelystad.
Q: Hoe ver onder de zeespiegel ligt Flevoland?
A: Flevoland ligt gemiddeld vijf meter onder de zeespiegel.
Q: Hoe was het bestuur geregeld binnen de polders?
A: Tijdens de ontwikkeling van de polder woonden er nog te weinig mensen voor een verantwoord lokaal bestuur. De bestuurlijke taken werden daarom tijdelijk uitgevoerd door een zogenoemd openbaar Lichaam: het Openbaar Lichaam de Noordoostelijke Polder voor de Noordoostpolder en het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders voor Oostelijk en Zuidelijk Flevoland en het Markermeer en IJsselmeer.
Aan het hoofd van het openbaar lichaam stond een landdrost die door de minister van Binnenlandse was benoemd. De landdrost oefende de bevoegdheden uit die in een normale gemeente worden bekleed door het College van Burgemeester Wethouders en de gemeenteraad.
Inmiddels is het bestuur van de polders overgedragen aan de gemeenten en provincie. Op 1 juli 1962 werd de Noordoostpolder een gemeente, gevolgd door Dronten op 1 januari 1972 en Lelystad op 1 januari 1980. Op 1 januari 1984 werden de gemeenten Almere en Zeewolde ingesteld. Op 1 januari 1986 werd de provincie Flevoland een feit.
top
Q: Wat zijn toch die blauw/witte palen met rode scheepjes die her en der in het Flevolandse landschap staan?
A:Deze palen markeren de plekken waar scheepswrakken zijn gevonden. Flevoland is één van de grootste ‘droge' scheepskerkhoven ter wereld. Er zijn maar liefst 440 scheepswrakken aangetroffen, daterend van de dertiende tot en met de negentiende eeuw. Sommige wrakken zijn opgegraven, andere zitten nog in de Flevolandse bodem. Nog steeds worden scheepswrakken in Flevoland gevonden. Door de locaties te markeren met de blauw-witte palen met rode scheepjes zijn de vindplaatsen van scheepswrakken goed zichtbaar geworden in het Flevolandse landschap.
top
Q: Welke polder werd het eerst bewoond?
A: De Noordoostpolder werd als eerste polder bewoond, gevolgd door Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland. De Noordoostpolder viel droog in 1942, Oostelijk Flevoland in 1957 en Zuidelijk Flevoland in 1968.
Nadat een polder was drooggevallen werd begonnen met de ontginning, waarna de grond gereed werd gemaakt voor bewoning en bedrijvigheid.
Q: Wat is de oppervlakte van Flevoland vandaag de dag?
A:
Land: 1419 km²
Water: 993 km²
Vorige: Openingstijden
Volgende: Historisch Onderzoek