Home + Archief + Waterschrijvers
(Rotterdam 24 jan. 1851 - Baden-Baden 7 aug. 1927), ingenieur,
landbouwkundige. Studeerde aan de PS te Delft en aan het
Landwirtschaftliche Institut te Halle. Werd als 25-jarige benoemd
tot directeur van de Mij. van Weldadigheid te Frederiksoord. Was
inspecteur van de landbouw, sinds 1906 curator van het KNMI,
mede-oprichter, bestuurs- en redactielid van de Ned. Heidemij. Had
een belangrijk aandeel in de plannen tot droogmaking van de
Zuiderzee. Schreef o.m. De Zuiderzeepolders (1918) en
Een belangrijk cultuurtechnisch werk: partiële bemaling van het
waterschap Vollenhove (1921). Ref.: Eigen Haard 1916
p256, Hollandsche Revue 1908 p265, NP1925. (vdt375)
«
(roepnaam ook wel: Klaas; Slochteren 8 juli 1871 - Utrecht 6
mrt. 1963), onderwijzer, burgemeester, folklorist, lexicograaf. Was
onderwijzer te Sappemeer, Appingedam, Dordrecht, Arnhem, Sluis en
Delft. Was van 1901 tot 1937 lid van de TK voor de SDAP en de
eerste socialistische burgemeester in Nederland, van Zaandam.
Stelde een aantal woordenboeken en encyclopedieën samen w.o.
Aardrijkskundig woordenboek van Nederland (1942; 2e dr.,
1948; 3e dr., 1968) en de Groninger Encyclopedie (2 dln.
in 1 band, 1954-1956). Ref.: BJ52, BJ64, BWN4, K. ter Laan
Geschiedenis van Slochteren (1962), NGE, NGL, WID5-6, WP7,
WWN63. (vdt349)
«
(ca. 1685- 1760), waterschapsambtenaar. Was secretaris van het
hoogheemraadschap Drechterland. Schreef: Ontwerp van een
onkostbaar en zeker middel, om de Westvriesche zeedijken , door 't
afknagen van 't paalwerk zeer gevaarlijk geworden in 1733, te
stellen buiten eenig gevaar van doorbrake (1733) en
Dringende nootzake om aan alle de zeedijken, gelegen aan de
Zuiderzee en 't IJe te maken nieuwe buitenwerken tot bescherminge
van Holland en Westvriesland (1735). Ref.: BW. (vdt350)
«
(Middelburg 22 aug. 1854 - Den Haag 26 mei 1930), ingenieur.
Was, na zijn studie aan de PS te Delft, werkzaam bij de waterstaat
als opzichter te Vlissingen, Hoek van Holland en bij de Rivierkaart
onder Ramaer. Werd assistent bij de PS onder Henket en Steuerwald,
daarna ingenieur bij de PWS van Zeeland, in 1895 directeur van PW
in Amsterdam, in 1900 werkzaam bij een particuliere petroleummij.
te Dordrecht en in 1914 naar NOI voor havenadviezen. Was
regeringscommissaris voor oprichting van de Hoogovens in IJmuiden.
Schreef o.m. Stad- en havenuitbreiding van Amsterdam in de
laatste vijftig jaren (1897). Ref.: ING 1930 n42 pA383-385,
Ons Amsterdam 1950 p24. (vdt351)
«
(roepnaam: Free; Schoonhoven 22 sep. 1897 - Zeist 4 juli 1976),
leraar, fysisch geograaf. Volgde zijn opleiding voor het onderwijs
te Gouda en behaalde de akte M.O. Aardrijkskunde in Utrecht. Was
aanvankelijk onderwijzer in Soest, sinds 1926 leraar aardrijkskunde
te Dordrecht en Rotterdam en van 1929 tot 1962 te Leiden. Was een
toegewijd onderzoeker van het Nederlandse water- en polderlandschap
en een productief schrijver; herzag ook enkele leerboeken over
aardrijkskunde. Schreef o.m. De Brabantsche Biesbosch en de
afsluitingsplannen (1938), Stad en land onder de
zeespiegel (1953) en Het Hollands-Utrechtse polderland
bezuiden het IJ en de aangrenzende duinstreek (in HGN dl. 4;
1954). Bewerkte en gaf uit, met A.C.W. Korevaar, het proefschrift
van T. Vink De Lekstreek onder de titel De
rivierstreek (1954). (vdt352)
«
(Amsterdam 2 nov. 1915 - Eindhoven 16 feb. 2002),
marine-officier, oceanograaf, ingenieur, hoogleraar. Nam, na in
1936 te zijn afgestudeerd aan het KIM in Den Helder, deel aan de
Snellius-expeditie in de wateren van NOI. Doorliep bij de Kon.
Marine alle rangen t/m die van schout-bij-nacht. Studeerde in 1953
af als geodetisch ingenieur aan de TH in Delft. Was tot 1972
werkzaam als Chef Hydrografie van de Kon. Ned. Marine en van 1974
tot 1980 als buitengewoon hoogleraar in de scheepvaartkunde aan de
TH in Delft. Overleed aan de gevolgen van een auto-ongeluk.
Schreef, naast internationale publicaties over oceanografie, o.m.
Luctor et Emergo (inaugurele rede; 1974) en Mens en
Zee (1968). (vdt353)
«
(Hardinxveld 18 jan. 1857 - Den Haag 24 okt. 1934), notaris,
waterschapsambtenaar. Werkte sinds 1890 als notaris te Gorinchem,
sinds 1892 te Sliedrecht. Was daarnaast secretaris-penningmeester
van de waterschappen De Overwaard, Vijfheerenlanden en Arkel
beneden de Zouwe. Zijn belangrijkste publicaties zijn: Het
ontstaan en de eerste wettelijke regeling van het waterschap De
Overwaard (1887), Statistieke opgave en beschrijving van
de Alblasserwaard met Arkel beneden de Zouwe (met C.A.
Verheij; 1893) en Land- en waterwegen der Romeinen -
voornamelijk in de Maas-, Waal- en Rijndelta omstreeks het begin
onzer jaartelling; historisch-geografische schets (1930).
(vdt354)
«
(Amsterdam 28 feb. 1825 - Purmerend 2 mrt. 1909), architect,
tegelfabrikant en steenkoper. Schreef onder meer: Een woord aan
allen die belangstellen in de beide ontwerpen van het Amsterdamsche
Noordzeekanaal en de droogmaking van de Zuiderzee en in een kanaal
door de Geldersche Vallei (1868). (vdt354a)
«
(roepnaam: Jef; Den Haag 2 mei 1898 - Laren 15 feb. 1972),
dichter, schrijver. Studeerde Chinese letteren in Leiden en
promoveerde in 1957 daarin te Hamburg na in verschillende
werelddelen een zwervend bestaan geleid te hebben. Schreef
gedichten en romans met een uitgesproken sociale strekking, zoals
het zakelijk geschreven Zuiderzee (1934). Hierin
beschrijft hij het leven van de werkers aan de Afsluitdijk, maar
neemt ook stelling tégen verdere inpoldering! Verder:
Leeghwater maalt de meren leeg (1942). Zie ook: E.J.A.M.
Hoornik. Ref.: BJ73, EW, HSE, LML, LNA, LNL, PVL, WID5-6, WP7-9,
WWN63. (vdt355)
«
(roepnaam: Hans; Rotterdam 15 nov. 1923 - Amsterdam 21 nov.
1997), wiskundige, hoogleraar. Studeerde in Leiden en Delft alwaar
hij in 1948 promoveerde. Was in dienst van Shell, daarna van het
Mathematisch Centrum te Amsterdam. Werkte hier als lid van de
Deltacommissie aan numerieke modellen voor stormvloedvoorspelling
op de Noordzee: De wiskundige behandeling van de invloed van
windvelden op de waterstanden in de Noordzee (met D. van
Dantzig; 1961). Was hoogleraar aan de UvA en één van de
hoofdredacteuren van de achtste druk van de Grote WP Encyclopedie.
Ref.: BJ98, WWN1. (vdt356)
«
(roepnaam: Tom; Teteringen 10 sep. 1918 - Middelburg 19 juni
1982), jurist, natuurkenner. Werkte na zijn studie rechten in
Leiden als griffier, sinds 1947 als officier van justitie te
Middelburg. Was daarnaast een groot kenner van waterwild (vooral
van ganzen) en jacht; heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt voor
het natuurbehoud in Zeeland. Ontving in 1969 de Heimans en Thijsse
Prijs en in 1980 de Gouden Lepelaar. Schreef vele artikelen en
boeken w.o. Achter de schermen (met G.D. van der Heide;
1944) over eendenkooien in Nederland en De Biesbosch, land van
het levende water (met P.C. Heyligers, C.J. Verhey en I.S.
Zonneveld; 1962). Ref: IBV, NP 1952. (vdt357)
«
(Oudewater 18 feb. 1808 - Zwolle 16 dec. 1878), ingenieur.
Werkte, na zijn opleiding aan de artillerie- en genieschool in
Delft, onder J.A. Beijerinck aan de droogmaking van de Zuidplas.
Schreef in de tijd dat hij in Groningen een stoomvaartbedrijf had:
De verbetering van het Reitdiep of de Hunze voor de groote
scheepvaart (1855). Was als hoofdingenieur in Overijssel
belast met de verbetering van de bevaarbaarheid van de IJssel tot
in de Zuiderzee en de verlenging van de leidammen van het
Keteldiep. Ref.: JCBG, NBW2. (vdt358)
«
Leeghwater, Jan Adriaensz.
(De Rijp 1575 - Amsterdam 1650), waterbouwkundige. Verkreeg in
1605 octrooi voor de 'waterconste', een duikerklok waarmee
werkzaamheden onder water verricht konden worden. Als opzichter en
molenmaker werkte hij mee aan de droogmaking van de Beemster
(1612), Purmer (1622), Wormer (1626), Schermer (1635) en andere
meren. Grote bekendheid verwierf hij met het
Haarlemmer-meerboeck (1641; vele herdrukken), een pleidooi
voor droogmaking. Zijn naam is gegeven aan het gemaal in de
Haarlemmermeer bij De Kaag. Ref.: AWN3, GTW, D. de Herder e.a.
Jan Adriaensz Leeghwater, idealist en molenmaker (1975),
JCBG, J.C.F. Last Leeghwater maalt de meren leeg (1942),
J. Mens Waterland (1943), NBW6, NGL, OTAR 1976 n1 p12-13,
PT 1983 n11, J.G. de Roever Jan Adriaanszoon Leeghwater; het
leven en werk van een zeventiende-eeuws waterbouwkundige
(1944), SGN, TWG 1992 n2 p70-75, TWG 1993 n2 p66, TWG 2003 n1
p1-10, WP7. (vdt359)
«
Leemans, Wilhelmus François
(Leiden 13 sep. 1841 - Den Haag 29 nov. 1929), ingenieur.
Werkte, na zijn studie aan de PS te Delft, bij RWS in Steenenhoek,
Den Bosch en Kampen. Zijn voorstel tot afsluiting van de Zuiderzee
werd in 1877 wetsontwerp. Leidde de verruimingswerkzaamheden van de
Rotterdamse Waterweg; schreef: De Nieuwe Waterweg langs
Rotterdam naar zee (1897). Bij pensionering was hij HIG van de
waterstaat. Was in de periode van 1892 tot 1913 voorzitter van de
Zuiderzeevereniging, van 1892 tot 1903 driemaal voorzitter van het
KIVI en lid van talrijke staatscommissies. Zijn naam werd gegeven
aan het gemaal van de Wieringermeer bij Den Oever. Ref.: AWN3, GGK,
GPZ, ING 1929 n31 p419-420, NGL, WG, WND, WP7, WWN63, ZJI.
(vdt360)
«
Artikel: De ontworpen Wieringermeerpolder: eene schets / door J.C. de Leeuw. - TIJD In: Eigen Haard GEG: (1879). - p. 304-306
(Houtrijk en Polanen 10 juni 1816 - Anna Paulowna 13 sep. 1880),
dijkgraaf, burgemeester. Volgde zijn vader op als opzichter bij het
Hoogheemraadschap van Rijnland. Was sinds 1847 dijkgraaf van de
Anna Paulownapolder en sinds 1870 burgemeester van Anna Paulowna.
Richtte, met W.F.A. Beijerinck, in 1875 een ingenieursbureau op
voor stoombemaling van polders. Schreef o.m. Korte beschouwing
van den toestand des Anna Paulownapolders in Maart 1851
(1851), Bemaling der middel- en binnendijksche buitenveldersche
polders (met W.F.A. Beijerinck; 1875) en De ontworpen
Wieringermeerpolder (1879). Ref.: RA Noord-Holland
Familiearchief De Leeuw inv. n2. (vdt361)
«
Titelblad van: Geschiedkundig tafereel van den watervloed en de overstroomingen in de provincie Vriesland: voorgevallen in Sprokkelmaand MDCCXXV met eene beschrijving van derzelver gevolgen voor dat gewest / J. van Leeuwen. - Leeuwarden : G.T.N. Suringar, 1826
(Nieuwkoop 29 apr. 1787 - Leeuwarden 12 juli 1857), griffier,
bibliothecaris. Autodidact, begonnen als onderwijzer te Olterterp,
was later griffier, archivaris van de provincie Friesland en de
eerste bibliothecaris van de provinciale bibliotheek in Leeuwarden.
Had veel belangstelling voor de Friese taal, letterkunde en
geschiedenis en schreef o.m. Geschiedkundig tafereel van den
watervloed en de overstroomingen in Vriesland voorgevallen in
Sprokkelmaand 1825 (1826). Ref.: EF, NBW4. (vdt362)
«
(Eindhoven 13 mrt. 1877 - Middelburg 9 mrt. 1944), ingenieur.
Was, na zijn studie aan de PS te Delft, sinds 1904 werkzaam bij RWS
in Sas van Gent en vanaf 1908 bij PW van Zeeland in Terneuzen en
Goes, laatstelijk als hoofdingenieur. Overleed aan de gevolgen van
een auto-ongeluk tijdens een dienstreis. Schreef o.m. De
Zeeuwsche zeedijken (1930) en Enige opmerkingen over de
Zeeuwsche zeeweringen (1938). Ref.: M.P. de Bruin Waken en
bewaren, honderd jaar PW Zeeland (1981), ING 1945 pA124, PZC
1944 11 mrt. (vdt363)
«
Lely, Cornelis
(Amsterdam 23 sept. 1854 - Den Haag 22 jan. 1929), ingenieur,
minister. Was na zijn studie aan de PS te Delft werkzaam bij de
aanleg van spoorlijnen en bij RWS. Werd in 1886 benoemd tot
ingenieur bij de Zuiderzeevereniging en volgde in 1887 J. van der
Toorn op als hoofd van het technisch bureau. Leidde het onderzoek
naar de afsluiting en drooglegging van de Zuiderzee en maakte als
minister van Waterstaat de plannen hiervoor tot wet. Schreef o.m.
Onderzoek omtrent de afsluiting en droogmaking van de
Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerszee (8 dln., 1887-1891). Was
Minister van Waterstaat in de jaren 1891-1894, 1897-1901 en
1913-1918. In 1907 werd hem door de THD een eredoctoraat verleend.
Was tot 1929 voorzitter van de in 1919 ingestelde Zuiderzeeraad,
opgevolgd door H. Colijn. Verwierf in 1922 het erelidmaatschap van
het KIVI, waarvan hij van 1928 tot 1929 voorzitter was. Zijn naam
werd gegeven aan het gemaal van de Wieringermeer bij Medemblik.
Zijn standbeeld prijkt aan de Afsluitdijk bij Den Oever en in het
centrum van het naar hem genoemde Lelystad. Ref.: BWN1, ED, GN,
GPZ, GTW, HLR, HNJ, ING 1929 n4 pA21-24, K. Jansma Lely,
bedwinger der Zuiderzee (1948), NGL, WG, WP7, WT, ZJI, ZZP.
(vdt364)
«
(tweede zoon van Cornelis Lely; roepnaam: Wim; Deventer 9 juni
1885 - Aintree bij Liverpool 8 apr. 1932), ingenieur. Studeerde
waterbouwkunde en promoveerde aan de TH te Delft op De invloed
van de Zuiderzee op de stormvloedstanden langs de Friesche
kust (1921). Was lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Werkte
aan verschillende waterstaatswerken en ontwierp de plannen voor de
Maaskanalisatie: Rapport betreffende de verbetering van de Maas
voor groote afvoeren (1926). Werd in Engeland bij verrassing
door een sneltrein overreden. Zijn werk aan de kanalisatie van de
Maas werd voortgezet door J.W. de Vries. Ref.: AWN3, GWG, ING 1932
n25 pA221-A224, TWG 1996 p5, TWG 2002 n2 p39-46, WG, WP7, ZJI.
(vdt365)
«
Eerste pagina van: Nota betreffende de oprichting van eene naamloze vennootschap voor het aannemen en uitvoeren van groote waterbouwkundige werken / J. Lely en S. ten Bokkel Huinink. - Amsterdam: de Bussy, 1917
(oudste zoon van Cornelis Lely; Leiden 20 juni 1883 - Nootdorp
20 mrt. 1945), ingenieur. Werkte, na zijn opleiding aan de TH te
Delft, bij RWS in verschillende functies. Schreef enkele artikelen
in De Ingenieur. Volgde in 1918 I.A. Lindo op als
directeur van GW van Den Haag. In 1930 volgde hij J.A. Ringers op
als directeur en hoofduitvoerder van de MUZ. Hij kwam bij een
bombardement om het leven. Ref.: HNJ, ING 1945 pA130, WG, WP7, ZJI.
(vdt366)
«
van Lennep, Jacob
(Amsterdam 24 mrt. 1802 - Oosterbeek 25 aug. 1868), advocaat,
schrijver, dichter. Werd, na zijn studie rechten te Leiden,
rijksadvocaat te Amsterdam. Gold als baanbreker voor de plannen tot
aanleg van een duinwaterleiding naar Amsterdam, die in 1853
gerealiseerd werden. Van zijn letterkundig werk zijn de historische
romans het belangrijkst. M.E. Kluit gaf het dagboek uit van de
voettochten die hij in 1823 maakte met zijn vriend Dirk van
Hogendorp: Nederland in den goeden ouden tijd (1942).
Ref.: CPE, HLR, H2O 2003 n17 p13, Ons Amsterdam 1962 n7
p204, HSE, LNA, LNL, NBW1, PIR, WP7. (vdt367)
«
Eerste pagina van artikel: Het Koninklik Instituut van Ingenieurs 1847-1947 / O.C.A. van Lidth de Jeude. - TIT In: Koninklijk Instituut van Ingenieurs: jubileum 1847-1947 / voorwoord H. Sangster ; O.C.A. van Lidth de Jeude, H. Korving, D. Dresden ... [et al.]. - [S.l: s.n, 1947]. - p. 3-6
(Tiel 7 juli 1881 - Den Haag 1 feb. 1952), ingenieur, minister.
Werkte na zijn studie aan de PS te Delft bij RWS, met
onderbrekingen voor havenstudies in Curaçao en China. Sinds 1919
technisch directeur van de Ned. Mij. voor Havenwerken te Amsterdam.
Was daarnaast actief in de politiek: gemeenteraad, PS, TK en van
1935 tot 1937 minister van Waterstaat. Was van 1938 tot 1941
voorzitter van het KIVI, van 1939 tot 1940 van de Zuiderzeeraad en
van 1938 tot 1952 erevoorzitter van de Vereniging "Eendracht maakt
macht". Schreef o.m. De kanaalverbinding Amsterdam -
Bovenrijn (1929). Zie ook: G.H. van den Broek. Ref.: BJ53,
BWN1, ING 1952 n6 pA45-A47, PKN, WID5, WT. (vdt368)
«
Liernur, Hermann Carl Anton
(zichzelf noemende Charles T.; Haarlem 12 mei 1828 - Berlijn 12
feb. 1893), ingenieur (autodidact). Begon als 15-jarige als
onderopzichter bij de bouw van de uitwateringssluizen te Katwijk en
vervolgens bij de inpoldering van de Anna Paulownapolder.
Emigreerde in 1848 naar de V.S. als landmeter en was betrokken bij
de aanleg van spoorwegen en speelde een roemruchte rol tijdens de
afscheidingsoorlog in 1861. Werkte na zijn terugkeer in 1865 korte
tijd in Londen als redacteur van het tijdschrift Engineer.
Ontwikkelde een naar hem genoemd rioleringsstelsel met gescheiden
afvoer van faecaliën, dat in 1872 voor het eerst werd toegepast in
Leiden. Schreef o.m. Ontwerp rioolstelsel voor
's-Gravenhage (1867). Ref.: GTN, NBW6. (vdt369)
«
(ook: Gerhard Hendrik; Aalten 12 aug. 1901 -
Lochem 11 dec. 1980), leraar, schrijver. Was onderwijzer in
Sibculo, schoolhoofd in Zuidbarge en van 1950 tot 1966 leraar aan
de Land- en Tuinbouwschool in Oldekerk. Sinds 1954 schrijver van
artikelen, streekromans en boeken over uiteenlopende onderwerpen
waaronder: Tussen Hunze en Lauwers; kultuur-historische
schetsen uit het Groninger Westerkwartier (1967).
(vdt369a)
«
(Vlaardingen 22 mrt. 1875 - Oegstgeest 2 sep. 1965; begraven op
Nieuw Eyk en Duinen te Den Haag), ingenieur. Was, na zijn studie
aan de PS te Delft, werkzaam bij de waterstaat in Overijssel. Sinds
1907 in dienst van de PWS van Overijssel, van 1912 tot 1935 als
hoofdingenieur. Hij schreef o.m. De ontwateringswerken in
Overijssel (1933) en Grepen uit de in deze eeuw op
landbouwkundig gebied tot stand gebrachte waterstaatswerken in
Overijssel (1939). Ref.: HM 2001 n3 p81, ING 1965 pA650,
Schets van een eeuw PW in Overijssel (1982).
(vdt370)
«
(roepnaam: Jack; Arnhem 20 sep. 1848 - Den Haag 2 dec. 1941),
genie-officier, ingenieur. Vertrok in 1872, na zijn opleiding aan
de MA te Breda, als assistent van C.J. van Doorn voor
waterstaatswerk naar Japan. Was van 1886 tot 1890 directeur van GW
te Arnhem, daarna tot 1918 directeur van GW in Den Haag, opgevolgd
door J. Lely. Hij was de nestor van het KIVI: lid van de raad van
toezicht en 70 jaar persoonlijk lid. Van zijn publicaties noemen
we: De zeeweringmuur langs het strand te Scheveningen
(1897) en De visschershaven te Scheveningen (1902). Ref.:
ING 1945 pA130 en p483, JS. (vdt371)
«
(Amsterdam 18 mrt. 1825 - Oosterbeek 5 sep. 1905), ingenieur.
Werkte na zijn studie aan de PS te Delft bij de waterstaat onder
J.A. Beijerinck bij de bouw van het stoomgemaal Cruquius in de
Haarlemmermeer. Werkte daarna te Hoorn, Dordrecht, Utrecht, Den
Haag en Oosterbeek. Schreef o.m. Landaanwinning in de
Zuiderzee (1890). Ref.: ING 1905 bijl. p10, NBW4.
(vdt372)
«
(Assen 17 feb. 1903 - Rome 6 nov. 1986), bestuurder, politicus.
Was, na zijn studie rechten in Leiden, werkzaam als advocaat in
Assen. Werd in 1932 burgemeester van Vledder en in 1937 Commissaris
der Koningin in Groningen. Promoveerde in 1934 te Leiden. Was in
1940 mede-oprichter van de Nederlandse Unie, een alternatief voor
de NSB. Schreef het boek Geschiedenis van Drenthe (1947).
Zie ook: P.W.J. van den Berg, H. Smeenge. Ref.: BJ52, BJ87, BWN3,
GE, NGL, PKN, WID5-6, WWN63. (vdt373)
«
(roepnaam: Cris; Winterswijk 10 apr. 1863 - Den Haag 15 feb.
1930), historicus, leraar, publicist. Promoveerde in 1896 te
Leipzig op de geschiedenis van de Haarlemse schutterij. Was vele
jaren leraar geschiedenis en aardrijkskunde aan een HBS in
Rotterdam en privaatdocent aan de RU in Utrecht. Publiceerde vele
artikelen over economische en historische geografie zoals
Kanalen in Nederland vanuit internationaal standpunt
gezien (1919) en het standaardwerk Rotterdam in de loop
der eeuwen (4 dln.; 1906-1909). (vdt373a)
«
(Epe 9 mei 1895 - Veere 7 juli 1981), scheepsbouwkundig
ingenieur. Ontwikkelde zich, na in 1925 te zijn afgestudeerd aan de
TH in Delft, tot een internationaal-erkend deskundige op het gebied
van de watersport. Was redacteur van de Waterkampioen en
raadgevend directeur van het Koninklijk Nederlands
Watersportverbond. Zette zich in voor het behoud van het
waterlandschap, was voorstander van een open Oosterschelde en was
in 1967 mede-oprichter en voorzitter van de Studiegroep
Oosterschelde. Schreef o.m. De Vechtplassen, ook gezien in
West-Nederlandsch verband (1939) en een bijdrage in Ooster
Schelde Open (1974). Ref.: EZ. (vdt374)
«
(Amsterdam 10 feb. 1906 - Blaricum 19 nov. 2004), journalist,
schrijver. Werkte van 1928 tot 1941 als sportverslaggever bij
De Telegraaf, van 1946 tot 1976 als redacteur van
Elseviers Weekblad en Sportief en tot 1986 als
freelance schrijver. Schreef kinderboeken, de populaire serie
Avonturen van Jimmy Brown, het boek Wij en het
water (1957) en diverse actuele artikelen zoals Vijftig
jaar Afsluitdijk, vijftig jaar veiligheid (1982).
(vdt375a)
«
van Loon, Everhardus
(Appingedam 5 sep. 1826 - Groningen 17 okt. 1901), jurist.
Studeerde rechten en promoveerde in 1848 te Groningen. Vestigde
zich als advocaat en kantonrechter te Appingedam en was lid van GS
van Groningen. Was van 1871 tot 1895 griffier der Staten van
Groningen. Zijn meest bekende publicatie is: Het grondreglement
voor de waterschappen in de provincie Groningen (5 stukken;
1898-1900). Zie ook: S. Sybenga. Ref.: Was getekend, de
griffier der Staten (2001). (vdt376)
«
(Blokzijl 5 juni 1883 - Deventer 7 mrt. 1949),
cultuurhistoricus. Studeerde rechten en promoveerde in 1911 te
Leiden. Voerde van 1912 tot 1928 de redactie van het weekblad
Buiten waarin hij o.m. schreef: Het Hoogheemraadschap
van Zeeburg en Diemerdijk (1916). Was sinds 1920 secretaris
van de Ver. ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels.
Schreef en redigeerde vele artikelen en verzorgde de tekst voor de
zeer fraaie boekenserie Nederland in Beeld (19 dln.,
1925-1936). Ref.: PKN, WID5. (vdt377)
«
(Amsterdam 17 jan. 1874 - Bussum 17 okt. 1935), jurist,
predikant, hoogleraar, historicus. Studeerde letteren en rechten in
Amsterdam en promoveerde in 1901 op De algemeene
waterschapsreglementen onderling vergeleken. Werkte twee jaar
als adjunct-commies bij het Departement van Waterstaat en schreef
in die tijd: Waterstaatswetgeving vóór 1813 (1903).
Studeerde van 1904 tot 1909 theologie en stond daarna als
doopsgezind predikant te Hollum, Tiel en Naarden-Bussum. Was van
1925 tot 1935 hoogleraar in de geschiedenis van de lutherse kerk te
Amsterdam. Schreef vele korte biografieën. Ref.: BLP.
(vdt378)
«
Prof.dr. H.A. Lorentz, natuurkundige, voorzitter van de Staatscommissie Stormvloedstanden van 1918 tot 1926
(Arnhem 18 juli 1853 - Haarlem 4 febr. 1928), fysicus,
hoogleraar. Studeerde wis- en natuurkunde en promoveerde te Leiden
op de terugkaatsing en breking van licht. Werd in 1877 hoogleraar
in de theoretische natuurkunde te Leiden. In 1902 werd hem, samen
met P. Zeeman, de Nobelprijs voor natuurkunde toegekend en in 1918
een eredoctoraat door de TH te Delft. Was voorzitter van de
Staatscommissie Zuiderzee en ontwikkelde zowel voor de
getijbeweging als voor het stormvloedverschijnsel een effectieve
berekeningsmethode: Verslag Staatscommissie Zuiderzee
1918-1926 (1926). In het park Sonsbeek in zijn geboorteplaats
werd een standbeeld voor hem opgericht. Ref.: BWN1, HLR, ING 1928
n6 pA33-A34 en A42, C.G. Matser Ter gedachtenis aan H.A.
Lorentz (1953), TWG 1996 p5, VSL, WND, WP7, WT, ZJI.
(vdt379)
«
Voorkant van boek: De overstroomingen in januari en februari 1916 : geologisch bekeken / J. Lorié. - [Leiden]: E.J. Brill, 1917. - Overdr. uit: Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap. - GEG: 2e serie XXXIV (1917) 2,3
(Rotterdam 30 juni 1852 - Utrecht 5 jan. 1924), geoloog,
hoogleraar. Studeerde te Delft, Utrecht, Leipzig en München en
promoveerde in Utrecht. Was leraar in Apeldoorn en privaatdocent
geologie en paleontologie in Utrecht. Ontving in 1912 een
eredoctoraat van de TH te Delft en werd in 1923 erelid van het
KNAG. Publiceerde veel in tijdschriften w.o. Het
IJprobleem (1919), Middelzee en Westergoo (1922) en
De drooglegging van Delfland (1923). Ref.: HJ, WP7.
(vdt380)
«
Lulofs, Johannes
(Zutphen 5 aug. 1711 - Leiden 4 nov. 1768), wiskundige,
waterbouwkundige, hoogleraar. Sinds 1742 hoogleraar in de wis- en
sterrenkunde en sinds 1744 ook in de wijsbegeerte te Leiden. Was
daarnaast een man van grote verdienste op het gebied van
waterbouwkundige problemen en werd in 1754 als eerste benoemd tot
IG van de Rivieren in Holland. Hij schreef o.m. Aanmerkingen
over het rijzen der zee en het zinken der landen aan de
Nederlandsche kusten (1755). Zie ook: M. Bolstra. Ref.: BW11,
GTW, WND, WBV. (vdt381)
«
(Cadzand 24 juni 1915 - Heerenveen 20 dec. 1961; gecremeerd te
Dieren), landbouwkundig ingenieur. Was, na in 1939 te zijn
afgestudeerd aan de LHS in Wageningen, van 1945 tot aan zijn dood
directeur van de N.V. Ontginningsmij. Land van Vollenhove te
Steenwijk. Schreef daarover enige rapporten en artikelen w.o.
De inpoldering en ontginning van de uitgeveende gronden in het
Waterschap Vollenhove (1942) en De veenontginning in het
Land van Vollenhove (1954). Was als lid van PS en GS van
Overijssel bij uitstek deskundig op het gebied van de planologie.
Zie ook: J.T.P. Bijhouwer. Ref.: HM 2001 n3 p87, RHN p36.
(vdt382)
«
(Oldeboorn 3 dec. 1809 - Den Haag 19 apr. 1891),
marine-officier, burgemeester, politicus. Was eerst
marine-officier, vestigde zich daarna te Beetsterzwaag en wijdde
zich aan de politiek. Was burgemeester van Opsterland en lid van
PS. Specialiseerde zich in waterstaats- en landbouwzaken. Schreef
o.m. Frieslands waterstaat en landbouw; beschouwingen over de
rapporten en voorstellen tot verbetering van den stand van het
boezemwater in de provincie Friesland (1871). Ref.: EF, NBW9.
(vdt383)
«
Titelblad van boek: Vrije gedachten van een ingeland van Rijnland: over de verhandeling van droogmaking des Haarlemmermeers / F.G. van Lynden van Hemmen. - Leiden: D. du Mortier en Zoon, 1821
(Den Haag 16 feb. 1761 - Den Haag 18 apr. 1845), jurist.
Studeerde rechten en promoveerde in Utrecht. Begon zijn loopbaan
als edelman aan het hof van stadhouder Willem V. Werd
hoofdadministrateur der domeinen, president van de Hoge Raad van
Adel, lid van de EK en curator van de hogeschool te Leiden. Schreef
o.m. Verhandeling over de droogmaking van de
Haarlemmermeer (1821). Naar hem is het gemaal genoemd aan de
noordzijde van genoemde polder. Ref.: AWN3, NBW3, WBV.
(vdt384)
«