Home + Archief + Waterschrijvers
(Bagoe NOI 1 juli 1920 - Aerdenhout 12 nov. 2005), ingenieur.
Werkte, na in 1948 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij
RWS, van 1953-1960 als adjunct-secretaris van de Deltacommissie,
daarna bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Schreef:
Deltawerken en waterhuishouding (1959). (vdt583a)
«
(Aalburg 13 sep. 1657 - Dordrecht 26 aug. 1727), predikant,
hoogleraar. Studeerde in Utrecht en werd predikant in Dussen, Tiel,
Delfshaven en Dordrecht. Was aldaar tevens hoogleraar in
godsdienst, oosterse talen en oudheden. Schreef over godsdienstige
en historische onderwerpen w.o. De noodlijdende Alblasserwaardt
ofte omstandig verhaal van de dijk- en inbreuken sedert 1500 en
bijsonderlijk de in- en doorbrake van den Langedijk in 1726
(1727). Ref.: NBW10. (vdt584)
«
Henri Nicolaas ter Veen
(Amsterdam 19 feb. 1883 - Amsterdam 7 nov. 1949),
sociaal-geograaf, hoogleraar. Was, na zijn opleiding aan de
kweekschool in Haarlem, onderwijzer in Hoofddorp, later leraar
aardrijkskunde in Amsterdam. Studeerde aardrijkskunde en
promoveerde aan de UvA op De Haarlemmermeer als
kolonisatiegebied; proeve eener sociaal-geographische
monographie (1925), in feite een advies voor betere
kolonisatie van de Zuiderzeepolders. Werd lector, later hoogleraar
in de sociale en economische aardrijkskunde aan de UvA. Was van
1934 tot 1937 voorzitter van de Zuiderzeevereniging en inspirator
voor de oprichting in 1936 van de Stichting voor het
Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, het
tegenwoordige Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland. Ref.:
BWN3, GEN, VJB, WID5, ZJI, ZZP. (vdt585)
«
Voorkant van boek: Dredge drain reclaim!: the art of a nation / J. van Veen. - 4e editie. - 's-Gravenhage: Trio Printers, [1952]
(Uithuizermeeden 21 dec. 1893 - Voorburg 9 dec. 1959),
ingenieur. Was, na zijn studie aan de TH in Delft, van 1919 tot
1926 werkzaam bij de PWS van Drenthe en twee jaar bij de Surinaamse
Bauxiet Mij. Sinds 1929 werkte hij voor RWS aan de bouw van de dam
in het Hellegat (1931) en sinds 1933 als hoofd van de Studiedienst
bij de directie Benedenrivieren in Den Haag. Promoveerde te Leiden
op Onderzoekingen in de Hoofden in verband met de gesteldheid
der Nederlandsche kust (1936). Was van 1938 tot 1943 lid en
secretaris van de Stormvloedscommissie, sinds 1953 van de
Deltacommissie en was sinds 1958 hoofd van de Algemene Dienst van
RWS. Hij wordt algemeen erkend als de geestelijke vader van het
Deltaplan. Hij schreef verder: De Fivel en hare verzanding
(1930), Dredge, drain, reclaim, the art of a nation (1948)
en Waterhuishouding in Nederland (met F.P. Mesu; 1957).
Zie ook: J.J. Dronkers, A.G. Maris. Ref.: BWN5, W. van der Ham
Meester van de Zee, Johan van Veen, waterstaatsingenieur
1893-1959 (2003), ING 1960 n1 pA1-2, ING 1990 n1 p15-19, LW
1958 n4 p202-203, LW 1960 n1 p6-9, H.J. Stuvel De som van een
leven (1972), TWG 1996 p6, TWG 2001 p16-20, WID6, WND, WT.
(vdt586)
«
(Rotterdam 26 mrt. 1921 - Wageningen 12 feb. 1988),
landbouwkundig ingenieur, bodemkundige. Studeerde aan de LHS te
Wageningen en promoveerde in 1950 aldaar op De bodemgesteldheid
van het gebied tussen Lemmer en Blokzijl in het randgebied van de
Noordoostpolder. Was verbonden aan de LHS en deed veel
bodemkundig onderzoek o.m. in Friesland en Iran. Schreef diverse
artikelen in Boor en Spade en verder o.m. De bodem van
Friesland (1950). (vdt587)
«
(Lienden 26 juli 1862 - Winterswijk 29 jan. 1908), geograaf,
publicist. Schreef diverse artikelen over niveauveranderingen,
vergelijkingsvlakken en kleine riviertjes in ons land w.o. De
Groenlosche Slinge en haar stroomgebied boven het dorp
Winterswijk (1901) en De rivier de Linde en haar
stroomgebied boven de Oldeberkoopster draaibrug (1904). Ref.:
NP 1951. (vdt588)
«
(Oldeboorn 1690 - Langweer 1773), burgemeester. Was van 1722 tot
1772 'grietman' van Doniawerstal en lid van GS. Kreeg vooral
bekendheid door verveningen bij Langweer en zijn verhandeling tegen
het onoordeelkundig uitvenen: Remonstrantie aan de Staten van
Friesland over het regt van vergraving der laage veenen in de
grietenijen Aengwirden, Schoterland, enz. (1766). Ref.: EF.
(vdt589)
«
Voorkant van: Fortse en soeticheijt in de waterbouwkunde / Velde van de. - 1e druk. - Delft : Uitg.Waltman, 1967
(Utrecht 22 nov. 1913 - Alblasserdam 10 mei 2001), ingenieur,
hoogleraar. Werkte, na in 1937 te zijn afgestudeerd aan de TH in
Delft, twee jaar bij het WL in Delft en van 1938 tot 1967 in
verschillende functies bij RWS. Was in 1945/46 toegevoegd aan de
Dienst Droogmaking Walcheren; figureerde als "Schonebloem" in
Het verjaagde water (1947) van A. den Doolaard. Was na de
Februariramp van 1953 werkzaam bij de Dienst Dijkherstel Zeeland
belast met dijkdichtingen te Terneuzen, Kruiningen, Rilland-Bath en
leidde de afsluiting van het zeer grote stroomgat bij Schelphoek.
Was van 1954 tot 1967 HID van de Deltadienst Noord van RWS en van
1967 tot 1980 hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft. Schreef
o.m. Afsluiting stroomgat Schelphoek (met F. Gerritsen; 3
dln., 1955), Fortse en soeticheijt in de waterbouwkunde
(inaugurele rede, 1967) en Kritische beschouwingen bij het
rapport van de Commissie Oosterschelde (1974). Ref.: AB,
Dertien maal Delta (1981), LW 1967 n3 p166. (vdt590)
«
(1703 - 1755), waterbouwkundige. Schreef enkele werken op
rivierkundig gebied w.o. Rivierkundige verhandeling afgeleid
uit waterwigt- en waterbeweegkundige grondbeginselen en
toepasselijk gemaakt op den Rhijn, de Maas, de Waal, de Merwede en
de Lek (1749, 2e dr. 1768). Ref.: BW, WND. (vdt591)
«
Voorkant van: Heemschut, volkskunst en de drooglegging der Zuiderzee / D.J. van der Ven. - Amsterdam: Van Rossem, 1930
(Amsterdam 1 apr. 1891 - Lunteren 15 mei 1973), folklorist,
publicist. Schreef tientallen boeken en duizenden artikelen over
oude ambachten, volksleven, cultuur en natuur in Nederland. Zette
zich van jongs af in voor het behoud van natuurgebieden, monumenten
van geschiedenis en cultuur en voor de oprichting van het
Nederlandse Openluchtmuseum te Arnhem. Van zijn talloze publicaties
noemen we slechts De stervende folklore der Zuiderzee
(1932) en de film Folklore en oude ambachten rond de Zuiderzee
anno 1928, een film uitgebracht door het Nederlands
Filmarchief in samenwerking met het Zuiderzeemuseum (1997). Ref.:
PKN, WP7. (vdt592)
«
(Sappemeer 26 mrt. 1808 - Groningen 30 nov. 1873), burgemeester,
regionaal historicus. Veelzijdig autodidact, gaf reeds op jeugdige
leeftijd wintercursussen in rekenen en zeevaartkunde aan schippers
uit de veenkoloniën. Werd op zijn achttiende turfmeter in
Heerenveen, later landmeter bij het kadaster. In Winschoten werd
hij ijker van maten en gewichten, wethouder, lid van PS en
burgemeester. Tenslotte was hij chef-ijker te Groningen voor de
gehele provincie. In 1864 verleende de universiteit van Groningen
hem een eredoctoraat. Schreef over geografie, bodemdaling,
landaanwinning, ontginning, landmeten en waterpassen w.o. Over
het dalen van de noordelijke kuststreken van ons land (1854),
De hooge venen en het veenbranden (1855) en
Beschouwingen van de veelzijdige voordeelen van eene
inpoldering van een gedeelte van den Dollard (1856). Zie ook:
G. Acker Stratingh. Ref.: BNE, NBW4, VGV. (vdt593)
«
(roepnaam: Rien; Middelburg 26 nov. 1920 - Middelburg 13 jan.
2009), econoom, politicus. Was, nadat hij in 1947 was afgestudeerd
aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam, van 1948
tot 1976 directeur van het Economisch Technologisch Instituut voor
Zeeland. Had daarnaast vele bestuurlijke en adviserende functies in
de gewestelijke en landelijke politiek. Schreef behalve
tijdschriftartikelen ook enkele boeken, waaronder: Het
Deltaplan; verleden, heden en toekomst van het deltagebied
(1955). Ref.: Dertien maal Delta (1981) p. 20, WWN2,
WWN63. (vdt593a)
«
(Boxtel 9 nov. 1744 - Boxtel 23 apr. 1813), aannemer. Werkte als
landmeter, architect en aannemer, actief in de politiek en lid van
de TK. Schreef: Verhandeling over de hinderpaalen tot het
graaven van een kanaal van 's-Hertogenbosch tot Maastricht of
Luik (1787). Dit kanaal, de Zuid-Willemsvaart, is in 1826
onder het bewind van Koning Willem I tot stand gekomen. Ref.: BB3,
NBW9. (vdt594)
«
(Rotterdam 14 feb. 1860 - Rotterdam 19 okt. 1948), architect,
tekenaar. Vestigde zich, na in 1882 te zijn afgestudeerd als
bouwkundig ingenieur aan de PS te Delft, als architect te
Rotterdam. Was bestuurslid van verschillende verenigingen op
bouwkundig en cultuurhistorisch gebied en was van 1902 tot 1935 lid
van de GR te Rotterdam. Ontwierp diverse gebouwen en kerken in
binnen- en buitenland. Vervaardigde aquarellen en tekeningen
waarmee hij zijn publicaties illustreerde zoals in De Rotte met
de Bleiswijksche meren en de omliggende gemeenten Hillegersberg,
Bergschenhoek, Bleiswijk, Moercapelle en Zevenhuizen (1936).
Ref.: NBK, PKN, WID5. (vdt595)
«
(Den Helder 2 mei 1883 - Amersfoort 7 okt. 1947), ingenieur.
Werkte, na in 1904 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, van
1908 tot 1916 bij de marine. Richtte in 1917 met A.W.C. Dwars en A.
Groothoff te Rotterdam een ingenieursbureau op waaruit DHV te
Amersfoort is ontstaan. Was, als opvolger van A.W.C. Dwars, van
1934 tot zijn dood directeur van DHV. Schreef o.m.
Dijkverzwakkingen bij stormvloed (met J.W. Thierry; 1918).
Ref.: D. Hillenius De geschiedenis van het Technisch
Adviesbureau voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(1992). (vdt596)
«
(roepnaam: Jankees; Dordrecht 11 jan. 1917 - Dordrecht 13 aug.
1966), bioloog, leraar, natuurkenner. Was, na zijn studie biologie
(1937-1945) aan de RU te Leiden, leraar biologie aan het
gemeentelijk lyceum te Dordrecht. Schreef verscheidene artikelen in
De Levende Natuur o.m. over het Eiland van Dordrecht en de
Biesbosch, m.n. over zeevissen en watervogels. Voorts: Tussen
Merwede en Amer: een beschrijving van de Biesbosch (met H.A.
Schönhage; 1949) en Het ontstaan van de Sliedrechtse
Biesbosch (1961). Zie ook: T. Lebret. Ref: IBV. (vdt597)
«
(Sprang 27 feb. 1886 - Den Haag 1 mrt. 1976), ingenieur. Werkte,
na in 1910 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, bij de Domeinen
in Zeeland, later tevens voor de landaanwinningswerken aan de
Friese en Groningse kust. Na de 2e WO werkzaam bij het Departement
van OW en Wederopbouw en sinds 1948 als HID bij RWS. Na
pensionering adviseur op het gebied van bedijking en
landaanwinning. Gaf, met J. de Hullu, het Tractaet van
Dijckagie door Andries Vierlingh uit (1920; heruitgave 1973).
Schreef verder o.m. Aanteekeningen over landaanwinning en
dijksbouw in Zeeland (1924), Ontstaan en inpoldering van
den Zuid-Hollandschen Biesbosch (1929) en Wijzen van
bevordering van de landaanwinning (1938). Ref.:ING 1976 p276,
LW 1962 n1 p9, WID5-6. (vdt598)
«
(Rijswijk NB 14 dec. 1917 - Ens 18 feb. 2001), bodemkundige,
hoogleraar. Werkte, na zijn studie aan de LHS in Wageningen, als
landbouwwetenschappelijk onderzoeker bij de Directie Wieringermeer
(Noordoostpolderwerken), later bij de Rijksdienst voor de
IJsselmeerpolders te Kampen. Promoveerde in 1953 op Over de
zout- en vochthuishouding van geïnundeerde gronden. Was in de
jaren zeventig hoogleraar aan de LHS te Wageningen. Schreef vooral
over bodemkundige aspecten van landaanwinning en werkte mee aan het
boek In het spoor van de pioniers; 35 jaar Noordoostpolder
(1977). (vdt598a)
«
(Amsterdam 11 jan. 1893 - Noordwijk 16 mei 1984), zeevaarder,
schrijver. Was, na zijn opleiding aan de zeevaartschool, van 1910
tot 1953 werkzaam bij de Holland-Amerika Lijn, laatstelijk als
commodore van de vloot en kapitein van de Nieuw-Amsterdam. Zijn
belevenissen als stuurman, later als kapitein, verwerkte hij sinds
1924 in zijn romans zoals Van havens en zee-en (1932), een
toneelstuk en zijn poëzie Wolken en Water (1937). Ref.:
EW, WID5-6, WWN63. (vdt599)
«
(Warnsveld 1 sep. 1882 - Nijmegen 20 okt. 1982), ingenieur. Was,
na in 1908 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, werkzaam bij
Waddell bruggenbouwers te Kansas City, van 1910 tot 1918 bij de
gemeente Rotterdam en van 1918 tot 1963 als firmant van het
Ingenieursbureau v/h J. van Hasselt en de Koning te Nijmegen.
Schreef diverse artikelen in De Ingenieur zoals:
Drooglegging in de Noorder Buurtschen polder (1941). Werd
in 1942 lid van de Raad voor de Waterhuishouding en in 1949 van de
Zuiderzeeraad. Was sinds 1953 lid van de Deltacommissie. Zijn naam
is onlosmakelijk verbonden met het stroomgebied van de Oude IJssel,
waarover hij schreef: De Oude IJssel; de veelzijdige rol van
het water (1966). Ref.: Hakoerier (1981, 1982), HM
2001 n3 p81, Honderd jaar Haskoning (1981), RHN p22, WID5.
(vdt600)
«
Voorkant van: De Lauwerzee en hare geulen, in verband met de verbetering van den binnenlandschen waterstaat van Friesland / door S.J. Vermaes. - Leeuwarden : Coperatieve Handelsdrukkerij, [1879]
(Hellevoetsluis 2 mei 1839 - Leeuwarden 10 dec. 1902),
ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de KA te Delft, bij de aanleg
van spoorwegen te Leeuwarden, Groningen, Enschede en Dordrecht. Bij
Moerdijk bouwde hij de in 1872 gereedgekomen spoorbrug over het
Hollands Diep. Was vele jaren hoofdingenieur van de PWS in
Friesland, waar hij in belangrijke mate bijdroeg aan de verbetering
van de Friese zeedijken en vaarwegen. Was geducht voorstander van
afsluiting van Lauwerszee en Zuiderzee en was lid van de
Staatscommissie Zuiderzee. Schreef o.m. De Lauwerszee en hare
geulen in verband met de verbetering van den binnenlandschen
waterstaat in Friesland (1879) en Verbetering en
kanalisatie van de Tjonger (1890). Ref.: EF, NBW6.
(vdt601)
«
(Noordwijk aan Zee 12 mei 1899 - Schoorl 24 sep. 1981), bioloog,
leraar, natuurbeschermer. Studeerde biologie te Leiden en
promoveerde aldaar in 1926. Werkte van 1924 tot 1926 als leraar
biologie te Middelharnis, tot 1931 als zoöloog in NOI en was van
1932 tot 1965 directeur van het Zoölogisch Station in Den Helder,
het latere NIOZ op Texel. Schreef over watervogels en zeedieren en
o.m. Resultaten van hydrografisch onderzoek in de
Waddenzee (1950). Zie ook: G.W. Harmsen. Ref.: IBV, WID5-6.
(vdt602)
«
Titelblad van: Tractaet van Dyckagie / A. Vierlingh. - herdruk. - 's Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1920
(ca. 1507 - ca. 1579), waterbouwkundige, dijkgraaf. Was o.m.
schepen te Breda, rentmeester van Steenbergen en dijkgraaf aldaar.
Schreef het vermaarde Tractaet van Dyckagie (onvoltooid,
beëindigd ca. 1578) dat in 1920 werd uitgegeven door J. de Hullu en
A.G. Verhoeven. Het geeft een beeld van de waterstaatkundige
praktijk en het dijkwezen in de 16e eeuw. In 1973 verscheen daarvan
een herdruk, uitgegeven door de Ned. Ver. van Kust- en Oeverwerken
te Rotterdam. Ref.: EZ, GTW, JCBG, NGL, OTAR 1958 n3 p231-234, PT
1982 n2, SWW 1976 n2 p31-33. (vdt603)
«
(Oosterland, Zld. 25 aug. 1880 - Schuddebeurs 15 apr. 1965),
onderwijzer, natuurkenner. Was korte tijd onderwijzer in Rotterdam
en Haarlem, daarna schoolhoofd te Noordgouwe op Schouwen. Was sinds
1908 een fervent fotograaf van zee- en watervogels en illustreerde
daarmee zijn artikelen in De Levende Natuur, Ardea en
Natura en enkele vogelboeken. Was erelid van de Natuur- en
Vogelwacht Schouwen-Duiveland. Ref: IBV. (vdt604)
«
(Lekkerkerk 3 jan. 1881 - Amsterdam 16 aug. 1950), leraar,
fysisch geograaf. Was aanvankelijk enige jaren onderwijzer te
Kinderdijk, later in Amsterdam. Studeerde geografie aan de RU van
Utrecht en werd leraar aardrijkskunde en biologie in Utrecht, later
te Amsterdam. Verzamelde en analyseerde sinds 1920 bodemgegevens
langs de Lek en promoveerde daarmee in 1926 te Utrecht op De
Lekstreek, een aardrijkskundige verkenning van een bewaard
deltagebied. Breidde daarna tot 1942 zijn onderzoek uit tot de
gehele westelijke Rijndelta. Na zijn overlijden werd het manuscript
bewerkt door F. Landmeter en A.C.W. Korevaar en postuum uitgegeven
onder de titel De Rivierstreek (1954). Fungeerde, naast
zijn leraarschap, vele jaren als bibliothecaris van het KNAW. Ref.:
HEK 1988 p45-49. (vdt605)
«
(Kruiningen 31 aug. 1909 - Zeist 6 nov. 1990), waterbouwkundige.
Werkte sinds 1931 bij de directie Sluizen en Stuwen van RWS te
Utrecht, vervolgens op Terschelling, in Den Helder - waar hij in de
jaren vijftig de leiding had over de uitbreiding van de marinehaven
- en te Alkmaar. Was daarna werkzaam als hoofdwaterbouwkundige bij
de Grontmij in De Bilt. Was een productief schrijver die
uitstekende artikelen schreef in OTAR zoals: De schutsluis c.a.
te Wijk bij Duurstede (met B. Hakkeling; 1939) en De
Noordzeekust van Vlieland (1946). Schreef ook enige
monografiëen: Rijshout-, riet- en stroconstructies (1953)
en het bekende boek Asfalt in de waterbouwkunde (1955),
dat diverse herdrukken beleefde. (vdt606)
«
Eerste pagina van artikel: Ontwatering van de Wieringermeergronden / M.F. Visser TIJD In: Landbouwkundig tijdschrift GEG: 47 (1935). - p. 845-851
(Nieuwe Niedorp 5 dec. 1875 - Wageningen 18 dec. 1949),
landbouwkundig ingenieur, hoogleraar. Werkte, na zijn opleiding aan
de Rijkslandbouwschool te Wageningen en de universiteit van Halle,
als directeur van N.V. Visser's Landbouwkantoor te Amsterdam. Was
van 1918 tot 1948 hoogleraar in de landbouwwerktuigen, afwatering
en polderbemaling aan de LHS te Wageningen. Schreef o.m.
Polderbemaling (1912), De overstrooming en onze
verdediging ertegen (1916), De Hollandsche molen en de
windbemaling (1926), Bedijkingen voorheen en thans
(1941) en Bemaling der Zuiderzeepolders (1965). Ref.:
WID5. (vdt607)
«
Vissering, Gerard
(Leiden 1 mrt. 1865 - Bloemendaal 17 dec. 1937), econoom.
Bekleedde verschillende belangrijke functies in de financiële
wereld, o.m. president van de Nederlandsche Bank en adviseerde in
de Duitse herstelbetalingen en het herstel van de goudstandaard in
Zuid Afrika. Voltooide, na overlijden van H.C. van der Houven van
Oordt - secretaris van de Zuiderzee-Vereniging - de tweede druk van
het belangrijke rapport De economische beteekenis van de
afsluiting en drooglegging der Zuiderzee (1901; 1e dr. 1898).
Was van 1913 tot 1934 voorzitter van de Zuiderzeevereniging en
sinds 1919 ondervoorzitter van de Zuiderzeeraad. Zijn naam is
gegeven aan het gemaal van de Noordoostpolder bij Urk. Ref.: BWN3,
ING 1938 pA23-A25, NGL, VJB, WG, WP7, ZJI, ZZP. (vdt608)
«
(Hoorn 6 juli 1909 - Wageningen 17 feb. 1999; sinds 1953 gehuwd
met C.H. Edelman), geomorfologe. Studeerde sociale geografie in
Utrecht en promoveerde aldaar in 1942 op Historisch-morfologisch
onderzoek van eenige Zeeuwsche eilanden. Was sinds 1948 werkzaam
bij de Stichting voor Bodemkartering te Wageningen. Schreef diverse
artikelen over het ontstaan van de Nederlandse kust, de zeegaten en
riviermonden w.o. Resultaten van een onderzoek naar de kaarten
van het zeegat van het Vlie van de 16e eeuw tot 1800 (1936),
De veranderingen in den mond van de Westerschelde van het begin
der 16e eeuw tot omstreeks 1800 (1942), Bijdragen tot de
geschiedenis van de Schelde (1944) en Voorlopers van de
bodemkartering (1948). Ref.: HGT 1999. (vdt609)
«
(Amsterdam 20 jan. 1911 - Nieuwehorne 14 feb. 1993),
bosbouwkundig ingenieur, natuurbeschermer. Werkte, na in 1938 te
zijn afgestudeerd in de Nederlandse en koloniale bosbouw aan de LHS
te Wageningen, bij Staatsbosbeheer in Utrecht, sinds 1942 als
houtvester te Leeuwarden en van 1966 tot 1976 als HID van
Landinrichting Noord Nederland. Was van 1946 tot 1982, met
onderbrekingen, bestuurslid van It Fryske Gea en werd bij zijn
afscheid tot erelid benoemd. Schreef o.m. Over hoog- en
laagveenassociaties (1938), Het botanisch onderzoek van
het Naardermeer (met E.M. van Zinderen Bakker; 1940) en De
toekomst van het Lauwerszeegebied (1963) en Het Friese
Landschap (1980). Zie ook: G. Kruseman. (vdt610)
«
(Rotterdam 3 juli 1917 - Zoetermeer 3 sep. 2000), ingenieur,
hoogleraar. Bracht een deel van zijn jeugd door in Le Havre en
studeerde in 1940 af als civiel ingenieur aan de TH te Delft.
Werkte daarna tot 1956 bij de Dienst der ZZW in Den Haag. Bracht in
1954, met P.Ph. Jansen, advies uit over de inpoldering van de
Hachiro Gata lagune in Japan. Werd in 1956 hoofd van de Dienst voor
de Waterhuishouding van de DWW en droeg bij aan de activiteiten van
de Commissie voor Hydrologisch Onderzoek TNO en de oprichting van
de Dienst Grondwaterverkenning TNO. Was in 1957 mede-oprichter van
het IHE en gaf tot 1992 colleges Polders en Hydrologie aan
studenten uit ontwikkelingslanden. Was van 1965 tot 1982
buitengewoon hoogleraar hydrologie aan de TH te Delft. Ontving in
1984 de International Hydrology Prize van de IAHS, Unesco en WMO.
Schreef o.m. Geohydrologische gesteldheid van het oude land
langs de Noordoostpolder, tussen Lemmer en Blokzijl (1948),
Het randmeer langs de Veluwe (1954), De Afsluitdijk
1932-1982 (1982) en De twee belangrijkste uitdagingen in
de geschiedenis van de waterbeheersing en de inpoldering in
Nederland (1995) en was voorzitter van de commissie die het
boek Leefbaar Laagland (1993) uitgaf. Ref.: LW 1965 n2
p107, LW 2000 n10 p10, Opinie 11 okt. 2000. (vdt611)
«
(Sliedrecht 31 juli 1890 - Den Haag 28 mei 1969), ingenieur.
Was, na in 1916 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1955
in dienst van RWS. Werkte aanvankelijk bij het Noordzeekanaal en
van 1928 tot 1935 bij de aanleg van het Julianakanaal, en was
daarna tot 1946 als hoofdingenieur gedetacheerd bij PWS van
Friesland. Was als zaakkundige belast met de verbetering van de
Friese kanalen, als hoofdingenieur opgevolgd door A. Burger.
Schreef o.m. Enige mededelingen betreffende de aanleg van het
Julianakanaal (1933). Ref.: EF. (vdt612)
«
Plan voor inpoldering Zuiderzee door Volkers, 1971 uit: Het Zuiderzeeproject: drie eeuwen inspiratie voor plannenmakers / samenst. Rijksdienst voor de IJsselmeepolders. - Lelystad: Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, 1976
(Zutphen 21 juli 1904 - Ruurlo 1 sep. 1973), ingenieur. Werkte,
na in 1928 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enkele jaren
bij het Waterschap de Regge te Almelo. Was sinds 1930 werkzaam bij
RWS, achtereenvolgens te Brielle, Middelburg, Assen en Haarlem. Was
in 1945 gedetacheerd bij de droogmaking van Walcheren. Volgde in
1962 P.Ph. Jansen op als HID van de Deltadienst en droeg deze taak
bij zijn pensionering in 1969 over aan H.A. Ferguson. Ref.: DBD
1969 n50 p515, ING 1962 pA677, ING 1973 n42 p836, LW 1962 n5 p184,
WID6, WWN63. (vdt613)
«
(Haarlem 5 juni 1876 - Huis ter Heide 31 okt. 1967), filoloog,
archeoloog, hoogleraar. Na zijn studie in Brussel, Göttingen,
Berlijn en Athene, was hij hoogleraar in de Griekse taal- en
letterkunde te Groningen en Utrecht. Leidde als archeoloog de
opgravingen op het Griekse eiland Argos en (1934-1938) op het
Domplein te Utrecht. Van zijn publikaties noemen we: De dijk
van Drusus (1938) en De waterwerken van Drusus in
Nederland (1939). Zie ook: P.C.J.A. Boeles. Ref.: BJ68, NGL,
WID5-6, WP7, WWN63. (vdt614)
«
(Utrecht 16 okt. 1911 - Utrecht 22 nov. 2001), leraar,
historicus. Werd in 1932 onderwijzer en behaalde in 1941 de akte
MO-Geschiedenis bij Prof. J.M. Romein. Was van 1945-1976 leraar
geschiedenis (later conrector) aan de Thorbecke Scholengemeenschap
te Utrecht. Werkte vanaf 1945 mee aan Oosthoeks Encyclopedie en
schreef enkele geschiedenisboeken w.o. Nijhoffs
Geschiedenislexicon (1968). (vdt614a)
«
(roepnaam: Daan; Delft 2 juni 1927 - Velp 6 juni 1997),
ingenieur. Was, na in 1952 te zijn afgestudeerd in de weg- en
waterbouwkunde aan de TH Delft, werkzaam bij RWS in de directies
Limburg, Gelderland, Zuid-Holland, Benedenrivieren en
Bovenrivieren, in beide laatste als HID. Was daarnaast
Rijnvaartcommissaris bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den
Haag. Schreef artikelen over o.m. oude scheepvaartkanalen,
waterradmolens en waterkracht in Nederland en enkele biografiëen;
een selectie hieruit werd postuum uitgebracht in Grepen uit de
waterstaatsgeschiedenis (2000), waarin ook in het kort zijn
levensloop. Zie ook: K.van Til. (vdt615)
«
(Bergen op Zoom 26 mrt. 1866 - Arnhem 17 juli 1954), ingenieur,
hoogleraar. Werkte, na in 1888 te zijn afgestudeerd aan de PS te
Delft, achtereenvolgens bij de spoorwegen in NOI, te Winterswijk en
in Utrecht. Was van 1897 tot 1901 directeur van GW te Leiden en
daarna tot 1936 hoogleraar in de aanleg en exploitatie van wegen en
de theoretische hydraulica aan de TH in Delft. Naar aanleiding van
de stormvloed in 1916 ontwikkelde hij een grondslag voor de
berekening van getijden in ondiepe wateren en rivieren: Invloed
van eb en vloed op de benedenrivieren (1916). Ref.: ING 1954
n31 pA397, WND. (vdt621)
«
de Vries, Gerrit
(Haarlem 22 feb. 1818 - Den Haag 4 mrt. 1900), politicus,
waterstaatsjurist. Na zijn studie rechten te Leiden vestigde hij
zich als advocaat te Haarlem en bekleedde diverse bestuurlijke
functies. Zijn belangstelling ging vooral uit naar
waterschapsproblemen. Publiceerde o.m. De kaart van Hollands
Noorderkwartier in 1288 (1864), De zeeweringen en
waterschappen in Noord-Holland (1864) en Het dijks- en
molenbestuur in Holland's Noorderkwartier onder de grafelijke
regering en gedurende de republiek (1876). Voor de
waterstaatkundige terminologie werkte hij mee aan het
Woordenboek der Nederlandsche Taal (1864 e.v.) van De
Vries (zijn broer Matthias) en Te Winkel. Ref.: HOL 1983 n3-4
p137-144, NBW9. (vdt616)
«
(Wormerveer 10 feb. 1871 - Den Haag 14 feb. 1954),
marine-officier. Was, vanuit zijn functie bij de marine, sinds 1919
gedetacheerd bij de Directie der ZZW, belast met de uitvoering van
dieptemetingen in de Zuiderzee. Werd in 1922 chef van de
hydrografische dienst bij de ZZW. Schreef daarover o.m. De
getijbeweging in de Zuiderzee en de afsluiting en drooglegging van
de Zuiderzee (1918) en Hydrografische beschouwingen over
de afsluiting van de Zuiderzee (1921). Ref.: NP1941.
(vdt617)
«
(Smilde 22 jan. 1891 - Den Haag 3 jul. 1978), ingenieur. Was, na
in 1915 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot zijn
pensionering in dienst van RWS. Begon in Den Helder, werkte daarna
bij de kanalisatie van de Maas waar hij in 1932 de leiding overnam
van C.W. Lely. Was vervolgens werkzaam bij de Directie
Benedenrivieren, van 1942 tot 1956 als HID en enige jaren als HID
van de directie Zeeland. Was sinds 1953 lid van de Deltacommissie
en bij de oprichting van de Deltadienst in 1956 HID, nog datzelfde
jaar opgevolgd door P.Ph. Jansen. Schreef diverse artikelen w.o.
Het ontwerp voor de stuw in de Maas te Linne (1921),
Bouw van de stuw te Belfeld (1925), De Maasverbetering
voltooid (1947) en Het plan tot afsluiting der zeearmen
(Deltaplan) in het bijzonder bezien in verband met de
voorgeschiedenis ervan (1954). Zie ook: P.Ph. Jansen, A.G.
Maris. Ref.: ING 1978 p598, Levend Verleden 2005 n2
p18-22. (vdt618)
«
(roepnaam: Jan; Hooge Zwaluwe 9 mei 1898 - Hoogeveen 8 feb.
1978), ingenieur, leraar. Studeerde in 1922 af als
werktuigbouwkundig ingenieur aan de TH in Delft en werkte tot 1928
als constructeur in de industrie. Was daarna tot 1964 werkzaam als
leraar aan de MTS (later HTS) te Haarlem, van 1941 tot 1946 te
Dordrecht. Schreef een aantal leerboeken voor het hoger technisch
onderwijs en was één van de redacteuren van De technische
vraagbaak, in het bijzonder ook van deel W: Weg- en
Waterbouwkunde (met A.P. Potma en J.Th. Thijsse; 1951).
(vdt619)
«
(Bolsward 11 nov. 1917 - Leeuwarden 21 aug. 1999), leraar,
historicus. Werkte tot 1955 als onderwijzer en leraar geschiedenis
en tot 1962 als directeur van een kweekschool te Leiden. Studeerde
rechten en promoveerde in 1955 cum laude aan de RU van Groningen.
Was van 1964 tot 1980 wetenschappelijk directeur van de Fryske
Akademy in Leeuwarden en van 1968 tot 1987 lid van de EK. Naast
zijn meest bekende werk Geschiedenis van Friesland (red.
met J.J. Kalma en J.J. Spahr van der Hoek; 1968) noemen we: De
Allerheiligenvloed van 1570 (met J.P. Winsemius; 1970). Ref.:
WWN1, WWN63. (vdt620)
«
Voorkant van boek: Vrouwen van Urk: een boekje over vrouwenleven op het eiland Urk / samenst. T. de Vries. - [Urk]: Stichting Urker Uitgaven, 1982
(roepnaam: Uilke; Veenwouden 26 april 1907 - Amsterdam 21 jan.
2005), schrijver, dichter. Doorliep het gymnasium in Apeldoorn en
werkte in uiteenlopende beroepen, onder meer als medewerker van de
openbare leeszaal in Sneek (1929-1937) en als journalist.
Debuteerde met gedichten en schreef in 1931 zijn eerste roman.
Theun de Vries was een veelzijdig, sociaal bewogen, schrijver van
meeslepend verhalend proza, reisverhalen en hoorspelen. Hoewel
autodidact, maakte hij zich grote historische kennis eigen, getuige
diverse biografieën en historische essays. Als Waterschrijver
manifesteerde hij zich in: Sint-Elizabeth (in: De
gesprenkelde vogel; 1969) over de overstroming van de Groote-
of Zuidhollandsche Waard in 1421. In 1962 ontving hij de P.C.
Hooftprijs en in 1979 verleende de RU Groningen hem een
eredoctoraat. Ref.: EW, LML, LNA, LNL, WP7, WWN63. (vdt620a)
«
zie: Cruys Voorberg
«