Home + Studiecentrum + Canon van Flevoland
Werkploeg in de
Noordoostpolder tijdens het schaften. (Fotocollectie Nieuw Land;
Collectie Nieuwburg)
De Noordoostpolder (NOP) viel midden in de Tweede Wereldoorlog -
9 september 1942 - officieel droog. De Duitse bezetters hadden het
dus voor het zeggen in Nederland. Zij wilden echter dat deze polder
snel werd ontgonnen; klaargemaakt voor landbouw. Ze hadden het
gebied nodig voor de voedselvoorziening. In de Noordoostpolder
werden heel veel arbeiders ingeschakeld om greppels te graven in de
drooggevallen grond. Ze woonden in barakkenkampen, houten gebouwen
in de polder.
Maar de Duitse bezetter verplichtte gezonde Nederlandse mannen om
in Duitsland te gaan werken. Dit heette de Arbeitseinsatz; de inzet
van arbeiders. Veel Nederlanders wilden helemaal niet in Duitsland
werken. Vandaar dat zij zich aanmeldden voor het werk in de
Noordoostpolder. Van deze groep werd gezegd dat zij 'onderdoken' in
de polder. Zo slaat de afkorting NOP niet alleen op Noordoostpolder
maar ook op Nederlands Onderduikers Paradijs. Sommige Duitsers
wisten wel dat veel arbeiders eigenlijk naar Duitsland moesten
worden gestuurd. Maar zij snapten ook dat er in de Noordoostpolder
gewerkt moest worden. Zij knepen een oogje toe. Dit duurde tot
november 1944, toen werden alle arbeiders naar Duitsland vervoerd.
De meesten kwamen pas na de bevrijding - 5 mei 1945 - weer
terug.
Vorige: Het Zuiderzeeproject in crisistijd, 1929-1940
Volgende: Nagele, het Nieuwe Bouwen, 1932-1957