Home + Archief + Waterschrijvers

Eerste pagina van artikel: De natuur in het IJsselmeergebied: het Zuiderzeeproject en de ingrijpende gevolgen voor de planten- en dierenwereld / door M.F. Mrzer Bruijns TIJD In: Zuiderzeeland GEG: 1 (1982) 1. - p. 31-37
(roepnaam: Mauk; Bussum 21 feb. 1913 - Dieren 14 okt. 2004), natuur- en landschapsbeschermer, hoogleraar. Na zijn studie biologie aan de RU te Utrecht, was hij van 1941 tot 1946 leraar bodemkunde, plantkunde en landbouwdierkunde te Deventer. In 1947 promoveerde hij cum laude aan de RU van Utrecht op Over levensgemeenschappen (van mollusken en planten in het IJsseldal). Hij was in 1955 oprichter van het Rijksinstituut voor Veldbiologisch Onderzoek, waarvan hij van 1957 tot 1970 directeur was. Hij verrichtte vele inventarisaties van watervogels en adviseerde in binnen- en buitenland over natuurbeheer. In 1960 werd hij docent aan de LHS te Wageningen en van 1964 tot 1978 was hij er hoogleraar natuurbehoud en natuurbeheer. Van zijn vele publicaties noemen we: Het Deltaplan en zijn gevolgen voor de fauna van het Deltagebied (1958) en Spectrum atlas van de Nederlandse landschappen (1979). Voor zijn bijzondere verdiensten ontving hij maar liefst zeven onderscheidingen. Ref.: H.P. Gorter Ruimte voor natuur (1986), IBV, NP, WWN1-2. (vdt411a)
«
(gedoopt te Vollenhove 27 sep. 1769 - Amsterdam 31 jan. 1834), boekhandelaar, uitgever, schilder. Werkte sinds 1794 te Amsterdam als boek- en prenthandelaar, uitgever en tevens als schilder, tekenaar en graveur van portretten. Publiceerde tussen 1818 en 1837 o.m. Geschiedkundige beschrijving van de overstrooming in de Nederlanden in 1820 (1820). Ref.: BW, NBK. (vdt385)
«
(Rotterdam 15 sep. 1928 - Voorburg 6 okt. 1991), ingenieur. Werkte, na in 1951 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, sinds 1953 bij de DWW van RWS in Den Haag. Schreef o.m. Enige beschouwingen over de waterafvoer in het gebied rond 's-Hertogenbosch (1962), Hydrografie van het Maasbekken (1972) en Kwantitatieve analyse van rivierafvoeren (1982). Promoveerde in 1988 aan de TU Delft op het ontwerp van oppervlaktewater-meetnetten. Ref.: BDD, ING 1991 n11 p44. (vdt386)
«
(Amsterdam 7 okt. 1796 - Buiksloot 22 sep. 1881), archivaris (autodidact). Werkte bij de provincie Drenthe, de laatste jaren als provinciaal archivaris. Schreef artikelen en boeken, vooral over de geschiedenis van Drenthe, zoals De voormalige kloosters in Drenthe (1835). Ref.: DB1, NBW8. (vdt387)
«
(roepnaam: Pier; Wissenkerke 26 mei 1917 - Zierikzee 19 apr. 1993), waterbouwkundige. Was van 1942 tot 1982 werkzaam bij RWS, laatstelijk als technisch hoofdambtenaar bij de afsluiting van het Veerse Gat, Brouwershavensche Gat en de Oosterschelde. Schreef o.m. Drie-eilandenplan; afsluiting Veerse Gat (1961), De grote werken na de afsluiting van het Veerse Gat (1962) en De afsluiting van het Brouwershavensche Gat (1969). Ref.: LW 1961 n1 p33. (vdt388)
«
(pseudoniem van Salomon Herman Hamburger; Woerden 11 juli 1898 - Schiphol 14 nov. 1946; begraven te Oudewater), romanschrijver. Was aanvankelijk venter van textiel in het Hollands-Utrechts poldergebied. In de omgeving van Oudewater en in de Lopikerwaard deed hij inspiratie op voor het schrijven van zijn streekromans. De combinatie van knappe vertelkunst met verantwoorde psychologie maken Rijshout en rozen (1924) en Het wassende water (1925) zijn beste boeken; het laatste ondervond ook als hoorspel grote weerklank in ons land. Verder schreef hij o.m. Hollanders komt naar het water (1926). Overleed op nog jonge leeftijd bij een vliegramp op Schiphol. Zie ook: K. Norel. Ref.: BWN3, De Vier Waarden (themanummer) april 1986, HLR, HSE, LML, LNA, LNL, PIR, WP7. (vdt389)
«
(Den Haag 3 apr. 1906 - Davos 27 feb. 1967), landbouwkundig ingenieur. Studeerde en promoveerde aan de LHS te Wageningen op Beschouwingen over een onderzoek naar de waterschapslasten in Nederland (1942). Was Rijkslandbouw- en natuurconsulent, daarna directeur van de Dienst Uitvoering van Werken en vervolgens DG voor de Arbeidsvoorziening. Schreef voorts: De waterschapslasten in de provincie Groningen (1937). Ref.: BJ68, GE, NGE, WID6, WWN63. (vdt390)
«
(Soerabaja 29 mei 1864 - Den Haag 13 juni 1926), ingenieur. Werkte, na in 1886 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, bij RWS in Den Haag, Goes, Roermond en vervolgens van 1900 tot 1908 bij de Dienst der Groote Rivieren te Utrecht. Was van 1909 tot 1917 als vaarwegdeskundige betrokken bij de verbetering van de Waal, sinds 1911 als HID. Schreef enkele tijdschriftartikelen en het uitstekende jubileumboek De waterweg langs Rotterdam naar zee, 1866-1916 (met A.T. de Groot; 1916). Ref.: ING 1926 n32 p673. (vdt391)
«

Eerste pagina van artikel: 25 jaar geleden werd de Zuiderzee afgesloten / A.G. Maris TIJD In: Land en Water GEG: 1 (1957) 2 (mei). - p. 76-77
(Den Haag 22 okt. 1896 - Den Haag 14 feb. 1985), ingenieur. Was, na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij verschillende directies van RWS. Werd in 1946 HID van de RWS in Gelderland, volgde in 1951 W.J.H. Harmsen op als DG van RWS, op zijn beurt in 1961 opgevolgd door J. van de Kerk. Was vanaf de oprichting voorzitter van de Deltacommissie en enige jaren van het KIVI. Schreef o.m. Het Deltaplan in zijn verschillende facetten (met H.A.M.C. Dibbits, J. van Veen en J.W. de Vries; 1956). Ref.: AB, DLW, GTW, NP 1999, NRC 26 okt 1961, WID6. (vdt392)
«
(Deventer 31 mrt. 1905 - Haarlem 5 okt. 1983), ingenieur. Studeerde in 1935 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Was van 1964 tot 1970 directeur van het PWN en de N.V. Watertransportmij. Rijn-Kennemerland. Schreef het jubileumwerk Vereniging voor Waterleidingsbelangen in Nederland 1899-1949 (met W.F.J.M. Krul; 1949). Ref.: NP1982. (vdt393)
«

Voorkant van rapport: Onderzoekingen betreffende de op het IJsselmeer te verwachten chloorgehalten : voordracht gehouden ter gelegenheid van het 25 -jarige bestaan van de Nederlandsche vereeniging tegen water-, bodem- en luchtverontreiniging op 23 februari 1935 / J.P. Mazure. - [S.l. : s.n., 1935]
(Rotterdam 24 dec. 1899 - Den Haag 3 nov. 1990), ingenieur, hoogleraar, politicus. Was, na in 1923 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, werkzaam bij de Dienst der ZZW, belast met de uitvoering van getijberekeningen voor de Staatscommissie Zuiderzee. Promoveerde in Delft op De berekening van getijden en stormvloeden op benedenrivieren (1937). Was van 1950 tot zijn pensionering hoogleraar in de toegepaste mechanica in Delft. Vanaf 1958 lid, later tevens voorzitter van de EK. Ref.: BJ91, TWG 1996 n1 p6, WID6, WND, WWN63. (vdt394)
«
(Nijeholtpade 14 mrt. 1904 - Arnhem 27 apr. 1978), ingenieur. Studeerde in 1928 af aan de TH in Delft en promoveerde aldaar in 1939 op Het opkomen van den Waterstaat als taak van het landsbestuur in de Republiek der Vereenigde Provinciën (1939). Was in verschillende functies werkzaam bij RWS, was van 1946 tot 1954 DG van Wederopbouw en Volkshuisvesting en daarna voorzitter van de Rijksplanologische Commissie. Ref.: ING 1978 p458, WID5-6, WWN63. (vdt395)
«

Foto van P.J. Meertens uit: Pieter Jacobus Meertens: 6-9-1899 - 28-10- 1985 / Jo Daan. - TIJD In: Taal en tongval GEG: XXXVII (1985) 3-4. - p. 93-95
(Middelburg 6 sep. 1899 - Amsterdam 28 okt. 1985), taalkundige, volkskundige. Studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de RU in Utrecht en promoveerde aldaar cum laude in 1943. Was daarna leraar te Woerden en Doetinchem en enige jaren assistent aan de Universiteitsbibliotheek in Utrecht. Was sinds 1930 werkzaam bij de KNAW, vele jaren als lid of secretaris van diverse commissies op het gebied van taal- en letterkunde, naamkunde, dialectologie en volkskunde. Was directeur van het Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de KNAW, dat later naar hem is vernoemd. Was mede-oprichter van de Stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, thans Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland te Lelystad. Schreef ongeveer tweeduizend publicaties, vooral over Zeeland, en vele biografieën. We noemen slechts: Het eiland Urk (met Louise Kaiser, 1942; herdruk 1990) en Tholen, stad en eiland (met M.P. de Bruin en A.J. van Heiningen, 1966). Ref.: BJ52, EZ, PKN, A.A.Weijnen Pieter Jacobus Meertens (1986), WID5-6, WWN63. (vdt396)
«
(Den Haag 29 juli 1876 - Den Haag 25 mei 1960), ingenieur. Was, na zijn afstuderen in 1897 aan de PS te Delft, tot 1932 werkzaam in NOI en op Curaçao, overwegend belast met ontwerp en aanleg van havenwerken. Schreef diverse tijdschriftartikelen w.o. De tweede binnenhaven te Scheveningen en de plannen ter verbinding van die haven met de binnenwateren (1930) en de biografie Ter herdenking Jhr.ir. R.R.L. de Muralt (1936). Ref.: ING 1960 n47 pA622, WID5. (vdt397)
«
(Amsterdam 4 okt. 1797 - Den Haag 11 dec. 1863), jurist. Studeerde in diverde takken van de wetenschap te Münster, Gent en Parijs en promoveerde te Leiden in de rechten. Was advocaat in Den Haag, lid van PS en TK. Schreef o.m. Geschiedenis van het Hoogheemraadschap en der lagere waterschapsbesturen in Delfland (1847-1850). Ref.: NBW2. (vdt398)
«
(Amsterdam 18 sept. 1897 - Amsterdam 31 okt. 1967), romanschrijver. Begon als werkloos meubelmaker tijdens de vooroorlogse crisisjaren met het schrijven van romans over het Amsterdamse volksleven. Zeer populair was ook de roman Waterland (1943), over de geboortestreek van Leeghwater, die herdrukt werd onder de titel Goud onder golven (1957). Ref.: BJ68, BWN4, HLR, LML, LNA, LNL, PVL, WID6, WP7, WWN63. (vdt399)
«

Dr.ir. W.M. Otto (directeur R.IJ.P.) in gesprek met Dr.ir. F.P. Mesu (rechts, oud-directeur)
(Nieuw- en Sint Joosland 14 apr. 1889 - Bilthoven 18 sep. 1978), landbouwkundig ingenieur. Was, na zijn studie aan de LHS te Wageningen, werkzaam in Friesland en Drenthe bij het Rivierenbureau, opgezet voor de verbetering van de afwatering, met werkverschaffingsprojecten aan het Drostendiep. Daarna leidde hij het Rijksbureau voor de Ontwatering te Zwolle, was hij van 1930 tot 1935 lid van de Wieringermeer-directie en van 1935 tot 1954 (de eerste) directeur van de Cultuurtechnische Dienst te Utrecht. De LHS te Wageningen verleende hem in 1953 een eredoctoraat. Was lid van de Deltacommissie. Hij schreef o.m. Enige waterstaatkundige facetten van de afsluiting der zeegaten (met A.G. Bruggeman; 1954), Waterhuishouding in Nederland (met J. van Veen; 1957) en Brabantse Biesbosch waarheen? (1960). Ref.: DB1, M.A. Geuze Mesu: het leven van een pionier (1979), ING 1978 p798, LW 1960 n4 p146, VJB, WID5-6. (vdt400)
«
(Delft 24 juli 1908 - Leidschendam 18 sep. 1994), waterbouwkundige, voorlichter. Voltooide in 1927 zijn studie weg- en waterbouwkunde aan de MTS in Den Haag. Was van 1931 tot 1973 in dienst van RWS, aanvankelijk als opzichter, laatstelijk als waterstaatkundig hoofdambtenaar. Was van 1931 tot 1952 betrokken bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, o.m. belast met de bouw van de schutsluis bij Tiel. Was in 1945 werkzaam bij de droogmaking van Walcheren en in 1953 bij dijkdichtingen op Goeree en Schouwen-Duiveland. Was van 1957 tot 1973 hoofd van de afdeling voorlichting van de Deltadienst. Schreef o.m. Zeeland in bewogen dagen (1946) en het bekende leerboek Nederland Deltaland (1962). Ref.: AB, Dertien maal Delta (1981). (vdt401)
«
(roepnaam: Cees; bijgenaamd de Zeefotograaf; Amsterdam 13 aug. 1921 - Heemstede 6 juli 1990), fotograaf. Kwam, na het verzet, in de fotografie en werd via contacten met het reddingswezen freelance fotograaf gespecialiseerd in de zee. Illustreerde diverse boeken over de zee, de scheepvaart en het reddingswezen w.o. Wegwijzers op het water (met J. Waaleman en J.A. van Wallenburg; 1978). Schreef ook zelf enkele boeken: Vlieland (1961) en Ameland (1963). Zie ook: E. Werkman. Ref.: A.C.van Kampen Zee (1958), S. Zeemans Met het oog op zee (1989). (vdt402)
«
(Den Haag 7 nov. 1848 - Den Haag 26 nov. 1913; begraven op Oud Eik en Duinen), ingenieur. Was, na zijn studie aan de PS te Delft, vanaf 1870 werkzaam bij de overheid in NOI, laatstelijk als directeur van het Departement der Burgerlijke OW. Schreef o.m. De waterafvoer der Nederlandsche hoofdrivieren (1887). Ref.: ING 1913 n49 p1061, ING 1914 n5, p87-91, WND. (vdt403)
«
(pseudoniem: Fokke van Lute; Wolvega 1 mei 1905 - Wolvega 21 nov. 2001), regionaal historicus. Werkte aanvankelijk als bouwvakker in het buitenland en vanaf 1932 als makelaar, aannemer en grossier in Meppel, Amsterdam en Antwerpen. Schreef, sinds 1969 in Wolvega, ongeveer 1500 artikelen over de geschiedenis van Weststellingwerf (deels historisch-geografisch) die de basis vormden voor boeken zoals Het Land van Stellingwerf (1997). Was mede-oprichter en erelid van de Vereniging Historie Weststellingwerf. (vdt404)
«
(Leiden 24 dec.1689 - Leiden 22 okt. 1763), schilder, historicus. Werd door zijn vader opgeleid in de kunst, maar kreeg vooral bekendheid door zijn publicaties op het gebied van munt- en penningkunde en geschiedenis, zoals: Groot charterboek der graven van Holland, van Zeeland en heeren van Vriesland (4 dln., 1753-1756). Ref.: NBW8, NGL, WP7. (vdt405)
«
(Tanah Radja NOI 10 mrt. 1919 – Arnhem 18 april 2005), archeoloog, hoogleraar. Studeerde in 1941 af in de sociale geografie aan de RU in Utrecht. Deed, als assistent van prof. A.E. van Giffen, oudheidkundig bodemonderzoek in de toen pas drooggevallen Noordoostpolder en promoveerde daarop in Groningen met Over de wording en betekenis van het Zuiderzeegebied (1945). Werkte vanaf 1946 bij de Stichting voor Bodemkartering te Wageningen en daarna als conservator bij de ROB in Amersfoort. Was van 1961 tot 1984 hoogleraar in de prehistorie aan de Universiteit van Leiden. Ref.: NP, De Vriendenkring 2005 n3 p6, WH 1998 n1 p28-32. (vdt405a)
«
(roepnaam: Huib; Brouwershaven 19 okt. 1921 - Ruinen 24 dec. 2001), ambtenaar, regionaal historicus. Was, na een studie staats- en administratief recht, sinds 1941 als gemeenteambtenaar werkzaam in Zeeland en Zuid-Holland, later in Jisp, Landsmeer, Ilpendam en laatstelijk als gemeenteontvanger in Muiden. Verrichtte diepgaand onderzoek naar regionale waterstaatsgeschiedenis; erelid Historische Kring Muiden. Schreef o.m. De stormvloed in Waterland, januari 1916 (1975), Het dorp aan de rivier de Ghypse [Ghyspe] (1976), De zuidkust van de Zuiderzee geteisterd door de stormvloed januari 1916 (1986), De geschiedenis van Waterland (1987) en De Diemerdijk; de gevolgen van paalwormvraat in de 18e eeuw (1997). Ref.: EZS, TWG 1997 n2 p34. (vdt406)
«

Eerste pagina van artikel: De geschiedenis van de Zuiderzee/ H.J. Moerman. - Overdr. uit: Haagsch maandblad. - II (1925) 147. - p. 344 - 356
(Ughelen 14 sep. 1882 - Kampen 24 sep. 1954), leraar, historisch-geograaf. Had, als leerling van R. Schuiling aan de Rijkskweekschool te Deventer, grote belangstelling voor Middeleeuwse economische geschiedenis en naamkunde. Was onderwijzer te Hengelo en Den Haag, daarna leraar aardrijkskunde te Winschoten en sinds 1925 te Kampen waar hij tot zijn pensionering in 1943 leraar en conrector aan het lyceum was. Schreef zeer heldere artikelen over de oostkust van de Zuiderzee w.o. De IJsselmonden (1918), Urk (met A.J. Reijers; 1921), Schokland (idem; 1925) en Uit de geschiedenis der Zuiderzee (1927). Werkte met G.J.A. Mulder samen aan de zesde druk van Schuilings Nederland, handboek der aardrijkskunde en aan de beide supplementen daarop. Schreef voor het Handboek der Geografie van Nederland twee hoofdstukken: Plaatsnamen (in dl. 2, 1951) en Overijsel (met A.W. Wentholt; in dl. 6, 1959). Zie ook: L.Ph.C. van den Bergh. Ref.: S.J. Fockema Andreae. In memoriam H.J. Moerman (1955), C.N. Fehrmann. In memoriam H.J. Moerman (1955), HGN dl.6 pVII. (vdt407)
«
(Ughelen 4 juli 1885 - Apeldoorn 24 mei 1965), onderwijzer, archeoloog. Was, na zijn opleiding aan de Rijkskweekschool te Deventer, werkzaam als onderwijzer te Wageningen. Was een zeer verdienstelijk beoefenaar van de archeologie en kenner van de geschiedenis van de Veluwe; postuum werd zijn naam gegeven aan een museum te Apeldoorn. Hij schreef o.m. Beken, sprengen en watermolens op de Veluwe (1934) en Veluwsche beken en daling van het grondwaterpeil (1934). Ref.: BWN1, WH 1965 p90. (vdt408)
«

Voorkant van: De friese tjalk, volbeladen met liederen, deuntjes en dansen / S.J. van der Molen. - Herdruk. - Wassenaar : Nederlands Volkskundig Genootschap, 1978
(Leeuwarden 7 aug. 1912 - Noordbergum 15 sep. 1995), leraar, journalist, folklorist. Was aanvankelijk onderwijzer en leraar, later journalist en redacteur bij het Nieuwsblad van Friesland en de Leeuwarder Courant. Was bestuurslid van verschillende cultuurhistorische instellingen en schreef vele artikelen en boeken op folkloristisch, naamkundig en historisch gebied, zoals De dijken der Middelzee in Leeuwarderadeel (1938), Profiel van een waterland; de oude Friese watersteden (1974) en Fries waterland in beeld (1982). Ref.: EF, WWN1. (vdt409)
«
(Amsterdam 18 jan. 1785 - Amsterdam 17 jan. 1838), sterrenkundige, hoogleraar. Studeerde in 1809 af in de wis- en natuurkunde te Leiden. Was sinds 1812 hoogleraar wis- en natuurkunde te Utrecht en directeur van het observatorium aldaar. Bedacht in 1820 een nieuw type duiktoestel. Had daarnaast grote belangstelling voor het zeewezen en de waterstaat en schreef o.m. Over het Amsterdamsche peil en de geschiedenis van hetzelve (1826) en Over waarnemingen der getijden langs de Nederlandsche kusten (1838). Ref.: BW. (vdt410)
«

Ir. L. Monhemius (rechts), Hoofd Afdeling Machinebouw bij de Dienst der Zuiderzeewerken in gesprek met de Heer C. Hozee, Technisch Hoofdambtenaar bij de dienst Zuiderzeewerken.
(Amsterdam 31 okt. 1897 - Den Haag 26 apr. 1980), werktuigbouwkundig ingenieur. Was, na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enkele jaren werkzaam als assistent van zijn leermeester J.C. Dijxhoorn. Werkte vervolgens bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en daarna als hoofd van de afdeling Werktuigkunde bij de Dienst der ZZW te Den Haag, in 1962 opgevolgd door J.J. Weeda. Ontwierp de gemalen Leemans en Lely in de Wieringermeer, de gemalen Buma, Smeenge en Vissering in de Noordoostpolder, de gemalen Colijn, Lovink en Wortman in Oostelijk Flevoland en het gemaal De Blocq van Kuffeler in Zuidelijk Flevoland. Schreef diverse artikelen over polderbemaling w.o. De gemalen van den Wieringermeerpolder (1930), Het schepradgemaal van Rijnland te Spaarndam (1937) en Vijf eeuwen polderbemaling; enkele grepen uit de geschiedenis van de strijd om droge voeten (1967). Ref.: ING 1980 n21 p30, LW 1961 n5 p200, LW 1962 n6 p233, ZJI. (vdt411)
«
(Vianen 26 aug. 1875 - Voorburg 12 mrt. 1948), ingenieur, hoogleraar, schilder. Werkte, na in 1897 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, korte tijd bij GW van Rotterdam en vele jaren in Argentinië. Werd in 1901 hoogleraar in Santiago en vervolgens adviseur van de Chileense regering. Werd in 1924 benoemd tot hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft en schreef bij zijn inauguratie Enige beschouwingen over het water als bron van energie. Schreef daarnaast talrijke artikelen in tijdschriften en was ook een erkend schilder van portretten en landschappen. Ontving in 1936 een eredoctoraat van de Universiteit van Gent. Ref.: BWN1, ENW, ING 1948 n26 pA211-A212, NBK, PKN, WND. (vdt412)
«
(Arnhem 5 sep. 1879 - Arnhem 1 feb. 1963; gecremeerd te Dieren), leraar, geograaf. Had, als leerling van R. Schuiling aan de Rijkskweekschool te Deventer, grote belangstelling voor regionale geschiedenis en naamkunde. Was leraar in achtereenvolgens Assen, Rotterdam, Bennekom en Apeldoorn. Werkte met H.J. Moerman samen aan de zesde druk van Schuiling's Nederland, handboek der aardrijkskunde. Zijn levenswerk is het onvolprezen standaardwerk Handboek der Geografie van Nederland (6 dln., 1949-1959). (vdt413)
«
(Assen 31 dec. 1910 - Haren 27 jan. 1974), scheikundige. Studeerde scheikunde in Groningen en promoveerde aldaar in 1938. Werkte sinds 1937 als chemicus-bacterioloog bij het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf te Groningen, sinds 1940 als hoofd van het laboratorium. Had grote belangstelling voor de prehistorie en archeologie van Drenthe en was secretaris van het Drents Genootschap en redacteur van het maandblad Drenthe en de Nieuwe Drentse Volksalmanak. Schreef o.m. Drinkwatervoorziening in Drenthe (1948). Ref.: WID5. (vdt414)
«

Voorkant van: Klei of beton voor zeedijksverhooging / R.R.L. de Muralt. - Terneuzen : D.H. Littooij Azn., 1931
(Utrecht 9 mei 1871 - Den Haag 7 nov. 1936), ingenieur, burgemeester. Was, na zijn studie aan de PS in Delft, werkzaam bij achtereenvolgens RWS, de spoorwegen in NOI, het waterschap Schouwen en als directeur van het Technisch Bureau Zeeland te Zierikzee. Was lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Uitvinder van betonelementen voor verhoging en verdediging van zeedijken. Was lid van de gemeenteraad en TK. Woonde daarna in Den Haag en was van 1922 tot 1928 burgemeester van Borculo. Schreef artikelen over bruggenbouw, polderbemaling en zeeweringen w.o. Dijk- en oeverwerken van gewapend beton volgens het 'Systeem De Muralt' (1913). Ontving voor zijn bijzondere verdiensten de gouden Conradmedaille van het KIVI. Zie ook: A.A. Meijers. Ref.: BNE, M.P. de Bruin Waken en bewaren (1981), EZ, ING 1936 n49 p397-400, WBV, WG, ZJI. (vdt415)
«
(Werkendam 11 mei 1894 - Den Haag 7 mei 1946), ingenieur, politicus. Was, na zijn studie aan de TH te Delft, werkzaam bij RWS en van 1920 tot 1934 als ingenieur bij de PWS van Utrecht. Had sinds 1927 als hoofdingenieur een belangrijke rol in het ontwerp van het Amsterdam-Rijnkanaal. Richtte in 1931 de NSB op, met hemzelf als leider. Schreef, voordat hij zich als fascist gemanifesteerd had, De Amsterdam-Rijnverbinding en de Utrechtse streekbelangen (1929). Werd in 1934 ontslagen en na de Tweede Wereldoorlog wegens landverraad gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Ref.: BNE, BWN1, HLR, NGL, PKN, P.H. Ritter Over Mussert (1934), TWG 2003 n1 p32-38, WBV, WP7. (vdt416)
«