Home + Archief + Waterschrijvers
(Amsterdam 4 dec. 1814 - Amsterdam 25 juli 1880), jurist, leraar, politicus. Studeerde rechten in Leiden en promoveerde aldaar in de wis- en natuurkunde. Vestigde zich als advocaat te Amsterdam en was daar tevens leraar in de logica en vaderlandse geschiedenis. Was lid van de gemeenteraad, wethouder van OW en lid van de TK belast met technische en onderwijszaken. Schreef: Adviezen omtrent eenige belangrijke onderwerpen: (1) Een kanaal van Amsterdam door de Geldersche Vallei naar den Boven Waal (1879). Ref.: NBW9. (vdt561)
«

Voorkant van: De landaanwinning op de Friesche Wadden in hare noodzakelijkheid, uitvoerbaarheid en voordeelen, beschouwd en toegelicht / door P.J.W. Teding van Berkhout. - Zwolle: Tjeenk Willink, 1867
(Olst 6 aug. 1825 - Deventer 6 jan. 1895), jurist. Na zijn studie rechten en promotie te Leiden, vestigde hij zich als advocaat in Deventer. Richtte in 1869 de Mij. tot Landaanwinning op de Friesche Wadden op. Als directeur van de werken woonde hij in een keet bij Nes op Ameland. De afsluitdam kwam in 1879 gereed, maar werd door de stormen van 1881 en 1882 vernield en aan de elementen prijs gegeven. Hij schreef daarover o.m.: De landaanwinning op de Friesche wadden en hare noodzakelijkheid, uitvoerbaarheid en voordelen beschouwd en toegelicht (1867). Ref.: EF, NBW4. (vdt562)
«

Titelblad van: De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid - Holland: dl. 1 Algemeene provinciale reglementen: het vasteland: afdeeling I het Hoogheemraadschap van Rijnland / L.F. Teixeira de Mattos. - 's - Gravenhage: Nijhoff, 1906
(Amsterdam 18 mei 1872 - Den Haag 30 okt. 1945), ingenieur, wethouder, publicist. Na zijn studie aan de PS te Delft vervulde hij diverse functies bij de waterstaat en in commissies van de overheid. Liet te Beekbergen landhuis Het Spelderholt bouwen, was wethouder van OW te Apeldoorn en bestuurslid van de Ned. Heidemij. Wijdde zich aan studie en publicatie op het gebied van de waterstaat en schreef o.m. Twee bescheiden met betrekking tot het dijkwezen in de provincie Overijsel (1900), De Dedemsvaart (2 dln., 1903) en zijn levenswerk De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid Holland (10 dln. in 14 bdn., 1906-1961), waarvan de voltooiing postuum door anderen heeft plaatsgevonden. Ref.: BWN2, HOL 1983 n3-4 p159-163, ING 1945 pA127, PKN. (vdt563)
«

Eerst pagina van artikel: De afsluiting van de Zuiderzee: voordrachten, gehouden voor de afdeeling voor Bouw- en Waterbouwkunde van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs op 13 januari 1933 te 's-Gravenhage. De uitvoering der Zuiderzeewerken / door het lid J.H. Telders. - TIJD In: De ingenieur: orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs. - GEG: 48 (1933) 18 (5 mei). - p. B. 78-86
(kleinzoon van J.M. Telders; Rhenen 6 feb. 1884 - Rhenen 31 mei 1957), ingenieur. Was, na zijn studie aan de TH te Delft, enige tijd werkzaam bij RWS en de spoorwegen. Werkte daarna in de baggerwereld en werd president-commissaris van Van Hattum en Blankevoort te Beverwijk. Was voorzitter van de raad van bestuur van de MUZ en van de Maastunnel N.V. Schreef: De afsluiting van de Zuiderzee (met V.J.P. de Blocq van Kuffeler en J.Th. Thijsse; 1933) en Enkele herinneringen van een aannemer die betrokken was bij het grote werk [bouw Afsluitdijk] (1957). Hij was de bedenker van het opschrift aan het monument op de Afsluitdijk "Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst". Ref.: HNJ, LW 1957 n3 p164-165, WID5-6. (vdt564)
«

Eerste pagina van: Het Zuiderzee - vraagstuk / J.M. Telders. - TIJD In: Mededeelingen die voor den aanstaanden Ingenieur of Technoloog van belang kunnen zijn. - GEG: (1892). - p. 4-10
(Den Bosch 24 mei 1842 - Delft 30 okt. 1900), ingenieur, hoogleraar. Was, na zijn studie aan de KA te Delft, vele jaren betrokken bij de bouw van spoorlijnen en het ontwerp van vele spoorbruggen over de grote rivieren. Werd hoogleraar en van 1897 tot zijn dood directeur van de PS te Delft, opgevolgd door J. Kraus. Redigeerde, met N.H. Henket en C.M. Schols, het handboek Waterbouwkunde (1885). Ontving voor zijn kundig advies inzake het herstel van de brug te Kampen in 1886 de Conrad-medaille. Was lid van het dagelijks bestuur van de Zuiderzeevereniging. Ref.: DLW, NBW7, WG. (vdt565)
«
(roepnaam: Cees; Arnhem 7 nov. 1889 - Den Haag 15 dec. 1960), ingenieur. Schreef, in het jaar waarin hij aan de TH in Delft afstudeerde als civiel ingenieur, in het tijdschrift De Natuur twee artikelen: Strandverdediging (1913) en De aanleg en constructie van strandhoofden (1913). Werkte tot 1920 bij de spoorwegen in NOI, tot 1925 voor RWS bij de bouw van de Noordersluis te IJmuiden en tot 1951 bij de HBM. Schreef daarna, als mede-redacteur van De Ingenieur, diverse artikelen. Ref.: ING 1961 n6 pA77-78, NP 1947. (vdt566)
«
(Leeuwarden 29 dec. 1919 – Leeuwarden 26 januari 2006), journalist, schrijver, publicist. Werkte sinds 1937 als zelfstandig journalist, later als schrijver van Friese en Nederlandse historische romans, toneelstukken, kinderboeken en detectives (Schaduw/Havank-reeks). Schreef over het bedrijfsleven, de Friese landbouw, sociaal-economische onderwerpen, biografisch werk en diverse boeken over land en volk van Noord-Nederland. Wij noemen slechts: De Noord-Oostpolder: wording en betekenis (1941), De kleine residentie [Schokland] (1951), De Lauwerszee is dicht (met C. van der Burgt; 1969), De Wadden, wisselende schoonheid (1976) en Vijftig jaar Wieringermeer (1980). Ref.: EF, WP7, WWN1, WWN2. (vdt566a)
«
(Den Haag 2 jan. 1879 - Haarlem 19 sep. 1961), ingenieur, geoloog. Studeerde mijnbouwkunde en promoveerde aan de TH te Delft op Die Niederländische Boden und die Ablagerungen des Rheines und der Maas aus der jüngeren Tertiär- und der älteren Diluvialzeit (1908). Was directeur van de Dienst Rijksopsporing van Delfstoffen en van de Rijks Geologische Dienst te Haarlem. Onder zijn leiding kwam een nieuwe Geologische Kaart van Nederland tot stand (190 dln.). Was lange tijd lid van het Algemeen Bestuur van het KNAG en schreef vele artikelen in het TKNAG. Naast zijn vele publicaties over de praktische exploitatie van de Nederlandse bodem, schreef hij o.m. De vorming van de Nederlandsche duinkust (1935). Ref.: BWN1, TKNAG 1961 p333, WP7. (vdt567)
«
(zoon van J.W. Thierry; Den Haag 7 jan. 1919 - Den Haag 17 aug. 1989; begraven op Oud Eik en Duinen), ingenieur, bibliothecaris. Trad, na in 1951 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, in dienst van GW in Den Haag, werkte enige jaren bij de Dienst der ZZW en was daarna bibliothecaris bij het WL in Delft. Schreef een uitvoerige literatuurstudie Het bezwijken van dijken (1963) en verzorgde de historische documentatie van het gedenkboek Water, van natuurgebeuren tot dienstbaarheid (1977). Ref.: OPEN 1989 p404. (vdt568)
«

Prof.ir. J.W. Thierry, werkzaam bij de Dienst der Zuiderzeewerken van 1919- 1930
(Leiden 23 juli 1883 - Den Haag 27 sep. 1963), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1908 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, als ingenieur bij de PW van Noord-Holland, van 1919 tot 1930 bij de Dienst der ZZW en daarna als hoogleraar in de waterbouwkunde aan de TH te Delft. Schreef o.m.: De strijd tegen Nederlands erfvijand (inaugurele rede; 1930) en Grasmat op dijken (1954). Was lid van de Raad van Bestuur van het KIVI. Zie ook: W.J.H. Harmsen. Ref.: BJ64, DLW, ING 1963 pA589, WID5-6, WND. (vdt569)
«

Titelblad van: Zal in het IJsselmeer de Markerwaard dan wel Zuidelijk Flevoland het eerst voor inpoldering in aanmerking komen? / J.P. Thijsse. - Meppel, 1959
(zoon van J.P. Thijsse; Amsterdam 27 april 1896 - Den Haag 6 jan. 1981), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1919 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, korte tijd bij de Dienst der ZZW. Verbleef van 1921 tot 1958 in NOI, eerst bij OW te Bandung en van 1949 tot 1954 als hoogleraar aan de TH in Bandung. Was daarna in Nederland werkzaam: vier jaar als algemeen adviseur van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, daarna bij het Instituut voor Sociale Wetenschappen in Den Haag. Schreef o.m. Zal in het IJsselmeer de Markerwaard dan wel Zuidelijk Flevoland het eerst voor inpoldering in aanmerking komen? (1959). Ref.: ING 1981 n7 p29, LW 1961 n5 p180, WWN63. (vdt571)
«

Voorkant van: Langs de Zuiderzee / Jac P. Thijsse; te illustreeren met Verkade's plaatjes naar teekeningen van L.W.R. Wenckebach, Jan Voerman Jr. en Edzard Koning. - Zaandam: Bakkerij de Ruyter" der firma Verkade & Comp, 1914
(roepnaam: Ko; Maastricht 25 juli 1865 - Overveen 8 jan. 1945; begraven te Bloemendaal), leraar, natuurbeschermer, publicist. Was onderwijzer in Amsterdam en Texel, leraar aan de kweekschool te Amsterdam en van 1921 tot 1930 aan het Kennemer Lyceum te Overveen. Was van 1906 tot 1945 secretaris van Natuurmonumenten, mede-oprichter van de KNNV en het tijdschrift De Levende Natuur. Schreef vele tijdschriftartikelen en teksten in de Verkade-albums. Speelde de sleutelrol in natuurbeleving en natuurbehoud in ons land en in de Vereniging Natuurmonumenten. In 1922 verleende de GU van Amsterdam hem een eredoctoraat. Thijsse's Hof werd hem bij zijn zestigste verjaardag geschonken. Schreef o.m. Het eiland Griend in 1912 (met J. van Baren; 1913), Het Naardermeer (1912), Langs de Zuiderzee (1914), De Vecht (1915), De IJssel (1918) en Onze groote rivieren (1938). Zie ook: J. Drijver, H.W. Heinsius. Ref.: AWN3, BWN5, K. Hana Feest in de natuur; de eeuw van Jac.P. Thijsse (1965), J. Heimans In memoriam Jac.P. Thijsse (1947), HLR, IBV, Ons Amsterdam 1965 n4 p114, PKN, TJ, R. Tolman Dr.Jac.P. Thijsse: een groot Nederlander (1940), WP7, WWN63. (vdt570)
«

Voorkant van: Weerlegging van de bezwaren van den heer E. den Herder, industrieel te Harderwijk / door K. Jansma en J.Th. Thijsse ; voorw. G. Vissering ... [et al.] ; Zuiderzeevereeniging. - Leiden : Brill, 1930
(roepnaam: Jo; oudste zoon van J.P. Thijsse; Amsterdam 11 april 1893 - Leiderdorp 30 april 1984), ingenieur, hoogleraar. Studeerde in 1917 met lof af aan de TH in Delft en trad in dienst van de Staatscommissie Zuiderzee waar hij een belangrijk aandeel had in het meet- en rekenwerk en in de eindrapportage: Verslag Staatscommissie Zuiderzee 1918-1926 (1926). Begon in 1920 zijn werkzaamheden bij de Dienst der ZZW als begeleider van het waterloopkundig onderzoek bij de TH in Karlsruhe. Was in 1927 oprichter en eerste directeur van het WL in Delft. Was van 1948 tot 1958 HID-titulair bij de Dienst der ZZW. Was van 1938 tot 1963 hoogleraar in de hydraulica aan de TH te Delft. Bij de droogmaking van Walcheren was hij adviseur en figureerde als "Van der Molen" in Het verjaagde water (1947) van A. den Doolaard. Thijsse was lid van de Deltacommissie. Het KNAG benoemde hem in 1953 tot erelid en de Universiteit van Luik verleende hem in 1967 een eredoctoraat. Hij schreef o.m. Theorie en experiment in de hydraulica (inaugurele rede; 1938), Herstellings- en verbeteringswerken na de ramp van 1 feb. 1953 (met J.J. Dronkers, H.A. Ferguson, G. Terluin en J.F.R. van de Wall; 1954) en Een halve eeuw Zuiderzeewerken (1972). Zie ook: M. Klasema, J.H. Telders, J.E. de Vries, J.F.R. van de Wall. Ref.: J.A. Battjes Johannes Theodoor Thijsse(1985), BJ85, BWN4, Delfts Goud (2002), DLW, LW 1958 n2 p99, TWG 1996 p5, WID5-6, WND, WP7, WWN63, ZZP. (vdt572)
«

Voorkant van boek: Wijkend water / Fred Thomas. – 4e druk (fotografische herdruk naar de 2e druk, 1941). – Schokland: De Schokker Vereniging; De Stichting Urker Uitgaven, 1990
(roepnaam: Fred; Amsterdam 25 dec. 1906 - Amsterdam 13 apr. 1959), journalist, schrijver. Was sinds 1929 werkzaam als journalist bij het dagblad De Tijd. Had bijzondere belangstelling voor het lot van de bewoners rondom de afgesloten Zuiderzee. Was secretaris van het Landelijk Comité tot Behoud van de Zuiderzee en voorzitter van de stichting Redt Volendam. Sprak regelmatig voor de radio en publiceerde over cultuurhistorische onderwerpen. Schreef o.m. Stervende binnenzee (1930), Wijkend water; het oude land in de greep van het nieuwe (1940) en De waterkant; een boek voor allen die van het water houden (1945). Ref.: PKN. (vdt573)
«
(Alkmaar 23 nov. 1914 - Arnhem 3 juni 1998), ingenieur. Werkte, na in 1939 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1941 bij het WL. Was de rest van zijn werkzame leven in dienst van RWS bij de Directie Bovenrivieren te Arnhem, gespecialiseerd in zandtransportberekeningen. Volgde in 1958 E.M.H. Schaank op als HID en als Rijnvaartcommissaris bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Werd op zijn beurt in 1978 als zodanig opgevolgd door D. Vreugdenhil. Schreef, als deskundige op het gebied van de Nederlandse bovenrivieren, daarover diverse rapporten en artikelen w.o. Algemeen overzicht van de Rijnkanalisatie (1961) en De verontreiniging van Boven-Rijn en Waal (1973). Zie ook: P. Blokland en E.M.H. Schaank. (vdt574)
«

Titelblad van boek: Technische ontwikkelingen en werkgelegenheid / J. Tinbergen. – Amsterdam: N.V. Noord- Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1940
(Den Haag 12 apr. 1903 - Den Haag 12 apr. 1994; begraven op Oud Eik en Duinen), econoom, hoogleraar. Studeerde wis- en natuurkunde en promoveerde in 1929 aan de RU van Leiden. Was daarna, tot 1945 werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek en vervolgens tot 1955 als directeur van het Centraal Planbureau. Was daarnaast, van 1933 tot 1973 hoogleraar in de statistiek en later ook in de econometrie aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam. Schreef, als lid van de Deltacommissie, Sociaal-economische aspecten van het Deltaplan (1961). De UvA verleende hem in 1954 een eredoctoraat in de economische wetenschappen. Hij ontving in 1967 de Erasmusprijs en in 1969 de Nobelprijs voor economie. Ref.: BJ95, GEN, WID5-6, WP7, WWN63. (vdt575)
«

Titelblad van: De Zuiderzee: een herinneringswerk/ woord vooraf H. Colijn; bijdr. door J.C. Ramaer [et al.].- Amsterdam: Scheltema & Holkema, 1932. – bevat o.a. Rinke Tolman, De vogels van en bij de Zuiderzee. - p. 171-178
(Oosterzee 25 mei 1891 - Amersfoort 12 mrt. 1983; begraven te Soest), publicist, natuurkenner. Werkte, na een niet-voltooide opleiding aan de kweekschool in Groningen, als redacteur bij verschillende dagbladen en tijdschriften op het gebied van de natuurhistorie en was oprichter van het tijdschrift De Wandelaar. Was gehuwd met dichteres Käthe Mussche (1893-1982). Tolman was een kenner van water- en weidevogels, m.n. van de kievit. Vertaalde diverse buitenlandse boeken en artikelen en schreef zelf o.m. De Friesche meren (1913), Zwervend langs de Zuidwal (1949) en Landschappen en seizoenen (1950). Ontving in 1960 de Heimans en Thijsse Prijs en werd in 1971 tot ereburger van Soest benoemd. Zie ook: J.P. Thijsse. Ref.: BJ84, EF, EW, HLR, IBV, PIR, PKN, WID5-6, G.A. Wumkes Rinke Tolman en Ids Wiersma (1917), WWN63. (vdt576)
«

Eerste pagina van: Nota betreffende het onderzoek omtrent de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee / C. Lely, J. van der Toorn. - 's Gravenhage : [s.n.], [1887.]
(Den Haag 7 aug. 1828 - Den Haag 25 feb. 1888), ingenieur. Was na zijn studie aan de PS te Delft werkzaam bij de waterstaat, o.m. als hoofd van het arrondissement Nijmegen en als hoofdingenieur voor de Grote Rivieren in Den Haag, met Cornelis Lely als assistent. Beiden werden in 1886 benoemd bij de Zuiderzeevereniging, Van der Toorn als leider van het technisch onderzoek. Een jaar daarna werd hij hoofdingenieur bij RWS in Middelburg waar hij binnen vier maanden plotseling overleed. Hij schreef o.m. Ontwerp van een kanaal van Amsterdam langs Utrecht over Wijk bij Duurstede naar Tiel en voor een kanaal van Amsterdam over Gouda naar Rotterdam (1880). Ref.: NBW2, WG, ZZP. (vdt577)
«
(roepnaam: Hindrik; Veendam 15 jan. 1849 - Veendam 28 mei 1909), onderwijzer, redacteur. Was onderwijzer in Veendam en kwam, in navolging van Multatuli, op voor volksbelangen. Werd redacteur van De Veendammer Courant. Schreef over allerlei maar kreeg bekendheid door zijn boek Geschiedenis der Groninger Veenkoloniën (1893). Ref.: VGV. (vdt578)
«
(Alkmaar 19 juni 1775 - Den Bosch 23 dec. 1829), jurist. Studeerde rechten in Leiden en promoveerde aldaar in 1797. Vestigde zich als advocaat te Alkmaar en was daarnaast controleur der directe belastingen, lid van PS en secretaris van Heerhugowaard. Verhuisde in 1824 naar Sint Michielsgestel. Schreef diverse artikelen over uiteenlopende onderwerpen w.o. Verhandeling over het Haarlemmermeer (1819). Ref.: NBW2. (vdt579)
«
(Bolsward 5 okt. 1900 - Heerenveen 25 juni 1984), leraar, fysisch-geograaf. Was onderwijzer in Katwijk en van 1945 tot 1967 leraar aardrijkskunde en geschiedenis aan de HBS te Warffum. Promoveerde in 1951 te Amsterdam op Bijdrage tot de kennis van holocene landschapsontwikkeling in het noordwesten van Noord-Brabant. Schreef voorts o.m. Het terpengebied en de bodemdaling (1948), De voormalige monding van de Oude Rijn bij Katwijk (1954), De oude dijken in Friesland en Groningen in het bijzonder in Westergo (1955), De provincie Groningen, buiten de veenkoloniën (1955) en De Lauwerssé (1963). (vdt580)
«
(tot 23 juni 1941: Arthur Brown Tutein Nolthenius; zoon van R.P.J. Tutein Nolthenius; Den Bosch 12 okt. 1891 - Delft 16 sep. 1956), geoloog, tekenaar. Studeerde geologie in Lausanne en promoveerde aldaar in 1919. Was tot 1933 als geoloog werkzaam bij Shell in Mexico, Roemenië en NOI. Ontwikkelde zich als tekenaar, grafisch ontwerper en illustrator. Had grote belangstelling voor de Nederlandse waterbouwkunde en schreef daarover o.m. De uitvinding der waaiersluizen (1946), Wiebe Adams uit Harlingen (1948), Het pomprad van Overmars, een Nederlandse uitvinding van 1868 (1950), Getijmolens in Nederland (1954) en Schipmolens in Nederland (postuum; 1958). (vdt581)
«
(Abcoude 6 juni 1851 - La Tour de Peilz, Zwitserland 27 nov. 1939), ingenieur, letterkundige. Werkte, na zijn studie aan de PS te Delft, vele jaren bij de waterstaat en schreef o.m. Het waterstaatsbudget in het tijdperk 1847-1897 (1897). Verliet in 1902 de waterstaat en ging in de effectenhandel. Maakte daarna vele reizen, bekwaamde zich in de letterkunde, schreef biografieën en publiceerde in o.m. De Gids. Ref.: ING 1939 n52 pA481-A483, NP 1917. (vdt582)
«