Home + Archief + Waterschrijvers

Voorkant van boek: Lucas Jansz. Waghenaer van Enckhuysen: de maritieme cartografie in de Nederlanden in de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. – Enkhuizen: Vereniging ‘Vrienden van het Zuiderzeemuseum’, 1984
(Enkhuizen ca. 1534 - Enkhuizen 1593), zeevaarder, cartograaf. Grotendeels gebaseerd op eigen waarnemingen stelde hij een zeeatlas samen: Spieghel der Zee-vaert (2 dln.; 1584-1585), die meermalen werd herdrukt en vertaald. Deze bevatte zeilaanwijzingen en een beschrijving van de kusten, eilanden, geulen en ondiepten. Ref.: Lucas Jansz. Waghenaer van Enckhuysen (1984), NBW7, WP7. (vdt622)
«
(Sint Johannesga 5 feb. 1887 - Den Haag 7 sep. 1964), ingenieur. Was, na in 1910 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, bij verschillende diensten werkzaam: de PWS van Zuid-Holland, GW van Groningen en van 1919 tot 1947 bij de Dienst der ZZW, laatstelijk als hoofdingenieur. Schreef het voor de geschiedenis van de ZZW belangrijke rapport Geschiedenis van de plannen tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee, met chronologische lijst van geschriften tot en met het jaar 1922 (1923). Was sinds 1947 HID van de PWS van Zuid-Holland tevens directeur van de PPD, lid van de Zuiderzeeraad, de Raad van de Waterstaat en de Deltacommissie. Ref.: Honderd jaar Provinciale Waterstaat in Zuid-Holland (1975), ING 1964 pA617, WID5-6, WWN63. (vdt623)
«

Voorkant van: De groei van het ontwerp voor Oosterpolder / door J.F.R. van de Wall ; Nederlandse Vereniging voor Landaanwinning. - Leiden : Brill, 1952
(Den Haag 1 feb. 1891 - Wassenaar 24 apr. 1968), ingenieur. Studeerde in 1918 af aan de TH in Delft en werkte korte tijd bij de PWS van Drenthe en vanaf 1920 bij de Dienst der ZZW. Volgde in 1946 V.J.P. de Blocq van Kuffeler op als HID en werd in 1956 in die functie opgevolgd door F.J.B.G. Geers. Was na de stormramp van 1953 hoofd van de herstelwerkzaamheden bij Schelphoek en Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Schreef diverse artikelen over de ZZW zoals De zuidelijke inpolderingen in het IJsselmeer (1951). Zie ook: J.Th. Thijsse. Ref.: ING 1968 pA409, WID6. (vdt624)
«
(Krimpen a/d IJssel 21 feb. 1900 - Capelle a/d IJssel 27 juli 1980), jurist, burgemeester. Studeerde rechten in Utrecht en begon zijn loopbaan bij de Kamer van Koophandel te Rotterdam. Was burgemeester van Delft en van 1952 tot 1965 van Rotterdam, waar hij veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van o.m. het Botlek-gebied, Europoort en de Erasmus Universiteit. Schreef o.m. Rotterdam-Europoort 1945-1970. (1972) Ref.: BJ81, BWN3, WWN63, WID5-6. (vdt625)
«

Artikel: In memoriam Ir. G.L. Walther / H.P. Linthorst Homan. - TIJD In: Land en Water GEG: 3 (1959) 6 (december). - p. 226
(Katwijk aan Zee 18 sep. 1897 - Leeuwarden 16 nov. 1959), ingenieur. Was, na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, in dienst van de PWS te Assen, daarna van een architectenbureau uit Coevorden te Borger. Werkte vanaf 1929 bij de PWS van Friesland waar hij in 1947 D.F. Wouda opvolgde als hoofdingenieur. De verbetering van het kanalenstelsel in Friesland behoort tot zijn grootste verdiensten. Hij schreef verschillende bijdragen over de ontwikkeling van het dijkenstelsel in Friesland en het boek Binnendiken en slieperdiken yn Fryslan (met K.A. Rienks; 2 dln., 1954). Ref.: EF, ING 1959 pA645, LW 1959 n6 p226. (vdt626)
«
(Cuijk 20 jan. 1857 - Den Bosch 17 juni 1916), ingenieur. Studeerde in 1880 af aan de PS te Delft en was van 1894 tot zijn dood werkzaam als ingenieur bij de PWS van Noord-Brabant. Schreef o.m. Belangen van Oss en omstreken; ontwerp van een scheepvaartkanaal ter verbinding van Oss met de Maas te Lithoijen (1889), Plan tot watervrijmaking, haven- en rioolverbetering van Bergen op Zoom (1911) en Een voornaam scheepvaartbelang van Noord-Oostelijk Noord-Brabant en van Nederland (1916). Overleed in de trein, van zijn werk huiswaarts. (vdt627)
«
(Leiden 14 feb. 1927 - Zutphen 2 dec. 1993; begraven te Kootwijk), archivaris. Werkte, na zijn opleiding aan de kweekschool, bij het RA in Arnhem, als archivaris te Zutphen en als streekarchivaris te Aalten. Inventariseerde verschillende archieven en publiceerde over lokale en regionale geschiedenis en archeologie in Gelderland. Verwierf in 1965 de Quarles van Ufford-prijs met zijn biografie Godefridus Franciscus baron van Hugenpoth tot Aerdt (1743-1819) en in 1994 een eredoctoraat van de UvA. Ref.: W.G. Boswijk Sjoerd Wartena (1818-1892) cum suis (1998), HGT 1994 n1 p26-27. (vdt628)
«
(Leeuwarden 6 sep. 1790 - Sint Annaparochie 3 mrt. 1864), predikant, historicus. Was, na zijn studie theologie in Groningen, predikant te Schingen, Veenwouden en vanaf 1825 te Sint Annaparochie. Was redacteur van de Friesche Volksalmanak waarin hij historische bijdragen schreef zoals Iets over Stavoren, het Vrouwenzand en het Roode Klif (1837). Ref.: EF. (vdt629)
«
(Ten Boer 9 nov. 1888 - Groningen 4 apr. 1971), onderwijzer. Was van 1912 tot 1954 schoolhoofd te Zuurdijk. Heeft zich daarnaast verdienstelijk gemaakt met onderzoek en publicatie over de historische geografie van De Marne. Hij schreef o.m. De Westpolder (1960). Ref.: NGE. (vdt630)
«
(Arnhem 2 dec. 1845 - Oosterbeek 15 dec. 1918), ingenieur. Doorliep, na in 1866 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, alle rangen bij RWS vanuit diverse standplaatsen. Was van 1908 tot zijn pensionering in 1911 HIG van de RWS. Welcker was lid van de raad van bestuur en van 1903 tot 1906 voorzitter van het KIVI en sinds 1911 erelid. Daarnaast was hij lid van vele Staatscommissies en in 1905 van de internationale commissie voor het Panamakanaal. Welcker gold als één der meest bekende waterbouwkundigen in ons land. Van zijn publikaties noemen we: De Noorder Lekdijk Bovendams en de doorsteking van den Zuider Lekdijk bij Culemborg 1803-1813; eene bijdrage tot de geschiedenis van den Nederlandschen Waterstaat (1880). Zie ook: J.F.W. Conrad. Ref.: GGK, ING 1907 n18 p324, ING 1918 n51 p984 en n52 p1013, WND. (vdt631)
«
(Haarlem 25 dec. 1834 - Den Haag 2 dec. 1912; begraven te Nijmegen), ingenieur. Was, na in 1857 te zijn afgestudeerd aan de KA te Delft, betrokken bij waterpassingen voor de provincie Groningen. Werkte sinds 1859 bij RWS in Vlissingen, Utrecht, Nijmegen, Alkmaar, Den Bosch en Utrecht. Toetste in 1866 J.A. Beijerincks plan tot afsluiting van de Zuiderzee. Was lid van de Zuiderzeevereniging. Zijn grootste bekendheid verwierf hij door de aanleg van het Merwedekanaal (1881-1892). Werd in 1892 inspecteur- en in 1894 HIG van RWS. Schreef o.m. Waterpassingen over de Westerschelde van Vlissingen naar Breskens en van Neuzen naar Ellewoutsdijk (met E. Steuerwald; 1860) en Overzicht van de in het tijdvak 1847-1897 aangelegde kanalen (1897). Ref.: ING 1913 n3 p42-44. (vdt632)
«

Eerste pagina van: Bodemdaling, blijvend actueel aspekt van de Nederlandse waterbouw: voordracht gehouden voor de Algemene Vergadering van de Nederlandse Vereniging voor Landaanwinning, gehouden op 1 mei 1963 / P.J. Wemelsfelder. - Meppel: Ceres, 1965 (Berichten voor de Nederlandse Vereniging voor Landaanwinning 10)
(Goes 18 nov. 1907 - Almen 1 juli 1995), ingenieur. Werkte, na in 1930 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, bij het WL te Delft, daarna bij RWS. Was hoofd van de Hydrometrische Afdeling van de DWW. De ontwikkeling van methoden en instrumenten voor het meten van waterstanden, golven en getijden was één van zijn grote verdiensten. 'Niet tot weten zonder meten' is een van hem afkomstige zinspreuk. Schreef verhelderende artikelen in technisch-wetenschappelijke tijdschriften w.o. Wetmatigheden in het optreden van stormvloeden (1939) en enkele monografieën zoals Plan voor een redelijke Nederlandse samenleving (1946) en Zeespiegelbeweging en bodemdaling (met S. Jelgersma en H. Smits; 1965). Ref.: TWG 1996 p5, WID5-6. (vdt633)
«

Plan voor inpoldering Zuiderzee door Wenmaekers, 1883 uit: Het Zuiderzeeproject: drie eeuwen inspiratie voor plannenmakers / samenst. Rijksdienst voor de IJsselmeepolders. – Lelystad: Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, 1976
(wrsch. Maastricht ca. 1830 - Brussel ca. 1910). Diende een plan in voor afsluiting van de Zuiderzee: Ontwerp tot het droogmaken der Zuiderzee en een gedeelte der Friesche Wadden (1863; herhaald in 1876 en 1883). Schreef ook over kanalen w.o. het Suez-kanaal. Stelde in 1876 eveneens een plan op voor een spoelrioolstelsel voor de stad Amsterdam. Ref.: GPZ. (vdt634)
«

Eerste pagina van artikel: Automatische sturing van watersystemen / L.R. Wentholt TIJD In: Het waterschap: veertiendaags tijdschrift voor waterschapsbestuur en waterschapsbeheer GEG: 79 (1994) 4 (24 februari). - p. 169-173
(Nieuwediep 22 mrt. 1885 - Den Haag 6 feb. 1946), ingenieur. Studeerde aan de TH te Delft en promoveerde op Stranden en strandverdediging (2 dln., 1912). Werkte in diverse functies bij RWS, leidde de herstelwerkzaamheden na de overstroming van de Maas in 1926 en schreef o.m. Rapport inzake een scheepvaartweg van Amsterdam naar den Rijn (1927). Leidde de aanleg van de Twenthekanalen (1928-1935), bracht het tweede Rijkswegenplan tot stand (1938) en was van 1940 tot 1943 DG van RWS. Langdurige opsluiting door de bezetter, tastte zijn gezondheid aan, en leidde in 1945 tot zijn ontslag en vroegtijdig overlijden kort daarna. Als DG werd hij opgevolgd door W.J.H. Harmsen. Ref.: AB, BWN1, WND. (vdt635)
«
(Utrecht 3 juni 1912 - Bilthoven 16 dec. 1982), ingenieur. Werkte, na in 1936 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, korte tijd bij GW van Amsterdam, bij de Kon. Ned. Hoogovens en Staalfabrieken te IJmuiden en als zelfstandig adviseur. Was van 1953 tot 1977 in dienst van RWS, sinds 1973 als hoofd van de afdeling tunnelbouw van de directie Sluizen en Stuwen te Utrecht. Schreef o.m. Kanalisatie van Nederrijn en Lek; een voorontwerp voor het stuwcomplex te Hagestein (1956), De Velsertunnels (1957) en De rijkstunnel onder de Oude Maas bij Barendrecht en Heinenoord (1967). (vdt636)
«

Voorkant van boek: Nederland leven met het water / Kees Scherer en Evert Werkman. – Amsterdam ; Brussel: Elsevier, 1978
(broer van Gerhard Werkman; Hellendoorn 2 feb. 1915 - Amsterdam 24 juni 1988), journalist, schrijver. Werkte sinds 1933 als verslaggever bij de Haarlemsche Courant en tot 1941 bij het Algemeen Handelsblad. Sloot zich in 1944 aan als journalist bij het illegale dagblad Het Parool waaraan hij tot zijn pensioen in 1980 verbonden bleef. Kreeg landelijke bekendheid als schrijver van de bekende strip Kapitein Rob. Schreef veel in De Groene Amsterdammer, daarnaast ook gedichten en ongeveer dertig boeken w.o. Nederland bouwt tunnels (1946), Amsterdam en het Noordzeekanaal (1956), Amsterdam beneden A.P. (over de bouw van de IJtunnel), Nederland en het water, een gevecht van tweeduizend jaar (1973), Redden (met Cees van der Meulen, 1974), Amsterdam, beeld van een haven (1978) en Nederland - leven met het water (met Kees Scherer, 1978). Ref.: LNA. (vdt637)
«

Titelblad van: Kent gij het land der zee ontrukt: eenige hoofdstukken uit de waterstaatkundige geschiedenis van ons woongebied / door Gerhard Werkman. - Bussum: Kroonder, 1948
(broer van Evert Werkman; Hellendoorn 3 feb. 1912 - Deventer 7 apr. 1981), journalist, schrijver. Was journalist voor verschillende dag- en weekbladen, sinds 1936 te Amsterdam, na 1951 te Deventer en Rotterdam. Schreef daarnaast verscheidene boeken w.o. Het Urkerland valt droog (1942), over de ontginning van de Noordoostpolder, Amsterdam, stad te water (1943) en het onvolprezen Kent gij het land der zee ontrukt; enige hoofdstukken uit de waterstaatkundige geschiedenis van ons woongebied (1948). (vdt638)
«
(roepnaam: Jacob; Pernau (Estland) 28 feb. 1905 - Den Helder 21 feb. 1977), bioloog, kustmorfoloog. Studeerde biologie en promoveerde aan de UvA op een studie naar de invloed van zoutwaterindringing op zoetwaterflora. Werkte in NOI als visserijbioloog en was krijgsgevangene op Sumatra. Werkte tot z'n pensionering bij het Zoölogisch Station te Den Helder waar hij diepgaande studies verrichtte naar de wordingsgeschiedenis van de Noord-Hollandse kust: Oude kaarten en de geschiedenis van het v.m. eiland Huisduinen (1956), Oude kaarten en de geschiedenis van de Kop van Noord-Holland (2 dln., 1961), Spel van water en land om Huisduinen en Den Helder (1963), Transgressie en waterkering in het verleden van de Kop van Noord-Holland (1963) en Kennemer dijkgeschiedenis (1974). Ref.: A. Dral. In memoriam Dr. Jacob Westenberg (1977), HOL 1983 n3-4 p164-173. (vdt639)
«
(Wieringen 14 mrt. 1801 - Warffum 25 mrt. 1874), medicus, regionaal historicus. Studeerde wis- en natuurkunde en promoveerde in de geneeskunde te Groningen. Vestigde zich als huisarts te Warffum, was lid van de TK en maakte studie van historische geografie en volksgebruiken. Schreef o.m. Twee hoofdstukken uit de geschiedenis van ons dijkwezen; met oudheidkundige aantekeningen, inzonderheid betrekkelijk de provinciën Groningen en Friesland (1864). Zie ook: G. Acker Stratingh. Ref.: NBW4. (vdt640)
«
(Situbondo NOI 12 nov. 1916 - Zeist 12 mrt. 2001), bioloog, hoogleraar. Studeerde in 1942 af als bioloog aan de RU in Utrecht en promoveerde in 1947 aldaar cum laude op The vegetation of dunes and salt marshes of the Dutch islands Terschelling, Vlieland and Texel. Werkte van 1938 tot 1943 als assistent plantkunde bij de RU te Utrecht, daarna tot 1947 bij de ANWB en tot 1956 als wetenschappelijk ambtenaar bij de LHS te Wageningen en tot 1981 als hoogleraar plantkunde in Nijmegen. Bekleedde vele functies, ontving diverse onderscheidingen en publiceerde op het gebied van plantenecologie, vegetatiekunde, natuurbehoud en natuurbeheer. Was daarnaast een verdienstelijk dichter. Van zijn zeer vele publicaties noemen we slechts: Beken en beekdalen in Twente (1949), De Boschplaat op Terschelling (1951) en Veranderingen in vegetatie en landschap op de Waddeneilanden (1989). Werd in 1981 benoemd tot ereburger van Den Haag. Ref.: WID6, WWN1-2, WWN63. (vdt641)
«
(Mijnsheerenland 23 nov. 1874 - Amsterdam 7 jan. 1943), bibliothecaris, cartograaf. Studeerde Nederlands te Amsterdam en promoveerde aldaar in 1900 cum laude. Was tot 1912 werkzaam in het antiquariaat van de firma Frederik Muller te Amsterdam, daarna als adjunct-bibliothecaris aan de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, sinds 1917 als bibliothecaris van de LHS te Wageningen en van 1924 tot 1938 als bibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek te Leiden. Heeft, door diepgaande studies van oude kaarten in binnen- en buitenland, zeer veel bijgedragen tot de kennis der Nederlandse cartografie. Van zijn vele publicaties noemen we: Merkwaardigheden der oude cartographie van Noord-Holland (1918) over o.m. een kaart van de Zuiderzee uit 1559. Ref.: J. Keuning In memoriam dr.F.C.Wieder (1944), T.P. Sevensma In memoriam Dr.F.C.Wieder 1874-1943 (1943). (vdt642)
«

Voorkant van boek: Thyrza de Zuiderzeemeermin: nadere openbaringen van Tobias C. den Hondt / Frederik M. Wiedijk. – Blokzijl: Werkschuur Pimpernel, jaar onbekend
(Alkmaar 24 dec. 1930 – Blokzijl 15 apr. 2003), journalist, schrijver. Volgde zijn opleiding aan de Middelbare Handelsschool te Alkmaar en was daarna ruim dertig jaar werkzaam in het reclame-vak. Schreef sinds 1979 enige tientallen publicaties; de meeste na zijn pensionering. We noemen: De Weerribben (1979) en Blokzijl, een wandeling door de eeuwen (1980). Ref.: WWN2. (vdt642a)
«
(Bovenknijpe 6 dec. 1888 - Heerenveen 30 apr. 1984), leraar, natuurbeschermer. Was onderwijzer te Scharsterbrug en in Hoorn op Terschelling, sinds 1919 leraar aardrijkskunde te Drachten en Assen en sinds de oprichting voorzitter van It Fryske Gea. Schreef artikelen over aardrijkskunde en natuurbescherming w.o. Terschelling, ontstaan en ontwikkeling (1915) en De geologie [van het Princenhof] (1948). Zie ook: J. Botke. Ref.: EF, Rinkelbollen 1987 n2-3, B. van der Veen Meint Wiegersma (1984), M. Wiegersma Hoe ûntstie It Fryske Gea (1978), WWN63. (vdt643)
«
(Groningen 5 sep. 1912 - Amsterdam 1 dec. 1993), historicus, hoogleraar. Studeerde letteren in Groningen en promoveerde aldaar in 1946 op Het Aduarderzijlvest in het Ommelander waterschapswezen. Was sinds 1938 leraar geschiedenis en nederlands in Coevorden en Alphen aan den Rijn, sinds 1951 lector aan de VU te Amsterdam en sinds 1955 hoogleraar in de economie en sociale geschiedenis aldaar. Ref.: VVU, WID6. (vdt644)
«
(Goes 17 aug. 1901 - Doorn 26 okt. 1988), ingenieur. Werkte, na in 1925 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1928 bij het ingenieursbureau J. van Van Hasselt en De Koning te Nijmegen en tot 1939 bij de PWS van Noord-Holland. Was daarna ingenieur bij de Polder Walcheren te Middelburg, na de inundatie van 1944 belast met de herverkaveling van dat eiland. Van 1955 tot 1966 was hij directeur-ingenieur van de Technische Dienst bij het Hoogheemraadschap Delfland. Schreef enkele artikelen in het tijdschrift Land en Water w.o. Delfland's aandeel in de bescherming van Centraal Holland tegen overstroming (1958). Vestigde zich na pensionering te Holten als adviserend ingenieur op het gebied van rivierdijkverzwaring. Ref.: LW 1961 n2 p68. (vdt645)
«
(Uithuizen 6 dec. 1869 - Rotterdam 25 dec. 1955), archivaris. Studeerde Nederlandse letteren in Groningen en promoveerde aldaar in 1898. Werkte van 1900 tot 1904 bij het RA in Zeeland te Middelburg, was daarna tot 1934 gemeentearchivaris van Rotterdam en sinds 1935 archivaris van het Hoogheemraadschap van Schieland. Was daarnaast van 1910 tot 1934 redacteur van het Rotterdamsch Jaarboekje. Inventariseerde verscheidene archieven en schreef diverse artikelen w.o. Bijdrage tot de oudste geschiedenis van de polder Walcheren (1907). Ref.: WID5. (vdt646)
«

Waddengebied: Balgzand. Drs. Wiggers noteert gegevens bij bemonstering veenlagen met Dachnowsky-boor.
(Leiden 30 sept. 1921 - Leersum 28 apr. 1990), fysisch-geograaf, hoogleraar. Studeerde in 1947 cum laude af in de fysische geografie aan de UvA en promoveerde cum laude op De wording van het Noordoostpoldergebied; een onderzoek naar de physisch-geografische ontwikkeling van een sedimentair gebied (1955). Werkte van 1947 tot 1951 bij het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid te Haren en tot 1960 bij de RIJP, waar hij verantwoordelijk was voor de bodemkartering van Flevoland. Was van 1957 tot 1981 verbonden aan de VU - tot 1960 als part-time lector in de geologie - daarna als hoogleraar in de fysische geografie en kwartairgeologie. Was van 1977 tot 1985 algemeen directeur van het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (Arnhem, Leersum, Texel), daarna Directeur Landbouwkundig Onderzoek en van 1987 tot 1990 voorzitter van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek. Schreef vele publicaties over de fysische geografie en kwartairgeologie van Nederland. Ref.: BJ91, Geologie en Mijnbouw 1981 n3, WWN1. (vdt647)
«
(Hoogeveen 11 apr. 1821 - Groningen 21 mrt. 1871), handelaar, politicus. Autodidact die veel over handel, economie en statistiek publiceerde in tijdschriften. Was lid van PS. Schreef o.m. Iets over de scheepvaart- en afwateringskanalen in de Provincie Groningen (1857). Ref.: NBW4. (vdt648)
«
(Deventer 21 okt. 1862 - Velp 18 apr. 1940), ingenieur. Was, na in 1887 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS achtereenvolgens bij stroommetingen in het Krabbersgat, bij de aanleg van het Merwedekanaal, te Vlissingen en Den Bosch. Heeft, van 1915 tot 1928 in dienst van RWS Directie Groningen en sinds 1918 als HID, veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de haven van Delfzijl. Was lid van de Staatscommissie Lorentz. Schreef enkele korte artikelen w.o. Strand- en oeververdediging van het eiland Vlieland (1897) en De uitbreiding van de haven van Urk (1903). Ref.:ING 1940 n35 pA289-A290, PKN. (vdt649)
«
(Breda 3 apr. 1944 - Voorhout 9 jan. 2000), waterstaatshistoricus. Werkte, na zijn studie geschiedenis aan de Universiteit van Leiden, bij Amsterdam Boek/Het Spectrum. Was sinds 1981 werkzaam als historicus bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Was co-auteur van o.m. Atlas van historische plaatsen in de Lage Landen (1981), Leefbaar Laagland (1993) en Twee eeuwen Rijkswaterstaat (1998). (vdt650)
«
(Wissenkerke 27 feb. 1914 - Vlissingen 4 okt. 1990), waterbouwkundige. Werkte, na zijn opleiding aan het Zeeuwsch Instituut te Goes, bij RWS in Dordrecht, de PW van Zuid-Holland, de Dienst Wederopbouw te Katwijk aan Zee, sinds 1948 bij de Dir. Zeeland en tot zijn pensionering bij de Studiedienst Vlissingen. Schreef vele nota's en artikelen over de toestand van de Zeeuwse oevers en gaf in eigen beheer uit: Tussen afsluitdammen en deltadijken (4 dln., dl.1 met M.P. de Bruin, 1961-1973). Ref.: EZ. (vdt651)
«

Voorkant van: De Allerheiligenvloed van 1570 / K. de Vries en J.P. Winsemius. - 1e druk. - Leeuwarden: Miedema Pers, 1970
(Leeuwarden 1 aug. 1908 - Beetsterzwaag 21 okt. 1994), jurist, dijkgraaf, waterstaatshistoricus. Vestigde zich, na zijn studie rechten aan de VU van Amsterdam, in 1933 als advocaat te Sneek. Promoveerde in 1947 cum laude op De historische ontwikkeling van het waterstaatsrecht in Friesland. Was van 1948 tot 1975 in dienst van het Hoogheemraadschap Delfland en volgde in 1958 T.F.J.A. Dolk op als dijkgraaf. Was daarnaast raadadviseur in algemene dienst bij het MVW en bestuurslid van de Unie van Waterschappen. Inventariseerde de archieven van verschillende waterschappen en publiceerde veel over de rechtsgeschiedenis van waterschappen en waterstaat. Van zijn publicaties noemen we: Inleiding tot het waterstaatsrecht (1959), De Zeven Ambachten en het Hoogheemraadschap van Delfland (1962) en De Allerheiligenvloed van 1570 (met K. de Vries; 1970). Ref.: EF, LW 1961 n2 p49, WB 1994 n21 p900. (vdt652)
«

Titelblad van: De Zuiderzee: een herinneringswerk/ woord vooraf H. Colijn; bijdr. door J.C. Ramaer [et al.].- Amsterdam: Scheltema & Holkema, 1932. – bevat o.a. P.J. van Winter, De Zuiderzee in de geschiedenis van de Nederlandsche gewesten. - p. 9-36
(Utrecht 2 aug. 1895 - Groningen 6 mrt. 1990), historicus, hoogleraar. Studeerde letteren en promoveerde in 1927 te Leiden. Was leraar geschiedenis te Leiden, Groningen en Amsterdam en van 1939 tot 1965 hoogleraar in algemene en vaderlandse geschiedenis in Groningen. Ontving in 1953 een eredoctoraat van de universiteit van Stellenbosch. Schreef o.m. De Zuiderzee in de geschiedenis van de Nederlandsche gewesten (1932) en Twee eeuwen landmeters en ingenieurs (1985). Ref.: NGL, WID5-6, WWN63. (vdt653)
«
(Heerenveen 19 apr. 1882 - Maastricht 9 okt. 1960), ingenieur. Werkte, na in 1905 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij verschillende directies van RWS en van 1914 tot 1919 als directeur van OW in Suriname. Daarna bij RWS te Utrecht, Terneuzen en Den Haag. Was van 1933 tot 1948 HID van RWS in de directie Limburg en leidde de werkzaamheden aan het Julianakanaal en de gekanaliseerde Maas. Zette zich na 1945 in voor het herstel van de rivieren en kanalen en de droogmaking van Walcheren waarvoor P.Ph. Jansen met de uitvoering werd belast. Schreef Verslag van de Staatscommissie ingesteld bij KB van 7 januari 1921, no. 39 inzake den aanleg van een verbeterden scheepvaartweg van Amsterdam naar den Boven-Rijn (met J. Limburg; 1924). Ref.: WID5-6. (vdt654)
«

Eerste deel van artikel: Een ontwerp voor den afsluitdijk der Zuiderzee in gewapend beton / C. Wolterbeek. - 's- Gravenhage : Belinfante, 1916. - TIJD In: De ingenieur : orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs GEG: (1916) 39. - p. 753-764
(Haarlem 19 juni 1892 - Bloemendaal 18 okt. 1952), ingenieur. Werkte, na in 1914 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, met verschillende onderbrekingen bij RWS te IJmuiden. Was van 1946 tot 1957 in dienst als hoofdingenieur bij de Kon. Ned. Hoogovens en Staalfabrieken te IJmuiden. Schreef o.m. De verruiming van het Noordzeekanaal (1939). Ref.: WID5. (vdt655)
«

Wortman, Hendrik
(Amersfoort 25 mrt. 1859 - Den Haag 21 okt. 1939), ingenieur. Was, na in 1880 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij verschillende diensten van RWS, achtereenvolgens te Nijmegen, Zwolle, Assen, Haarlem en Den Haag. Was de eerste DG van de in 1919 opgerichte Dienst der ZZW, in 1929 in die functie opgevolgd door V.J.P. de Blocq van Kuffeler. Verkreeg in 1927 een eredoctoraat van de TH in Karlsruhe. Was ondervoorzitter van de Staatscommissie Zuiderzee, van 1933 tot zijn dood voorzitter van de Zuiderzeeraad en erelid van het KIVI. Zijn naam werd gegeven aan het gemaal van Oostelijk Flevoland bij Lelystad. Schreef diverse rapporten en artikelen en, met G.J. van den Broek, Geschiedenis en beschrijving van het Noordzeekanaal (1909). Ref.: ING 1929 n11 pA443, ING 1939 n47 pA443-A444, PKN, WND, ZJI. (vdt656)
«

Friesland: Lemmer. Gemaal ir. Wouda / B. Boekhoven; Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, 1989
(Noordhorn 5 apr. 1880 - Leeuwarden 11 juni 1961), ingenieur. Was, na zijn studie aan de PS te Delft, van 1903 tot 1908 werkzaam bij het Waterschap De Regge te Almelo, daarna tot 1947 bij PWS van Friesland, sinds 1912 als hoofdingenieur. Heeft veel bijgedragen aan de verbetering van de waterhuishouding in Friesland. Ontwierp en leidde de bouw van het zeer grote stoomgemaal bij Lemmer dat in 1920 in gebruik werd genomen en naar hem werd vernoemd. Onder zijn leiding kwam ook de verbetering van de Linde tot stand. Was lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Schreef: Over de afwatering van Friesland en hare geschiedenis (1951). Zie ook: G.L. Walther. Ref.: EF, ING 1961 pA536, WID5-6. (vdt657)
«
(Joure 4 sept. 1869 - Huizum 7 mei 1954; begraven te Westermeer), predikant, cultuurhistoricus. Studeerde theologie in Utrecht en promoveerde in Groningen. Stond als predikant te Hoorn (Terschelling), Roden, Zeerijp en Sneek. Was na zijn emeritaat in 1924 tot 1940 bibliothecaris van de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden. Wordt beschouwd als de geestelijke leider van de Friese taal- en cultuurbeweging. Van zijn talrijke publikaties wordt de vertaling van de bijbel in het Fries als zijn levenswerk beschouwd. Verder noemen we Tusschen Flie en Borne; schetsen uit de geschiedenis van Schellingerland (1900) en de biografie Pieter Mennes Bos en zijn nasporingen in het Hunze-Fivelgebied (1926). Zie ook: R. Tolman. Ref.: BJ55, BWN2, DWF1, EF, HLR, IB 1954 p233-239, NGL, PKN, WID5. (vdt658)
«