Home + Archief + Waterschrijvers
(gedoopt te Vollenhove 27 sep. 1769 - Amsterdam 31 jan. 1834),
boekhandelaar, uitgever, schilder. Werkte sinds 1794 te Amsterdam
als boek- en prenthandelaar, uitgever en tevens als schilder,
tekenaar en graveur van portretten. Publiceerde tussen 1818 en 1837
o.m. Geschiedkundige beschrijving van de overstrooming in de
Nederlanden in 1820 (1820). Ref.: BW, NBK. (vdt385)
«
(Rotterdam 15 sep. 1928 - Voorburg 6 okt. 1991), ingenieur.
Werkte, na in 1951 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, sinds
1953 bij de DWW van RWS in Den Haag. Schreef o.m. Enige
beschouwingen over de waterafvoer in het gebied rond
's-Hertogenbosch (1962), Hydrografie van het
Maasbekken (1972) en Kwantitatieve analyse van
rivierafvoeren (1982). Promoveerde in 1988 aan de TU Delft op
het ontwerp van oppervlaktewater-meetnetten. Ref.: BDD, ING 1991
n11 p44. (vdt386)
«
(Amsterdam 7 okt. 1796 - Buiksloot 22 sep. 1881), archivaris
(autodidact). Werkte bij de provincie Drenthe, de laatste jaren als
provinciaal archivaris. Schreef artikelen en boeken, vooral over de
geschiedenis van Drenthe, zoals De voormalige kloosters in
Drenthe (1835). Ref.: DB1, NBW8. (vdt387)
«
(roepnaam: Pier; Wissenkerke 26 mei 1917 - Zierikzee 19 apr.
1993), waterbouwkundige. Was van 1942 tot 1982 werkzaam bij RWS,
laatstelijk als technisch hoofdambtenaar bij de afsluiting van het
Veerse Gat, Brouwershavensche Gat en de Oosterschelde. Schreef o.m.
Drie-eilandenplan; afsluiting Veerse Gat (1961), De
grote werken na de afsluiting van het Veerse Gat (1962) en
De afsluiting van het Brouwershavensche Gat (1969). Ref.:
LW 1961 n1 p33. (vdt388)
«
(pseudoniem van Salomon Herman Hamburger; Woerden 11 juli 1898 -
Schiphol 14 nov. 1946; begraven te Oudewater), romanschrijver. Was
aanvankelijk venter van textiel in het Hollands-Utrechts
poldergebied. In de omgeving van Oudewater en in de Lopikerwaard
deed hij inspiratie op voor het schrijven van zijn streekromans. De
combinatie van knappe vertelkunst met verantwoorde psychologie
maken Rijshout en rozen (1924) en Het wassende
water (1925) zijn beste boeken; het laatste ondervond ook als
hoorspel grote weerklank in ons land. Verder schreef hij o.m.
Hollanders komt naar het water (1926). Overleed op nog
jonge leeftijd bij een vliegramp op Schiphol. Zie ook: K. Norel.
Ref.: BWN3, De Vier Waarden (themanummer) april 1986, HLR,
HSE, LML, LNA, LNL, PIR, WP7. (vdt389)
«
(Den Haag 3 apr. 1906 - Davos 27 feb. 1967), landbouwkundig
ingenieur. Studeerde en promoveerde aan de LHS te Wageningen op
Beschouwingen over een onderzoek naar de waterschapslasten in
Nederland (1942). Was Rijkslandbouw- en natuurconsulent,
daarna directeur van de Dienst Uitvoering van Werken en vervolgens
DG voor de Arbeidsvoorziening. Schreef voorts: De
waterschapslasten in de provincie Groningen (1937). Ref.:
BJ68, GE, NGE, WID6, WWN63. (vdt390)
«
(Soerabaja 29 mei 1864 - Den Haag 13 juni 1926), ingenieur.
Werkte, na in 1886 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, bij RWS
in Den Haag, Goes, Roermond en vervolgens van 1900 tot 1908 bij de
Dienst der Groote Rivieren te Utrecht. Was van 1909 tot 1917 als
vaarwegdeskundige betrokken bij de verbetering van de Waal, sinds
1911 als HID. Schreef enkele tijdschriftartikelen en het
uitstekende jubileumboek De waterweg langs Rotterdam naar zee,
1866-1916 (met A.T. de Groot; 1916). Ref.: ING 1926 n32 p673.
(vdt391)
«
Eerste pagina van artikel: 25 jaar geleden werd de Zuiderzee afgesloten / A.G. Maris TIJD In: Land en Water GEG: 1 (1957) 2 (mei). - p. 76-77
(Den Haag 22 okt. 1896 - Den Haag 14 feb. 1985), ingenieur. Was,
na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij
verschillende directies van RWS. Werd in 1946 HID van de RWS in
Gelderland, volgde in 1951 W.J.H. Harmsen op als DG van RWS, op
zijn beurt in 1961 opgevolgd door J. van de Kerk. Was vanaf de
oprichting voorzitter van de Deltacommissie en enige jaren van het
KIVI. Schreef o.m. Het Deltaplan in zijn verschillende
facetten (met H.A.M.C. Dibbits, J. van Veen en J.W. de Vries;
1956). Ref.: AB, DLW, GTW, NP 1999, NRC 26 okt 1961, WID6.
(vdt392)
«
(Deventer 31 mrt. 1905 - Haarlem 5 okt. 1983), ingenieur.
Studeerde in 1935 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Was
van 1964 tot 1970 directeur van het PWN en de N.V.
Watertransportmij. Rijn-Kennemerland. Schreef het jubileumwerk
Vereniging voor Waterleidingsbelangen in Nederland
1899-1949 (met W.F.J.M. Krul; 1949). Ref.: NP1982.
(vdt393)
«
(Leeuwarden 15 dec. 1857 - Den Haag 30 sep. 1922), jurist.
Studeerde rechten in Leiden en promoveerde daar op De
verdediging der rivierdijken bij ijsgang en hoog opperwater
(1886). Hij was werkzaam als kantonrechter en officier van justitie
in Den Haag, Middelburg, Rotterdam, Winschoten en Groningen en was
sinds 1914 adviseur-generaal aan het Gerechtshof in Den
Haag. (vdt393a)
«
Voorkant van rapport: Onderzoekingen betreffende de op het IJsselmeer te verwachten chloorgehalten : voordracht gehouden ter gelegenheid van het 25 -jarige bestaan van de Nederlandsche vereeniging tegen water-, bodem- en luchtverontreiniging op 23 februari 1935 / J.P. Mazure. - [S.l. : s.n., 1935]
(Rotterdam 24 dec. 1899 - Den Haag 3 nov. 1990), ingenieur,
hoogleraar, politicus. Was, na in 1923 te zijn afgestudeerd aan de
TH te Delft, werkzaam bij de Dienst der ZZW, belast met de
uitvoering van getijberekeningen voor de Staatscommissie Zuiderzee.
Promoveerde in Delft op De berekening van getijden en
stormvloeden op benedenrivieren (1937). Was van 1950 tot zijn
pensionering hoogleraar in de toegepaste mechanica in Delft. Vanaf
1958 lid, later tevens voorzitter van de EK. Ref.: BJ91, TWG 1996
n1 p6, WID6, WND, WWN63. (vdt394)
«
(Nijeholtpade 14 mrt. 1904 - Arnhem 27 apr. 1978), ingenieur.
Studeerde in 1928 af aan de TH in Delft en promoveerde aldaar in
1939 op Het opkomen van den Waterstaat als taak van het
landsbestuur in de Republiek der Vereenigde Provinciën (1939).
Was in verschillende functies werkzaam bij RWS, was van 1946 tot
1954 DG van Wederopbouw en Volkshuisvesting en daarna voorzitter
van de Rijksplanologische Commissie. Ref.: ING 1978 p458, WID5-6,
WWN63. (vdt395)
«
Foto van P.J. Meertens uit: Pieter Jacobus Meertens: 6-9-1899 - 28-10- 1985 / Jo Daan. - TIJD In: Taal en tongval GEG: XXXVII (1985) 3-4. - p. 93-95
(Middelburg 6 sep. 1899 - Amsterdam 28 okt. 1985), taalkundige,
volkskundige. Studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de RU
in Utrecht en promoveerde aldaar cum laude in 1943. Was daarna
leraar te Woerden en Doetinchem en enige jaren assistent aan de
Universiteitsbibliotheek in Utrecht. Was sinds 1930 werkzaam bij de
KNAW, vele jaren als lid of secretaris van diverse commissies op
het gebied van taal- en letterkunde, naamkunde, dialectologie en
volkskunde. Was directeur van het Instituut voor Dialectologie,
Volkskunde en Naamkunde van de KNAW, dat later naar hem is
vernoemd. Was mede-oprichter van de Stichting voor het
Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, thans
Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland te Lelystad. Schreef
ongeveer tweeduizend publicaties, vooral over Zeeland, en vele
biografieën. We noemen slechts: Het eiland Urk (met Louise
Kaiser, 1942; herdruk 1990) en Tholen, stad en eiland (met
M.P. de Bruin en A.J. van Heiningen, 1966). Ref.: BJ52, EZ, PKN,
A.A.Weijnen Pieter Jacobus Meertens (1986), WID5-6, WWN63.
(vdt396)
«
(Den Haag 29 juli 1876 - Den Haag 25 mei 1960), ingenieur. Was,
na zijn afstuderen in 1897 aan de PS te Delft, tot 1932 werkzaam in
NOI en op Curaçao, overwegend belast met ontwerp en aanleg van
havenwerken. Schreef diverse tijdschriftartikelen w.o. De
tweede binnenhaven te Scheveningen en de plannen ter verbinding van
die haven met de binnenwateren (1930) en de biografie Ter
herdenking Jhr.ir. R.R.L. de Muralt (1936). Ref.: ING 1960 n47
pA622, WID5. (vdt397)
«
(Amsterdam 4 okt. 1797 - Den Haag 11 dec. 1863), jurist.
Studeerde in diverde takken van de wetenschap te Münster, Gent en
Parijs en promoveerde te Leiden in de rechten. Was advocaat in Den
Haag, lid van PS en TK. Schreef o.m. Geschiedenis van het
Hoogheemraadschap en der lagere waterschapsbesturen in
Delfland (1847-1850). Ref.: NBW2. (vdt398)
«
(Zoutkamp 5 dec. 1900 - Schiermonnikoog 16
november 1990), schrijfster, dichteres. Schreef artikelen en boeken
over het eiland Schiermonnikoog en de zee, daarnaast ook gedichten.
Debuteerde met De magie van de zee (1938), tien korte
verhalen over de zee en de Waddeneilanden, waarvan in 1986 een
bewerking verscheen. Haar meest bekende boek is Het eiland
Schiermonnikoog (in het verlopend tij der Historie;1964).
Ref.: A.D. de Groot. Louise Mellema, 1900-1990; haar leven,
herinneringen, literair werk (1995). (vdt398a)
«
(Amsterdam 18 sept. 1897 - Amsterdam 31 okt. 1967),
romanschrijver. Begon als werkloos meubelmaker tijdens de
vooroorlogse crisisjaren met het schrijven van romans over het
Amsterdamse volksleven. Zeer populair was ook de roman
Waterland (1943), over de geboortestreek van Leeghwater,
die herdrukt werd onder de titel Goud onder golven (1957).
Ref.: BJ68, BWN4, HLR, LML, LNA, LNL, PVL, WID6, WP7, WWN63.
(vdt399)
«
Dr.ir. W.M. Otto (directeur R.IJ.P.) in gesprek met Dr.ir. F.P. Mesu (rechts, oud-directeur)
(Nieuw- en Sint Joosland 14 apr. 1889 - Bilthoven 18 sep. 1978),
landbouwkundig ingenieur. Was, na zijn studie aan de LHS te
Wageningen, werkzaam in Friesland en Drenthe bij het
Rivierenbureau, opgezet voor de verbetering van de afwatering, met
werkverschaffingsprojecten aan het Drostendiep. Daarna leidde hij
het Rijksbureau voor de Ontwatering te Zwolle, was hij van 1930 tot
1935 lid van de Wieringermeer-directie en van 1935 tot 1954 (de
eerste) directeur van de Cultuurtechnische Dienst te Utrecht. De
LHS te Wageningen verleende hem in 1953 een eredoctoraat. Was lid
van de Deltacommissie. Hij schreef o.m. Enige waterstaatkundige
facetten van de afsluiting der zeegaten (met A.G. Bruggeman;
1954), Waterhuishouding in Nederland (met J. van Veen;
1957) en Brabantse Biesbosch waarheen? (1960). Ref.: DB1,
M.A. Geuze Mesu: het leven van een pionier (1979), ING
1978 p798, LW 1960 n4 p146, VJB, WID5-6. (vdt400)
«
(Delft 24 juli 1908 - Leidschendam 18 sep. 1994),
waterbouwkundige, voorlichter. Voltooide in 1927 zijn studie weg-
en waterbouwkunde aan de MTS in Den Haag. Was van 1931 tot 1973 in
dienst van RWS, aanvankelijk als opzichter, laatstelijk als
waterstaatkundig hoofdambtenaar. Was van 1931 tot 1952 betrokken
bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, o.m. belast met de bouw
van de schutsluis bij Tiel. Was in 1945 werkzaam bij de droogmaking
van Walcheren en in 1953 bij dijkdichtingen op Goeree en
Schouwen-Duiveland. Was van 1957 tot 1973 hoofd van de afdeling
voorlichting van de Deltadienst. Schreef o.m. Zeeland in
bewogen dagen (1946) en het bekende leerboek Nederland
Deltaland (1962). Ref.: AB, Dertien maal Delta
(1981). (vdt401)
«
(roepnaam: Cees; bijgenaamd de Zeefotograaf; Amsterdam 13 aug.
1921 - Heemstede 6 juli 1990), fotograaf. Kwam, na het verzet, in
de fotografie en werd via contacten met het reddingswezen freelance
fotograaf gespecialiseerd in de zee. Illustreerde diverse boeken
over de zee, de scheepvaart en het reddingswezen w.o.
Wegwijzers op het water (met J. Waaleman en J.A. van
Wallenburg; 1978). Schreef ook zelf enkele boeken:
Vlieland (1961) en Ameland (1963). Zie ook: E.
Werkman. Ref.: A.C.van Kampen Zee (1958), S. Zeemans
Met het oog op zee (1989). (vdt402)
«
(Den Haag 7 nov. 1848 - Den Haag 26 nov. 1913; begraven op Oud
Eik en Duinen), ingenieur. Was, na zijn studie aan de PS te Delft,
vanaf 1870 werkzaam bij de overheid in NOI, laatstelijk als
directeur van het Departement der Burgerlijke OW. Schreef o.m.
De waterafvoer der Nederlandsche hoofdrivieren (1887).
Ref.: ING 1913 n49 p1061, ING 1914 n5, p87-91, WND. (vdt403)
«
(pseudoniem: Fokke van Lute; Wolvega 1 mei 1905 - Wolvega 21
nov. 2001), regionaal historicus. Werkte aanvankelijk als
bouwvakker in het buitenland en vanaf 1932 als makelaar, aannemer
en grossier in Meppel, Amsterdam en Antwerpen. Schreef, sinds 1969
in Wolvega, ongeveer 1500 artikelen over de geschiedenis van
Weststellingwerf (deels historisch-geografisch) die de basis
vormden voor boeken zoals Het Land van Stellingwerf
(1997). Was mede-oprichter en erelid van de Vereniging Historie
Weststellingwerf. (vdt404)
«
(Leiden 24 dec.1689 - Leiden 22 okt. 1763), schilder,
historicus. Werd door zijn vader opgeleid in de kunst, maar kreeg
vooral bekendheid door zijn publicaties op het gebied van munt- en
penningkunde en geschiedenis, zoals: Groot charterboek der
graven van Holland, van Zeeland en heeren van Vriesland (4
dln., 1753-1756). Ref.: NBW8, NGL, WP7. (vdt405)
«
(Leeuwarden 8 mei 1828 - Den Haag 8 feb. 1900), jurist.
Studeerde rechten in Leiden en promoveerde op Bijdrage tot de
geschiedenis van het dijkregt in Friesland, inzonderheid met
betrekking tot de Contributie der Vijf Deelen (1853). Was van
1862 tot 1864 burgemeester van Franeker en griffier van het Hof te
Leeuwarden. Ref.: EF. (vdt405a)
«
(Tanah Radja NOI 10 mrt. 1919 - Arnhem 18 april 2005),
archeoloog, hoogleraar. Studeerde in 1941 af in de sociale
geografie aan de RU in Utrecht. Deed, als assistent van prof. A.E.
van Giffen, oudheidkundig bodemonderzoek in de toen pas
drooggevallen Noordoostpolder en promoveerde daarop in Groningen
met Over de wording en betekenis van het Zuiderzeegebied
(1945). Werkte vanaf 1946 bij de Stichting voor Bodemkartering te
Wageningen en daarna als conservator bij de ROB in Amersfoort. Was
van 1961 tot 1984 hoogleraar in de prehistorie aan de Universiteit
van Leiden. Ref.: NP, De Vriendenkring 2005 n3 p6, WH 1998
n1 p28-32. (vdt405b)
«
(roepnaam: Huib; Brouwershaven 19 okt. 1921 - Ruinen 24 dec.
2001), ambtenaar, regionaal historicus. Was, na een studie staats-
en administratief recht, sinds 1941 als gemeenteambtenaar werkzaam
in Zeeland en Zuid-Holland, later in Jisp, Landsmeer, Ilpendam en
laatstelijk als gemeenteontvanger in Muiden. Verrichtte diepgaand
onderzoek naar regionale waterstaatsgeschiedenis; erelid
Historische Kring Muiden. Schreef o.m. De stormvloed in
Waterland, januari 1916 (1975), Het dorp aan de rivier de
Ghypse [Ghyspe] (1976), De zuidkust van de Zuiderzee
geteisterd door de stormvloed januari 1916 (1986), De
geschiedenis van Waterland (1987) en De Diemerdijk; de
gevolgen van paalwormvraat in de 18e eeuw (1997). Ref.: EZS,
TWG 1997 n2 p34. (vdt406)
«
Eerste pagina van artikel: De geschiedenis van de Zuiderzee/ H.J. Moerman. - Overdr. uit: Haagsch maandblad. - II (1925) 147. - p. 344 - 356
(Ughelen 14 sep. 1882 - Kampen 24 sep. 1954), leraar,
historisch-geograaf. Had, als leerling van R. Schuiling aan de
Rijkskweekschool te Deventer, grote belangstelling voor
Middeleeuwse economische geschiedenis en naamkunde. Was onderwijzer
te Hengelo en Den Haag, daarna leraar aardrijkskunde te Winschoten
en sinds 1925 te Kampen waar hij tot zijn pensionering in 1943
leraar en conrector aan het lyceum was. Schreef zeer heldere
artikelen over de oostkust van de Zuiderzee w.o. De
IJsselmonden (1918), Urk (met A.J. Reijers; 1921),
Schokland (idem; 1925) en Uit de geschiedenis der
Zuiderzee (1927). Werkte met G.J.A. Mulder samen aan de zesde
druk van Schuilings Nederland, handboek der aardrijkskunde
en aan de beide supplementen daarop. Schreef voor het Handboek
der Geografie van Nederland twee hoofdstukken:
Plaatsnamen (in dl. 2, 1951) en Overijsel (met
A.W. Wentholt; in dl. 6, 1959). Zie ook: L.Ph.C. van den Bergh.
Ref.: S.J. Fockema Andreae. In memoriam H.J. Moerman
(1955), C.N. Fehrmann. In memoriam H.J. Moerman (1955),
HGN dl.6 pVII. (vdt407)
«
(Ughelen 4 juli 1885 - Apeldoorn 24 mei 1965), onderwijzer,
archeoloog. Was, na zijn opleiding aan de Rijkskweekschool te
Deventer, werkzaam als onderwijzer te Wageningen. Was een zeer
verdienstelijk beoefenaar van de archeologie en kenner van de
geschiedenis van de Veluwe; postuum werd zijn naam gegeven aan een
museum te Apeldoorn. Hij schreef o.m. Beken, sprengen en
watermolens op de Veluwe (1934) en Veluwsche beken en
daling van het grondwaterpeil (1934). Ref.: BWN1, WH 1965 p90.
(vdt408)
«
(Oostvoorne 28 mrt. 1880 - Den Haag 24
feb. 1954), onderwijzer, schrijver. Was onderwijzer in Zeist,
Hilversum en sinds 1916 in Den Haag. Had een belangrijke inbreng
bij de samenstelling van de Schoolplaten voor de vaderlandsche
geschiedenis. Schreef: De wonderbaarlijke avonturen van
Willem Ysbrantsz Bontekoe (1924) en Grote
Nederlanders (met zijn dochter Teuntje Klijnhout-Moerman;
1946). Bekend zijn ook de plaatjesalbums Der Vaderen Erf
(1952) en Neerlands vlag aan vreemde kust (1955)
met aquarellen van J.W. Heijting. (vdt408a)
«
Voorkant van: De friese tjalk, volbeladen met liederen, deuntjes en dansen / S.J. van der Molen. - Herdruk. - Wassenaar : Nederlands Volkskundig Genootschap, 1978
(Leeuwarden 7 aug. 1912 - Noordbergum 15 sep. 1995), leraar,
journalist, folklorist. Was aanvankelijk onderwijzer en leraar,
later journalist en redacteur bij het Nieuwsblad van
Friesland en de Leeuwarder Courant. Was bestuurslid
van verschillende cultuurhistorische instellingen en schreef vele
artikelen en boeken op folkloristisch, naamkundig en historisch
gebied, zoals De dijken der Middelzee in Leeuwarderadeel
(1938), Profiel van een waterland; de oude Friese
watersteden (1974) en Fries waterland in beeld
(1982). Ref.: EF, WWN1. (vdt409)
«
(Amsterdam 18 jan. 1785 - Amsterdam 17 jan. 1838),
sterrenkundige, hoogleraar. Studeerde in 1809 af in de wis- en
natuurkunde te Leiden. Was sinds 1812 hoogleraar wis- en
natuurkunde te Utrecht en directeur van het observatorium aldaar.
Bedacht in 1820 een nieuw type duiktoestel. Had daarnaast grote
belangstelling voor het zeewezen en de waterstaat en schreef o.m.
Over het Amsterdamsche peil en de geschiedenis van
hetzelve (1826) en Over waarnemingen der getijden langs de
Nederlandsche kusten (1838). Ref.: BW. (vdt410)
«
Ir. L. Monhemius (rechts), Hoofd Afdeling Machinebouw bij de Dienst der Zuiderzeewerken in gesprek met de Heer C. Hozee, Technisch Hoofdambtenaar bij de dienst Zuiderzeewerken.
(Amsterdam 31 okt. 1897 - Den Haag 26 apr. 1980),
werktuigbouwkundig ingenieur. Was, na in 1921 te zijn afgestudeerd
aan de TH in Delft, enkele jaren werkzaam als assistent van zijn
leermeester J.C. Dijxhoorn. Werkte vervolgens bij het
Hoogheemraadschap van Rijnland en daarna als hoofd van de afdeling
Werktuigkunde bij de Dienst der ZZW te Den Haag, in 1962 opgevolgd
door J.J. Weeda. Ontwierp de gemalen Leemans en Lely in de
Wieringermeer, de gemalen Buma, Smeenge en Vissering in de
Noordoostpolder, de gemalen Colijn, Lovink en Wortman in Oostelijk
Flevoland en het gemaal De Blocq van Kuffeler in Zuidelijk
Flevoland. Schreef diverse artikelen over polderbemaling w.o.
De gemalen van den Wieringermeerpolder (1930), Het
schepradgemaal van Rijnland te Spaarndam (1937) en Vijf
eeuwen polderbemaling; enkele grepen uit de geschiedenis van de
strijd om droge voeten (1967). Ref.: ING 1980 n21 p30, LW 1961
n5 p200, LW 1962 n6 p233, ZJI. (vdt411)
«
Eerste pagina van artikel: De natuur in het IJsselmeergebied: het Zuiderzeeproject en de ingrijpende gevolgen voor de planten- en dierenwereld / door M.F. Mrzer Bruijns TIJD In: Zuiderzeeland GEG: 1 (1982) 1. - p. 31-37
(roepnaam: Mauk; Bussum 21 feb. 1913 - Dieren 14 okt. 2004),
natuur- en landschapsbeschermer, hoogleraar. Na zijn studie
biologie aan de RU te Utrecht, was hij van 1941 tot 1946 leraar
bodemkunde, plantkunde en landbouwdierkunde te Deventer. In 1947
promoveerde hij cum laude aan de RU van Utrecht op Over
levensgemeenschappen (van mollusken en planten in het
IJsseldal). Hij was in 1955 oprichter van het Rijksinstituut voor
Veldbiologisch Onderzoek, waarvan hij van 1957 tot 1970 directeur
was. Hij verrichtte vele inventarisaties van watervogels en
adviseerde in binnen- en buitenland over natuurbeheer. In 1960 werd
hij docent aan de LHS te Wageningen en van 1964 tot 1978 was hij er
hoogleraar natuurbehoud en natuurbeheer. Van zijn vele publicaties
noemen we: Het Deltaplan en zijn gevolgen voor de fauna van het
Deltagebied (1958) en Spectrum atlas van de Nederlandse
landschappen (1979). Voor zijn bijzondere verdiensten ontving
hij maar liefst zeven onderscheidingen. Ref.: H.P. Gorter
Ruimte voor natuur (1986), IBV, NP, WWN1-2.
(vdt411a)
«
(Vianen 26 aug. 1875 - Voorburg 12 mrt. 1948), ingenieur,
hoogleraar, schilder. Werkte, na in 1897 te zijn afgestudeerd aan
de PS te Delft, korte tijd bij GW van Rotterdam en vele jaren in
Argentinië. Werd in 1901 hoogleraar in Santiago en vervolgens
adviseur van de Chileense regering. Werd in 1924 benoemd tot
hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft en schreef bij zijn
inauguratie Enige beschouwingen over het water als bron van
energie. Schreef daarnaast talrijke artikelen in tijdschriften
en was ook een erkend schilder van portretten en landschappen.
Ontving in 1936 een eredoctoraat van de Universiteit van Gent.
Ref.: BWN1, ENW, ING 1948 n26 pA211-A212, NBK, PKN, WND.
(vdt412)
«
(Arnhem 5 sep. 1879 - Arnhem 1 feb. 1963; gecremeerd te Dieren),
leraar, geograaf. Had, als leerling van R. Schuiling aan de
Rijkskweekschool te Deventer, grote belangstelling voor regionale
geschiedenis en naamkunde. Was leraar in achtereenvolgens Assen,
Rotterdam, Bennekom en Apeldoorn. Werkte met H.J. Moerman samen aan
de zesde druk van Schuiling's Nederland, handboek der
aardrijkskunde. Zijn levenswerk is het onvolprezen
standaardwerk Handboek der Geografie van Nederland (6
dln., 1949-1959). (vdt413)
«
(Appelscha 14 dec. 1905 - Naarden 11 aug. 1980),
leraar. Was, na zijn studie Engels aan de RUG, sinds 1935 leraar
Engels in Schiedam, later in Bussum. Schreef sinds 1968 diverse
publicaties over de geschiedenis van Ooststellingwerf en van
Appelscha in het bijzonder, zoals De voorgeschiedenis van de
verveningen in Appelsche door de gezamenlijke Compagnons der
Opsterlandsche en Ooststellingwerfsche Veenen en Vaarten
(1981). (vdt413a)
«
(Assen 31 dec. 1910 - Haren 27 jan. 1974), scheikundige.
Studeerde scheikunde in Groningen en promoveerde aldaar in 1938.
Werkte sinds 1937 als chemicus-bacterioloog bij het Gemeentelijk
Waterleidingbedrijf te Groningen, sinds 1940 als hoofd van het
laboratorium. Had grote belangstelling voor de prehistorie en
archeologie van Drenthe en was secretaris van het Drents
Genootschap en redacteur van het maandblad Drenthe en de Nieuwe
Drentse Volksalmanak. Schreef o.m. Drinkwatervoorziening in
Drenthe (1948). Ref.: WID5. (vdt414)
«
Voorkant van: Klei of beton voor zeedijksverhooging / R.R.L. de Muralt. - Terneuzen : D.H. Littooij Azn., 1931
(Utrecht 9 mei 1871 - Den Haag 7 nov. 1936), ingenieur,
burgemeester. Was, na zijn studie aan de PS in Delft, werkzaam bij
achtereenvolgens RWS, de spoorwegen in NOI, het waterschap Schouwen
en als directeur van het Technisch Bureau Zeeland te Zierikzee. Was
lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Uitvinder van betonelementen
voor verhoging en verdediging van zeedijken. Was lid van de
gemeenteraad en TK. Woonde daarna in Den Haag en was van 1922 tot
1928 burgemeester van Borculo. Schreef artikelen over bruggenbouw,
polderbemaling en zeeweringen w.o. Dijk- en oeverwerken van
gewapend beton volgens het 'Systeem De Muralt' (1913). Ontving
voor zijn bijzondere verdiensten de gouden Conradmedaille van het
KIVI. Zie ook: A.A. Meijers. Ref.: BNE, M.P. de Bruin Waken en
bewaren (1981), EZ, ING 1936 n49 p397-400, WBV, WG, ZJI.
(vdt415)
«
(Werkendam 11 mei 1894 - Den Haag 7 mei 1946), ingenieur,
politicus. Was, na zijn studie aan de TH te Delft, werkzaam bij RWS
en van 1920 tot 1934 als ingenieur bij de PWS van Utrecht. Had
sinds 1927 als hoofdingenieur een belangrijke rol in het ontwerp
van het Amsterdam-Rijnkanaal. Richtte in 1931 de NSB op, met
hemzelf als leider. Schreef, voordat hij zich als fascist
gemanifesteerd had, De Amsterdam-Rijnverbinding en de Utrechtse
streekbelangen (1929). Werd in 1934 ontslagen en na de Tweede
Wereldoorlog wegens landverraad gefusilleerd op de
Waalsdorpervlakte. Ref.: BNE, BWN1, HLR, NGL, PKN, P.H. Ritter
Over Mussert (1934), TWG 2003 n1 p32-38, WBV, WP7.
(vdt416)
«