Home + Archief + Waterschrijvers
(oorspronkelijke familienaam: Van den Broecke; Sint Maartensbrug 1736 - Alkmaar 23 okt. 1788), jurist, burgemeester. Studeerde rechten en promoveerde in Leiden. Vestigde zich in Alkmaar waar hij achtereenvolgens schepen, schout, thesauriër en burgemeester werd en secretaris van De Zijpe en Hazepolder. Schreef o.m. Oudheid- en natuurkundige verhandelingen, meestal betrekkelijk tot Westvriesland en het Noorderkwartier (1776), een belangrijke bijdrage tot de historische geografie van de Kop van Noord-Holland. Ref.: HOL 1983 n3-4 p129-136. (vdt444)
«
Kop van: Bezoek aan Nederland door The Royal Commission on Land Drainage, een Britsche Staatscommissie / C.E.W. van Panhuys. - Den Haag: [s.n.], 1927. - TIJD In: De ingenieur: orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs. - GEG: 42 (1927) 37 (10 september). - p. 798-799
(Den Haag 9 apr. 1876 - Bergen NH 30 sep. 1948), ingenieur. Was, na zijn studie aan de PS te Delft, werkzaam in verschillende functies bij RWS en van 1921 tot 1935 directeur van het Rijksbureau voor de Ontwatering te Den Haag. Was daarnaast bestuurslid van het KIVI, ondervoorzitter van de Centrale Cultuurtechnische Commissie en de Geologische Stichting. Schreef enige tijdschriftartikelen w.o. Samenwerking van waterstaat en landbouw in Nederland (1922). Ref.: HM 2001 n3 p81, WID5. (vdt445)
«
Pasma, Hendrik Franses
(Heerenveen 21 juli 1813 - Heerenveen 5 dec. 1890), landbouwer, wethouder. Als boer te Haskerdijken streed hij voor de landbouw- en waterstaatsbelangen in Friesland. Was wethouder van Haskerland, lid PS en manifesteerde zich ook als volksspreker en dichter. Schreef Frieslands boezemwater in zijn aanvoer, doorvoer en afvoer (1868). Ref.: EF, NBW10, J.J. Spahr van der Hoek Geschiedenis van de Friese landbouw (1952). (vdt446)
«
Voorkant van boek: Overijssels watersnood: een heruitgave van het verslag van de ramp van 1825 / J. ter Pelkwijk. – Kampen: Stichting IJsselacademie, 2002
(Heino 26 aug. 1769 - Zwolle 18 nov. 1835), jurist. Studeerde rechten en wijsbegeerte en promoveerde in Harderwijk. Woonde in Zwolle, maakte zich aldaar buitengewoon verdienstelijk voor het onderwijs en was lid van PS. Schreef enkele schoolboeken alsmede Beschrijving van Overijssels watersnood in Februarij 1825 (1826; herdruk 2002). Ref.: NBW2, OLB. (vdt447)
«
Voorkant van boek: De vruchten van de wijngaard: een bloemlezing uit de schriftelijke nalatenschap van Freek Pereboom (1942-1999) / samenst. Jeroen Kummer. – Kampen: Stichting IJsselacademie, 2002
(roepnaam: Freek; Urk 5 aug. 1942 - Kampen 1 sep. 1999), regionaal historicus. Was, na zijn vooropleiding aan drie blindeninstituten en een studie sociologie aan de UvA, sinds 1978 werkzaam bij de Stichting IJsselacademie te Kampen. Bekwaamde zich op het gebied van historische scheepsbouw en kerkgeschiedenis en was de laatste jaren projectleider regionale geschiedenis. Schreef o.m. Omringd door IJssel en Zwartewater, zeven eeuwen Mastenbroek (met J. Kummer en H.A. Stalknecht; 1994). Een selectie uit zijn werk als auteur en redacteur werd postuum bijeengebracht in: De vruchten van de wijngaard (2000), deels autobiografisch. (vdt448)
«
(Ternaard 1795 - Lancaster USA 1881), landbouwer. Was bestuurslid van waterschap Oost- en Westdongeradeel. Zag bij de overstromingsramp van 1825 mogelijkheden tot herstel en schreef daarover Verhandeling over de beste wijze van aanleggen van zeedijken en de hervorming derzelve, bijzonder met betrekking tot die der provincie Vriesland (1827). Was autodidactisch waterstaatsdeskundige en schreef o.m. Verslag over de aansluiting van Ameland aan den Vrieschen wal en de opslijking van het Wad (1850). Emigreerde na de aardappelziekte naar Amerika waar hij een leerlooierij en wisselbank begon. Ref.: EF, NBW3. (vdt449)
«
(Franeker 4 apr. 1910 - Leeuwarden 3 dec. 1965; begraven te Idzega), onderwijzer, journalist, letterkundige. Was aanvankelijk onderwijzer, later journalist/hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant. Schreef gedichten, artikelen over kerkgeschiedenis en sociografisch werk w.o. De havens van de Waddenkust (1956) en De visserij op de Waddenzee (1964). Overleed aan de gevolgen van een aanrijding. Ref.: BJ66, EF, HLR, WID6, WP7, WWN63. (vdt450)
«
(Amsterdam 17 mei 1928 - Rotterdam 5 juli 2002), ingenieur. Werkte, na in 1955 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, van 1957 tot 1993 bij RWS. Was betrokken bij de planning van het Lauwerszeegebied en vele jaren werkzaam als hoofd van de meetdienst te Hellevoetsluis, aanvankelijk bij de Deltadienst en sinds 1979 bij de DWW. Hij was actief op het gebied van natuur en landschap, sinds 1963 redacteur van het tijdschrift Groen en sinds 1992 mede-oprichter en redactielid van het TWG. Hij schreef o.m. De natuurbescherming in Nederland (1952), De recreatiemogelijkheden in de toekomstig afgesloten Lauwerszee en de daarvoor te treffen voorzieningen (1961) en Afsluitingstechnieken in de Nederlandse Delta (met E. Stamhuis; 1997). Ref.: TWG 2002 n2 p29. (vdt451)
«
(Rotterdam 18 feb. 1881 - Oegstgeest 8 juni 1953), ingenieur, ondernemer. Werkte, na zijn studie in Lausanne en Delft, sinds 1903 bij de spoorwegen in Nederland en NOI en was directeur van GW te Semarang. Was van 1923 tot 1938 algemeen-voorzitter van de Scheepvaart Vereeniging Zuid te Rotterdam en was van 1934 tot 1946 voorzitter van de Ned. Mij. voor Nijverheid en Handel. Publiceerde in De Ingenieur, De Gids en De Stem en schreef o.m.: De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de werkeloosheid (1912) en De Rotterdamsche Waterweg 1863-1914 (1924). Ref.: BWN1, PKN, SVZ, WID5. (vdt452)
«
(pseudoniem van Abraham Polak; Haarlem 27 juni 1914 - Amsterdam 12 okt. 1992), acteur, tekstschrijver. Doorliep in Den Haag het gymnasium en volgde in Leiden een afgebroken studie rechten. Was sinds 1935 bij het toneel. Legde zich na de oorlog toe op het schrijven van grappige en satirische teksten voor radio en TV en trad zelf op in sommige daarvan. Schreef o.m. Wad nu...Wat later?; de Nederlandse wadden (1976). Ref.: BJ93, LNA, WP7, WWN63. (vdt453)
«
Titelblad van: De Zuiderzee: een herinneringswerk / woord vooraf H. Colijn ; bijdr. door J.C. Ramaer [et al.].- Amsterdam: Scheltema & Holkema, 1932. – bevat o.a. H. Polak, Langs de oevers. - p. 51-76
(Amsterdam 22 feb. 1868 - Laren 18 feb. 1943), politicus, publicist. Werkte zich op van diamantbewerker tot vakbondsbestuurder. Was lid van de gemeenteraad van Amsterdam en Laren en van 1913 tot 1937 van de EK. Als publicist hield hij zich niet alleen bezig met de belangen van de arbeidersbeweging, maar ook met natuur-, monumenten- en taalbescherming. Ontving in 1932 een eredoctoraat van de UvA. Schreef enkele populaire werken w.o. Het kleine land en zijn groote schoonheid (1929), Langs de oevers (van de Zuiderzee; 1932) en Tusschen Vecht, Eem en zee (1934). Ref.: BWN5, Ons Amsterdam 1968 n1 p2, PKN, WP7. (vdt454)
«
Voorkant van: De ontwikkeling van het wateropvoerwerkuig in Nederland. 1770-1870 / Pols. - 1e druk. - Delft: Delftse Universitaire Pers, 1984
(Amsterdam 21 jan. 1906 - Hellevoetsluis 24 jan. 1995), ingenieur. Studeerde in 1927 met lof af als werktuigbouwkundig - en in 1946 als scheepsbouwkundig ingenieur aan de TH in Delft. Werkte sinds 1927 bij de Rotterdamsche Droogdokmij., sinds 1948 als directeur en sinds 1969 als president-directeur van Rijn-Schelde-Verolme. Had grote belangstelling voor stoombemaling en was van 1950 tot 1981 voorzitter van de stichting De Cruquius. Schreef o.m. De Alexanderpolder drooggemalen (1978), De ontwikkeling van het wateropvoerwerktuig in Nederland 1770-1870 (1984) en Stoombemaling in Nederland (met J.A.Verbruggen; 1996 postuum). Ref.: WID6, WWN63. (vdt455)
«
(Groote Lindt 4 juli 1921 - Arnhem 16 juni 2008), bodemkundige, hoogleraar. Was, na in 1947 te zijn afgestudeerd aan de LHS te Wageningen, van 1950-1960 werkzaam bij de Stichting voor Bodemkartering, belast met o.m. de overzichtskartering van de IJsselmeerpolders. Promoveerde in 1957 in Wageningen op De geologie, de bodemvorming en de waterstaatkundige ontwikkeling van het Land van Maas en Waal en een gedeelte van het Rijk van Nijmegen. Werd in 1964 hoogleraar in de regionale bodemkunde aan de UvA en van 1965-1987 aan de LHS als opvolger van C.H. Edelman. Zijn meest bekende publicatie is De holocene wordingsgeschiedenis van Noordholland en het Zuiderzeegebied (met A.J. Wiggers; 1959-1960). (vdt455a)
«
(De Wijk 1 okt. 1897 - Meppel 13 feb. 1984), leraar, schrijver. Was, naast zijn beroep als onderwijzer te Meppel en leraar te Zutphen, schrijver, fotograaf en radio-amateur. Schreef streekromans in het Drents en vele artikelen over regionale geschiedenis, scheepvaart en nijverheid. Was redacteur van de Nieuwe Drentse Volksalmanak, van het boek Drente, een handboek voor het kennen van het Drentsche leven in voorbije eeuwen (2 dln., 1943-1951) en auteur van het boek Meppel door de eeuwen heen (1967) en De Hoogeveense Vaart (1981). Ref.: DB1, HLR. (vdt456)
«
(Cornwerd 29 mrt. 1868 - Leeuwarden 27 juni 1963; begraven te Cornwerd), leraar, dichter, regionaal historicus. Studeerde wis- en natuurkunde in Amsterdam en promoveerde in 1895 op een zuiver fysisch onderwerp. Was tot zijn pensionering leraar te Groningen. Debuteerde als dichter pas in 1918; wordt thans als de belangrijkste 20e-eeuwse Friese dichter beschouwd. Verrichtte onderzoek naar - en publiceerde over de oorsprong en betekenis van Friese plaats- en waternamen. Schreef vele artikelen op landbouwhistorisch en historisch-geografisch gebied zoals: Verdronken plaatsen aan de westkust van Friesland (1925). Ref.: BJ64, BWN2, EF, HLR, LML, LNA, F. Sierksma Bern fan de ierde (1953), WP7. (vdt457)
«
(Oosterwolde 13 mrt. 1818 - Oosterwolde 23 jan. 1871), vervener, politicus. Was opzichter van de Compagnonsvaart en venen, alsook wethouder en raadslid in Ooststellingwerf en lid van PS. Bracht op eigen kosten uitgebreide ontginningen tot stand in Zuidoost-Friesland. Schreef: Beschouwingen over de wenschelijkheid en uitvoerbaarheid van een kanaalverbinding tusschen Blokzijl en Groningen (1867). Ref.: NBW10. (vdt458)
«
(Dantumawoude 30 juni 1852 - Leeuwarden 9 dec. 1916), jurist. Was districtsschoolopziener en rechter-plaatsvervanger bij de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden. Schreef: Proeve van een historisch staatsrechtelijk onderzoek naar de wetgeving der provinciale staten van Friesland t.o.v. de zeewerende waterschappen na 1850 (1883). Ref.: EF. (vdt459)
«
(Deventer 17 jan. 1869 - Gorssel 19 mei 1955), waterschapsambtenaar. Was secretaris van de Raad van Arbeid te Sneek en van 1907 tot 1935 secretaris van het zeewerend waterschap aldaar. Schreef Beknopte geschiedenis van Wymbritseradeel cum annexis Contributie Zeedijken (1915). Ref.: EF. (vdt460)
«