Home + Studiecentrum + Canon van Flevoland

De ondergang van Schokland, 1839-1859

Eilanden in de polder (Koning Willem I, 1772-1843)

Schokland. Schilderij van Hermannus Koekoek jr (1836-1909) uit ca 1860. (Bron: Zuiderzeemuseum Enkhuizen)

Na de Gouden Eeuw ging het slechter met Nederland. Dit kwam door de afnemende handel en industrie. Engeland werd de grootmacht in Europa. Het gevolg was dat veel Nederlanders in armoede leefden. Ze werden afhankelijk van liefdadigheid van anderen. Dat gold ook voor de bewoners van Schokland. Koning Willem I van Nederland deed zijn best de armoede tegen te gaan. Hij probeerde dat door steun te geven aan handel en industrie. Belangrijk was de oprichting van de Nederlandsche Handel Maatschappij in 1842. Daardoor kwam in Nederlands-Indië, de toenmalige kolonie van Nederland, de katoennijverheid tot bloei. Op Schokland werden twee weverijen geopend om de armoede en werkloosheid te bestrijden. De weverijen werden geen succes. De armoede bleef. Daarom werd in 1859 overgegaan tot de ontruiming van Schokland. De bewoners gingen elders in het land wonen en de huizen werden gesloopt. Schokland bestaat nog steeds, maar ligt sinds het ontstaan van de Noordoostpolder middenin het land. Een eiland dat op het droge ligt is uniek. Zo uniek zelfs dat Schokland is opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Op deze lijst staan ook de piramiden van Egypte en de Chinese muur.

Vorige: Het geloof op de eilanden, 1637-1836 Volgende: Inpolderen met windkracht, 1548-1669