Home + Archief + Waterschrijvers
(Noordsleen 21 juni 1903 - Assen 20 juli 1963), taalkundige,
leraar. Was onderwijzer te Hoogeveen, Woldendorp en Hoogkerk.
Studeerde en promoveerde in de letteren te Groningen. Was leraar
nederlands en geschiedenis te Almelo en Assen. Schreef vele
artikelen, gedichten en boeken over de geschiedenis van diverse
dorpen, het Drents dialect en etymologie w.o. Oostnederlandse
waterschapstermen (1955). Was medewerker van het Nedersaksisch
Instituut te Groningen. Aan hem herinnert een borstbeeld te Sleen.
Ref.: BJ64, DB3, NDV 1964 p7-21, WID5-6. (vdt417)
«
zie: C.N.Gorter.
«
(Lagemeeden 2 jan. 1848 - Wezep 27 jan. 1919), jurist,
archivaris, publicist. Studeerde rechten in Groningen en
promoveerde in 1872. Was van 1873 tot 1917 archivaris van de
gemeente Kampen. Was daarnaast lange tijd voorzitter van de VORG.
Schreef vele artikelen over regionale geschiedenis waaronder
Aantekeningen betreffende de geschiedenis van den polder van
Dronthen (1887). Ref.: A.J. Gevers. Jurjen Nanninga
Uitterdijk (1997). (vdt417a)
«
(Klundert 29 mrt. 1859 - Tiel 3 mei 1944), ingenieur,
hoogleraar. Was, na zijn studie aan de PS te Delft, werkzaam bij
RWS o.m. belast met de verbetering van het Kanaal van Gent naar
Terneuzen. Schreef daarover: Werken tot verbetering van het
Kanaal van Gent naar Terneuzen etc. (1897). Was van 1906 tot
1929 hoogleraar waterbouwkunde en bruggenbouw aan de TH in Delft en
in 1920-1921 rector magnificus. Ref.: ING 1945 pA126.
(vdt418)
«
Voorkant van brochure: De afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee / P.J. Neyt. - Zwolle: De Erven Tijl, 1885
(Breskens 9 feb. 1839 - Beverwijk 11 aug. 1900), ingenieur.
Behaalde in 1855 het diploma landmeter en werd in 1859 als
opzichter bij RWS belast met de afdamming van het Kreekrak en het
Sloe, waarvoor hij in 1873 werd geridderd. Ging in 1876 over naar
Zwolle voor de aanleg van de spoorlijn Almelo-Zwolle. Was daarna
beheerder van de veerdienst Enkhuizen-Stavoren. Schreef diverse
artikelen en boekjes onder de pseudoniemen Scaldis en Peter Simple,
daarnaast ook in De Ingenieur zoals Iets over
Hollandsche stranden en strandhoofden (1886) en De
afdamming van het Sloe (1872). Ref.: EZ. (vdt419)
«
Voorkant van: Delft en Delflanden, hun oorsprong en vroegste geschiedenis / J.F. Niermeyer. - 1e druk. - Leiden : Burgersdijk en Niermans, 1944
(Rotterdam 15 mrt. 1907 - Amsterdam 12 dec. 1965), historicus,
hoogleraar. Studeerde geschiedenis in Utrecht en promoveerde op:
Delft en Delfland, hun oorsprong en vroegere geschiedenis
(1944). Werd lector in Groningen en hoogleraar in de middeleeuwse
geschiedenis aan de UvA. Schreef voorts: Het Midden-Nederlandse
rivierengebied in de Frankische tijd op grond van de Ewa quae se ad
Amorem habet (1953) en De oudste dijken en verkaveling in
het kustgebied van Vlaanderen tot aan de Elbe (1958). Ref.:
BJ66, BWN2, NGL, WID5-6, WP7, WWN63. (vdt420)
«
(Gorinchem 31 dec. 1834 - Hilversum 27 jan. 1917),
genie-officier. Was, na zijn opleiding aan de KMA in Breda, sinds
1854 werkzaam in Hellevoetsluis en Nijmegen bij de verbetering van
de vestingwerken aldaar. Werkte sinds 1861 bij de staatsspoorwegen
in Den Bosch en ontwierp de spoorbruggen te Venlo en Hedel. Droeg
vanuit zijn functie bij de Hollandsche IJzeren Spoorwegmij.
(1883-1912) in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van het
internationaal spoorwegverkeer. Schreef o.m. De watervrijmaking
van 's-Hertogenbosch en het plan van het gemeentebestuur van
Februarij 1877 (1877). Ref.: BWN2. (vdt421)
«
(Amsterdam 23 aug. 1913 - Otjiwarongo, Namibië 13 nov. 1991),
bioloog, leraar. Studeerde biologie en promoveerde in 1956 aan de
Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Was sinds 1942 leraar
biologie in Venlo en vanaf 1946 in Maastricht. Bezat een grote
kennis van de flora en fauna, met name van die van Limburg. Schreef
diverse artikelen en redigeerde enkele boeken w.o. De Groote
Peel (1969), Wondere wereld tussen land en zee (1987)
en Water, bron van al het leven (1989). Ref.: IBV, TJ.
(vdt422)
«
(Deventer 28 jan. 1888 - Den Haag 31 juli 1958), ingenieur,
redacteur. Werkte, na zijn studie aan de TH in Delft, enkele jaren
bij een ingenieursbureau in Utrecht en bij het Rijksbureau voor
Drinkwatervoorziening in Den Haag. Was van 1919 tot 1953 werkzaam
bij het PWN te Bloemendaal, sinds 1942 als directeur. Was sinds
1917 redacteur van het tijdschrift Water en schreef o.m.
De provinciale drinkwatervoorziening van Noordholland
(1922) en Waterverspilling (1949). Ref.: WID5-6.
(vdt423)
«
(Ooi 26 juni 1833 - Amsterdam 26 okt. 1910), ingenieur. Was
opzichter van de waterstaat op Zuid Beveland, later te Nieuwediep.
Als stadsingenieur van Amsterdam ontwierp hij plannen voor
drinkwatervoorziening, afwatering, riolering en havenuitbreiding.
Trad op als adviseur voor de uitvoering van zeer vele
waterbouwkundige werken in ons land. Schreef o.m. De
nieuwgebouwde sluis te Zeeburg nabij Amsterdam (1876) en
Gedenkboek der Wilhelminasluis te Zaandam (1904). Ref.:
CPE, ING 1910 bijl.p32, NBW6. (vdt424)
«
(Rotterdam 21 jan. 1845 - Den Haag 15 apr. 1917),
marine-officier. Doorliep, na zijn opleiding aan het KIM, alle
rangen en werd in 1895 als kapitein ter zee gepensionneerd. Was
belast met hydrografische metingen en beveiliging van de
vaarwateren en schreef o.m. Kustverlichting in Nederland
1847-1897 (1897). Ref.: ING 1917 n16 p285-286. (vdt425)
«
(Amsterdam 10 sep. 1887 - Amsterdam 4 feb. 1956), ingenieur,
redacteur. Werkte, na een korte studie economie in Groningen en een
voltooide studie aan de TH in Delft, tot 1921 bij RWS en drie jaar
bij Siemens Bau Union. Was van 1912 tot 1935 redacteur en
hoofdredacteur van het Polytechnisch Tijdschrift en
schreef daarin o.m. De Twentsche kanaalverbinding (1919).
Maakte, van 1924 tot 1940 als directeur van Ingenieursbureau voor
waterbouwkundige adviezen Ir. G.P. Nijhoff te Den Haag en Brussel,
uitvoerige studie van havens in Turkije, Azië en Zuid Amerika. Was
daarna adviseur voor wederopbouw en van 1943 tot 1950
hoofdingenieur bij de Dienst der Gemeente Waterleidingen van
Amsterdam. Was sindsdien raadadviseur van het MVW en vanaf 1953 lid
van de Deltacommissie. Ref.: ING 1956 pA151-A152, WID5-6, WND.
(vdt426)
«
(Zevenaar 8 feb. 1867 - Wassenaar 30 okt. 1956), minister.
Studeerde rechten te Leiden en promoveerde op Het waterschap
van den Oude-IJssel (1892). Was jaren lid en voorzitter van de
TK en enige tijd gevolmachtigd minister. (vdt427)
«
Ir. J.C. Le Nobel viert zijn 40-jarig ambtsjubileum.
(Den Haag 20 sep. 1906 - Den Haag 12 feb. 1985; begraven op Oud
Eik en Duinen), ingenieur. Werkte, na in 1929 te zijn afgestudeerd
aan de TH in Delft, bij de Dienst der ZZW in Den Haag, van 1957 tot
1971 als hoofd van de afdeling Kunstwerken. Voor de vierde druk van
het leerboek Waterbouwkunde door M.B.N. Bolderman en
A.C.W. Dwars schreef hij deel 4: Bruggen (1949). Schreef
diverse artikelen in technische tijdschriften met name over sluizen
en gemalen, zoals: Kunstwerken in de Noordoostpolder
(1948), De kunstwerken in de bedijking van Oostelijk
Flevoland (1959), De kunstwerken in de bedijking van
Zuidelijk Flevoland (1966) en Deuren in de dijk; de
sluizen in de noordelijke afsluiting van de Markerwaard
(1971). Zie ook: F.L. van der Bom, C.J. van den Bout, M. Klasema.
(vdt428)
«
Titelblad van: Rondom het land van morgen: land en volk rondom de Zuiderzee / K. Norel, H. Heukels. - 6e druk. - Wageningen, 1939
(Harlingen 9 nov. 1899 - Baarn 4 mei 1971; begraven op Zorgvlied
te Amsterdam), journalist, schrijver. Was aanvankelijk
kantoorbediende, later journalist bij De Vrije Westfries
te Enkhuizen, sinds 1920 als redacteur. Werd in 1945 chefredacteur
binnenland bij Trouw en was sinds 1946 freelance
schrijver. Produceerde meer dan 150 titels; naast jongensboeken,
romans en populair-wetenschappelijke werken schreef hij in de
tijdschriften De Wandelaar, De Spiegel, Vrij
en Blij, De Vriend des Huizes, De
Speelwagen, Uit het Peperhuis en Op de
Uitkijk. Schreef in het jongensboek Land in zicht!
(1935) en de roman Het getij verloopt (1937) over de
visserij die destijds, door afsluiting van de Zuiderzee, snel
achteruit ging. Van dezelfde strekking zijn: Aan dood water; de
laatste dagen van een eiland (over Urk; 1938) en Rondom
het land van morgen (1939). Voltooide van Herman de Man, na
diens dood, een roman over aardhalers, kruiers en baggeraars:
Mannen van Sliedrecht (1950). Voorts: Mannen en
dijken (1965), over waterbouwers in den vreemde. Kwam om het
leven bij een auto-ongeluk op de rijksweg bij Baarn. Ref.: BJ72,
EW, HLR, LNA, J.J. Norel Klaas Norel, een Enkhuizer vrije
(West-)Fries (1995), PVL. (vdt429)
«