Home + Archief + Waterschrijvers
(Den Haag 13 feb. 1867 - Den Haag 6 feb. 1944), ingenieur, minister. Werkte, na zijn opleiding aan de PS te Delft, in verschillende functies bij RWS, laatstelijk als HID van de Directie Limburg. Was van 1918 tot 1922 minister van Waterstaat en tot 1924 DG van de PTT. Zijn enig bekende artikel luidt Verbetering van den waterweg van Zwolle naar zee (1897). Ref.: ING 1945 pA126, PKN. (vdt326)
«
Voorkant van: Landaanwinning ten noorden van de hals van Goeree- Overflakkee: met een terugblik en een toekomstbeeld / P.W. Kalkwijk. - 's- Gravenhage: Nederlandse Vereniging voor Landaanwinning, 1957. - TIJD In: Polytechnisch tijdschrift GEG: (1957) 13-14, 15-16. - Uitgave B.
(Wirdum gem. Loppersum 13 nov. 1911 - Zoetermeer 10 apr. 1994), waterbouwkundige. Werkte van 1936 tot 1975 bij RWS, aanvankelijk als opzichter, later als technisch hoofdambtenaar bij de afdelingen Landaanwinningswerken en Inrichtingszaken van de Deltadienst in Den Haag. Schreef artikelen in Land en Water, Polytechnisch Tijdschrift en Weg en Waterbouw, alsmede het boek De strijd tegen het water (1955). (vdt302)
«
Eerste pagina van: De stand der Zuiderzeewerken: aan de nagedachtenis van prof. mr. D. van Blom/ A.F. Kamp. - Overdr. uit: De gids. - 107 (1943) II. - p. 130-156 107 (1943) III. - p. 437-438
(Roosendaal 19 apr. 1905 - Bergen NH 1 juni 1987), burgemeester, dijkgraaf. Studeerde rechten te Leiden, begon zijn loopbaan als secretaris van de Directie Wieringermeer en was enige jaren burgemeester van Texel. Was dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier. Schreef o.m. Zuiderzeeland; verleden en toekomst van de Zuiderzee (1937) en redigeerde het jubileumwerk De Technische Hogeschool te Delft 1905-1955 (1955). Zijn poëtische vaardigheden bleken uit opmerkelijke gedichten zoals in Ingenieur en dichter (1949) en Waterstaat en poëzie (1958). Ref.: DLW, H.S. Danner e.a. Die water keert (1994), LW 1962 n2 p58, PKN, WWN63. (vdt303)
«
(Hellevoetsluis 28 aug. 1911 - Heerhugowaard 6 mei 1991), journalist, romanschrijver. Bracht zijn jeugd door in Den Helder waar hij de hogere handelsschool volgde. Werkte korte tijd bij een reisbureau en ging in de journalistiek. Schreef de jeugdboekenseries Ketelbinkie en Pieter Straat. Maakte vele buitenlandse reizen en was oprichter en hoofdredacteur van o.m. het maritieme weekblad De Blauwe Wimpel. Was schrijver van diverse boeken, avonturen en artikelen over de zee en de zeescheepvaart zoals Een stad sterft (1934), over de geschiedenis van zijn geboorteplaats Hellevoetsluis. Voorts: Dit is ons land, hier leven wij; 25 jaar Wieringermeer (1955) en het autobiografische Kijken over de kim (1982). Ref. BJ92, EW, LML, LNA, PVL, WWN1, WWN63. (vdt304)
«
(Wissenkerke 21 juli 1762 - Middelburg 23 sep. 1841), notaris. Vestigde zich in 1784 als notaris te Zierikzee en was sinds 1799 lector in de fysica te Middelburg. Was in de Franse Tijd commies-griffier van de rechtbank en tot 1835 commies bij de provinciale griffie van Zeeland. Was vele jaren secretaris van het Zeeuwsch Genootschap en schreef artikelen in diverse tijdschriften; daarnaast: Natuur- en geschiedkundige beschrijving van den watervloed tusschen den 14den en 15den Januari 1808 (1808) en De provincie Zeeland (met de theoloog Johannes ab Utrecht Dresselhuis; 1824). Ref.: EZ. (vdt305)
«
(Den Haag 10 dec. 1817 - Santpoort 28 juni 1856), ingenieur. Was na zijn studie in Delft werkzaam bij de Algemene Dienst van de Waterstaat en vervolgens arrondissementsingenieur te Utrecht en Zwolle. In 1850 werd hij ingenieur-directeur van de Overijsselsche Kanaalmaatschappij. Wegens zijn slechte psychische gesteldheid werd hij opgenomen in Meerenberg waar hij twee jaar later overleed. Schreef, met zijn voorganger T.J. Stieltjes, Rapport over de verbinding van de Eems bij Hanekensveer met de Overijsselsche kanalen te Almelo (1851). Ref.: NBW5. (vdt306)
«
(Monnikendam 9 dec. 1827 - Groningen 29 aug. 1896), ingenieur. Werkte, na zijn studie en promotie in 1850 aan de KA te Delft, met B.P.G. van Diggelen aan diens plan uit 1849 tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee. Maakte, in dienst van de Provincie Groningen te Appingedam, een plan voor realisatie van de Johannes Kerkhovenpolder. Werkte sinds 1865 als hoofdingenieur van de PWS te Leeuwarden, Zwolle en Groningen en gaf leiding aan de bouw en verbetering van diverse scheepvaartkanalen. Schreef Staat van alle bevaarbare vaarten en kanalen met de daarin gelegen schut- en uitwateringssluizen in de provincie Groningen (1869). Ref.: NBW7, RKS. (vdt307)
«
(Den Helder 14 juli 1847 - Den Haag 7 juni 1928; begraven op Oud Eik en Duinen), ingenieur, redacteur. Was, na in 1867 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS met verschillende standplaatsen, sinds 1911 als HIG. Vervulde daarnaast een belangrijke rol bij het KIVI als lid van de Raad van Bestuur, als voorzitter (1912-1916) en als mede-oprichter en redacteur van De Ingenieur (1886), waarvoor hij in 1922 werd benoemd tot erelid. Kemper had de leiding over de aanleg van het Merwedekanaal, waarover hij het rapport Beschrijving van het kanaal van Amsterdam naar de Merwede (met atlas; 1895) samenstelde. Ook was hij samensteller van het zeer verdienstelijke Repertorium der literatuur van den waterstaat van Nederland (1883; 2e verm. dr. 1915). Ref.: GGK, ING 1912 n40 p801, ING 1922 (n29 p585 en n36 p690), ING 1928 n24 pA177-A179, JCBG. (vdt308)
«
(Haarlem 30 dec. 1910 - Oosterbeek 2 juli 1996), ingenieur. Studeerde weg- en waterbouwkunde aan de MTS te Haarlem en slaagde in 1936 met lof aan de TH in Delft. Werkte sinds 1937 bij RWS, aanvankelijk bij het arrondissement Noordzeekanaal, in 1945/46 bij de Dienst Droogmaking Walcheren en bij de Dienst Dijkherstel Zeeland na de Februariramp van 1953. Volgde in 1961 A.G. Maris op als DG van de RWS en werd bij zijn pensionering in 1974 opgevolgd door J.W.Tops. Zijn meest bekende publicatie is Zestig jaren veranderingen in de organisatie van de Rijkswaterstaat 1920-1980 (1985). Ref.: AB, ED, LW 1974 n6 p35, WWN63. (vdt309)
«
(Wisch 7 mei 1879 - De Bilt 25 aug. 1955), wegenbouwkundige, schilder. Begon als opzichter, later als technisch ambtenaar bij RWS. Was vervolgens directeur van verschillende bedrijven in de wegenbouw. Was daarnaast een erkend schilder/tekenaar van landschappen en stillevens en ontwerper voor de plateelfabriek Rozenburg in Den Haag. Schreef enkele leerboeken voor het technisch onderwijs w.o. Kribben en bleeslagen (1911), Practische hydrometrie (1912) en Waterbouwkundig vragenboek (1913). Ref.: NBK, WID5. (vdt310)
«
(Ouddorp 19 dec. 1830 - Den Haag 21 mei 1901), ingenieur. Maakte zich, na in 1852 te zijn afgestudeerd aan de KA in Delft, zeer verdienstelijk met de ontwikkeling van de telegrafie en staatsloterij. Was van 1863 tot aan zijn dood lid van de TK voor Zierikzee. Schreef: De doorbraak van den grooten Zuidhollandschen waard op den 18 November 1421 (1864). Ref.: NBW2, WBV. (vdt311)
«
Voorkant van: De Groninger veenkoloniën: een sociaal-geografische studie / H.J. Keuning. - Groningen: Van Dijk & Voorthuis, 1989
(Veendam 8 juni 1904 - Haren 14 feb. 1981), historisch-geograaf, hoogleraar, publicist. Studeerde sociale geografie in Utrecht en promoveerde in Amsterdam op De Groninger veenkoloniën (1933). Was leraar, later hoogleraar in de sociale geografie te Groningen. Publiceerde op het gebied van de fysische, historische, sociale en economische geografie. Zijn meest bekende werken zijn De historisch-geografische landschappen van Nederland (1946) en Het Nederlandse volk in zijn woongebied (1947). Ref.: HA 1988 p269-282, NGE, VGV, WID6, WWN63. (vdt312)
«
(Usquert 4 aug. 1881 - Schiedam 7 juli 1957), historisch-geograaf, leraar. Was onderwijzer te Makkum, Exmorra, Cornwerd en Hollum, leraar aan de ambachtsschool te Groningen en vele jaren leraar aardrijkskunde in Schiedam. Publiceerde over de geschiedenis van de cartografie, atlassen en kaartenmakers en over regionale historische geografie w.o. De toestand van den Maasmond in de 16de en het begin der 17de eeuw (1918). Zie ook: F.C. Wieder. Ref.: TKNAG 1957 n4 p479-482, WID5-6. (vdt313)
«
(Padang, NOI 28 aug. 1845 - Maastricht 18 dec. 1910), ingenieur. Werkte, na te zijn afgestudeerd aan de PS in Delft, bij verschillende diensten van RWS, laatstelijk als HID in de directie Limburg. Schreef o.m. Plan tot watervrijmaking van 's-Hertogenbosch en een gedeelte der landen tusschen de Zuid-Willemsvaart en de rivier de Dommel (1877) en De waterbeweging in het Krabbersgat bij Enkhuizen (1893). Ref.: ING 1910 n52 p1026. (vdt314)
«
Eerste pagina van artikel: Bedijking van Zuidelijk Flevoland (2) / door M. Klasema TIJD In: Land en Water GEG: 5 (1961) 6 (november-december). - p. 220-225
(Drachten 12 mei 1912 - Leersum 1 nov. 1974), ingenieur. Was, na in 1937 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, korte tijd werkzaam bij het WL in Delft. Was meermalig Elfstedentochtrijder en maakte jarenlang deel uit van de Nationale Atletiekploeg voor de Olympische Spelen. Werkte sinds 1938 bij de Dienst der ZZW in Den Haag, Kampen, Urk en Enkhuizen. Had een belangrijk aandeel bij het herstel van de door oorlogshandelingen vernielde Wieringermeerdijk in 1945 en het dijkherstel op Schouwen-Duiveland in 1953. Hij volgde in 1967 F.L. van der Bom op als HID, welke functie van 1972 tot 1975 werd waargenomen door J. Middelburg en in 1975 werd overgedragen aan W.F. Hooning. Klasema was internationaal erkend als deskundige op het gebied van de dijkbouw. Schreef o.m. Bedijking van Zuidelijk Flevoland (1961) en een historisch overzicht van de ZZW onder de titel Vijftig Zuiderzeejaren (met J.Th. Thijsse, J.J. Weeda, J. Middelburg en J.C. le Nobel; 1969). Zie ook: J.B. Schijf. Ref.: ING 1974 n49 p974, LW 1961 n4 p136-138, LW 1967 n5 p239-240, LW 1974 n11 p17, WW p16, ZJI. (vdt315)
«
(Rotterdam 19 okt. 1819 - Rotterdam 30 jan. 1898), fabrikant, lokaal historicus. Was tegelfabrikant in Delfshaven met grote belangstelling voor de geschiedenis van zijn geboorteplaats. Schreef: Beschrijving en geschiedenis van Delfshaven, benevens die van Schoonderloo en het slot Spangen (1873, herdruk 1970). Ref.: NBW4. (vdt316)
«
(Edam 20 april 1907 - Voorburg 22 mei 2005), ingenieur, hoogleraar. Was, na in 1930 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, een jaar in dienst van het WL in Delft. Van 1931 tot 1936 was hij werkzaam bij PW van Amsterdam. Vervolgens was hij tot 1972 in dienst van PWS van Zuid-Holland, sinds 1952 als HID en enige jaren later hoofddirecteur van PWS en PPD samen. Daarnaast was hij sinds 1954 buitengewoon hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft voor het vak polders en sinds 1960 ook civiele planologie. Hij was lid van onder meer de Commissie Inrichting Deltawerken, de Oosterscheldecommissie en de Raad van de Waterstaat. Hij schreef o.m. Wisselende aspecten van ons polderwezen (1954) en Randstad en delta (1956). Ref.: HZH, LW1972 n3 p48-49, WID6.(vdt316a)
«
(Voorburg 1 mrt. 1892 - Kaapstad 12 mrt. 1960), ingenieur. Was, na in 1916 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1928 in dienst van RWS. Bij de Maaskanalisatie ontwikkelde hij zich als deskundige op het gebied van sluizen en stuwen. Als ontwerper van het Julianakanaal liet hij in Berlijn modelproeven uitvoeren. Was vervolgens directeur van de Oranje Nassaumijnen en sinds 1934 adjunct-directeur van de Ned. Mij. voor Havenwerken te Amsterdam. Schreef enkele artikelen w.o. De nabij Maastricht in uitvoering zijnde werken in het Julianakanaal (1927). Ref.: ING 1960 n47 pA622, PKN, WID5-6, WND. (vdt317)
«
Titelblad van: De Zuiderzee: een herinneringswerk / woord vooraf H. Colijn ; bijdr. door J.C. Ramaer [et al.].- Amsterdam: Scheltema & Holkema, 1932. – bevat o.a. G.G. Kloeke, De tongvallen langs de Zuiderzeekust en op de eilanden. - p. 141-156
(Schagen 10 juli 1887 - Leiden 5 nov. 1963), taalkundige, hoogleraar. Studeerde letteren in Amsterdam, Groningen en Leipzig en promoveerde in 1914 te Leipzig en in 1922 te Amsterdam. Was leraar te Winschoten, Alkmaar en Leiden en lector in Hamburg en Bonn. Was van 1934 tot 1956 hoogleraar in de Nederlandse taalkunde te Leiden. Bracht de dialectgeografie in ons land tot grote ontwikkeling. Schreef o.m. De tongvallen langs de Zuiderzeekust (1932). Ref.: GEN, WID5-6, WP7, WWN63. (vdt318)
«
(Burum 20 maart 1878 - Groningen 12 dec. 1963), landbouwer, waterstaatshistoricus. Was werkzaam als boer te Oldehove, later te Grijpskerk. Maakte als lid van PS van Groningen uitvoerige studie van de waterstaatstoestand en schreef daarover: De waterstaatkundige ontwikkeling van het Westerkwartier (1945), De waterstaatkundige ontwikkeling van de omgeving der stad Groningen (1950), Niveauveranderingen gedurende onze jaartelling in verband met de waterstaatkundige ontwikkeling van ons land, in het bijzonder die der provincie Groningen (1952) en De waterstaatkundige ontwikkeling van Nederland (1954). Ref.: GE, NGE. (vdt319)
«
(Amsterdam 1792 - Amsterdam 5 nov. 1851), cargadoor, fabrikant. Was cargadoor te Amsterdam; had later een zeepfabriek in Amersfoort. Diende in 1848 een plan in voor afsluiting van de Zuiderzee: De indijking en droogmaking van de Zuiderzee en het IJ, met kanalen vanaf den IJssel bij Arnhem, langs Amsterdam tot in de Noordzee (met P. Faddegon). Overleed aan 'eene uitteerende ziekte'. Ref.: GPZ. (vdt320)
«
(roepnaam: Lili; Utrecht 14 feb. 1903 - Deventer 3 feb. 1977), archivaris, historica. Na de middelbare school bekwaamde zij zich door zelfstudie en was enige tijd lerares te Bloemendaal en Kampen. Daarna was ze werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, studeerde geschiedenis aan de UvA en promoveerde in Utrecht. In haar werk springt het biografisch element naar voren, zoals in Nederland in den goeden ouden tijd (1942), het reisverslag van Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp in 1823. Ref.: BJ78, BWN4, WID5-6. (vdt321)
«
(Harderwijk 24 nov. 1898 - Amstelveen 11 feb. 1977), journalist. Redigeerde en schreef een aantal boeken over de havens en scheepvaart van Amsterdam, w.o. Vijfenzeventig jaar Noordzeekanaal (1951), Amsterdamse Rijnvaart; het nieuwe Amsterdam-Rijnkanaal (1952), Havenboek Amsterdam (1969), alsmede het gedenkboek Een eeuw waterstaatswerk in Nederland (1953). (vdt322)
«
(Middelharnis 18 nov. 1886 - Oosterbeek 4 apr. 1970), ingenieur. Was, na in 1911 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, vele jaren werkzaam als hoofdingenieur bij het Hoogheemraadschap Delfland en daarna bij de PWS van Groningen. Schreef o.m. Rapport over de kustverdediging van Delfland ten noorden van Scheveningen (1927). Ref.: ING 1970 pA349, NP 1994. (vdt323)
«
(Deil 24 jan. 1848 - Deil 28 jan. 1931), burgemeester, dijkgraaf. Was, na zijn studie rechten in Utrecht, aanvankelijk notaris, later burgemeester van Deil en dijkgraaf van de Tielerwaard en het waterschap van de Linge-Uitwatering. Schreef: De beneden-Linge en hare uitwatering; geschiedkundig overzicht (1924). (vdt324)
«
(Raamsdonk 25 apr. 1786 - Bergen op Zoom 28 okt. 1854), landmeter. Werkte als landmeter bij waterstaat en kadaster. Wierp zich op als ingenieur en misfunctioneerde als zodanig bij de waterstaat te Haarlem en Assen. Schreef De ontworpen kanalisatie van Drenthe uit het ware oogpunt beschouwd en in hare waarde geschetst (1847). Ref.: JCBG, NBW6. (vdt325)
«
(Den Haag 7 okt. 1869 - Den Haag 27 apr. 1956), ingenieur. Werkte, na in 1892 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de PS te Delft, in verschillende functies, afwisselend bij RWS en in het Midden Oosten. Was van 1906 tot 1914 werkzaam bij de rivierverbetering van de Maas, tot 1918 bij werken in het Suezkanaal en de haven van Suez en tot 1930 als HID van RWS, belast met de verbeteringswerken van de Maas. Ontwierp plannen voor de havens van Jaffa, Haifa, Beiroet en Tripoli. Schreef o.m. het driedelige standaardwerk De Nederlandsche Scheepsbouw vanaf zijn oorsprong (1895-1905) en Scheiding van Maas en Waal; beschrijving van den vroegeren waterstaatkundigen toestand in Noordbrabant, alsmede van de werken uitgevoerd voor de verlegging van den Maasmond (1906). Was een verdienstelijk tekenaar en schilder van landschappen en dieren. Ref.: ING 1956 pA371-A372, NBK, PKN, WID5-6. (vdt327)
«
Eerste pagina van artikel: Zuiderzee- prognose: het IJsselmeer en het Friesche oppervlaktewater / W. van Konijnenburg TIJD In: Cultura GEG: 35 (1923). - p. 74-79; 99; 108
(zoon van E. van Konijnenburg; Den Bosch 8 mrt. 1897 - Rotterdam 20 aug. 1979), ingenieur, leraar. Studeerde in 1920 af aan de TH in Delft en promoveerde aldaar in 1929 met lof op Het beheer onzer waterschappen uit een economisch oogpunt beschouwd. Was tot 1942 werkzaam bij de Directie der Domeinen voor landaanwinningswerken te Ulrum. Verbleef van 1951 tot 1959 in Canada en was daarna werkzaam als leraar aan het Thomas More college in Den Haag. (vdt328)
«
Voorkant van: Bevloeiingen in Noord- en Midden-Europa: rapport omtrent een reis tot bezichtiging van irrigatie- inrichtingen ingevolge opdracht van den dijkstoel van het polderdistrict over- betuwe ingezonden aan genoemde dijkstoel 12 december 1887 / J. van Hasselt en De Koning. - Nijmegen: H.C.A Thieme, 1888
(Muiderberg 9 juni 1855 - Hilversum 24 mrt. 1906), ingenieur. Was na zijn studie aan de PS te Delft werkzaam als opzichter bij RWS belast met stroommetingen op de grote rivieren. Sloot zich in 1881 aan bij zijn vriend J. van Hasselt te Nijmegen en vormden samen de maatschap J. van Hasselt en de Koning. Richtte zich, als cultuurtechnisch ingenieur, vooral op de ontginning van 'woeste gronden' en de 'verbetering' van de kleine rivieren in het oosten van ons land. Schreef daarover vele rapporten en artikelen w.o. De waterstaatkundige toestand van het waterschap van Vollenhove en over de middelen om daarin verbetering te brengen (met J. van Hasselt; 1912) en verzorgde deel 3 (over bruggen) van het handboek Waterbouwkunde (1889) van N.H. Henket. Was bestuurslid van het KIVI. Zie ook: J.van Hasselt. Ref.: BWG2, Hakoerier (1981), Honderd jaar Haskoning (1981), ING 1906 n13 p219-220, ING 1906 n50 p957-962, NBW4, RHN p16. (vdt329)
«
(Bovenkarspel 5 dec. 1877 - Purmerend 4 sep. 1940), burgemeester, dijkgraaf. Autodidact; was burgemeester van Wormer en Purmerend, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en gedeputeerde van waterstaatszaken in Noord-Holland. Tijdens zijn laatste levensjaar was hij dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier. Van jongs af bekend als schrijver van een aantal juridische werken w.o. Handboek voor besturen, beambten en ingelanden van waterschappen in de provincie Noord-Holland (1904) en Waterstaatswetgeving (5 dln., 1902-1921). Ref.: H.S.Danner e.a. Die water keert (1994). (vdt330)
«
(Zaltbommel 31 mei 1894 - Rotterdam 24 juli 1970), ingenieur. Werkte, na in 1919 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1925 voor de Hollandsche Beton Maatschappij in NOI. Was daarna werkzaam bij het Gemeentelijk Havenbedrijf van Rotterdam, van 1932 tot 1959 als directeur. Verbleef in 1960 als adviseur voor havenaanleg in Iran. Schreef o.m. een hoofdstuk in De Technische Vraagbaak deel W: Zeehavens (1950). Ref.: WID5-6. (vdt331)
«
Voorkant van rapport: Verhooging van de stormvloedsstanden op de Friesche kust, tengevolge van de afsluiting der Zuiderzee / door C.W. Lely. - Nota betreffende den te verwachten invloed van de afsluiting van de Zuiderzee op de waterhoogten langs de Friesche en Groninger kusten / door J. Kooper. - [S.l.] : Zuiderzeevereniging, 1918
(Den Haag 8 aug. 1876 - Groningen 5 sep. 1939), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de KMA te Breda, sinds 1912 bij de Rijksdrinkwatervoorziening in Groningen. Sinds 1915 in dienst van PWS in Groningen als hoofdingenieur. Onder zijn leiding kwamen diverse werken tot stand w.o. enkele polders en in 1920 het elektrisch gemaal De Waterwolf te Lammerburen. Was o.m. lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Zijn levenswerk was het boek Het waterstaatsverleden van de provincie Groningen (1939) dat nog steeds geldt als standaardwerk over de waterstaatsgeschiedenis van de provincie Groningen. Ref.: AWN3, BNE, ING 1939 pA412-A414, NGE, PKN, RKS. (vdt332)
«
(Oldelamer 7 okt. 1906 - Balk 5 mrt. 1998; begraven te Spanga), schilder, schrijver. Ontwikkelde zich, zonder enige voltooide beroepsopleiding, tot een erkend schilder en verdienstelijk schrijver die zijn werk van eigen illustraties voorzag. Woonde en werkte achtereenvolgens in o.m. Spanga, Buenos Aires, Montevideo, Oudemirdum en Balk. Veelzijdig grafisch kunstenaar, daarnaast schrijver en tekenaar van het Weststellingwerfse waterlandschap. Schreef o.m. Een en ander over de oude veenderij (1941), Langs de Linde (1945) en Wind in het riet (1966). Zie ook: U. Dorhout. Ref.: S.A. Bloemhoff e.a. Dirk Kerst Koopmans, schilder van de Scheene (1996), EF, NBK. (vdt333)
«
(Pingjum 28 mrt. 1851 - Warga 12 mrt. 1890), notaris. Was, na zijn studie rechten, van 1884 tot zijn vroegtijdige dood notaris te Warga. Schreef vanaf 1883 enkele historische artikelen w.o. De Middelzee in verbinding met den Fliestroom langs Bolsward (1890). Ref.: EF. (vdt334)
«
(Groningen 20 mrt. 1902 - Amsterdam 20 dec. 1947), publicist, natuurbeschermer. Was, na zijn opleiding aan de RHBS in Groningen, werkzaam als journalist in Zutphen en Amsterdam. Studeerde enige jaren sociologie aan de UvA. Was in 1920 mede-oprichter en eerste voorzitter van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurhistorie. Nam in 1927 het initiatief tot oprichting van de Club van Zuiderzeewaarnemers. Schreef vele artikelen en boeken w.o. Natuurmonumenten van Nederland (1940). Ref.: IBV. (vdt335)
«
Voorkant van rapport: Het wetsontwerp voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer: rede, uitgesproken te Amsterdam op 11 Februari 1909 / door J. Kraus. -: 's - Gravenhage : Belinfante, 1909. - Overdr. uit: De ingenieur: orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs. (1909) 8 (20 februari). - 20 p.
(Groningen 14 okt. 1861 - Den Haag 29 aug. 1951), ingenieur, hoogleraar, minister. Werkte, na zijn studie aan de PS te Delft, enige jaren in Chili. Werd in 1890 hoogleraar in Santiago en leidde de uitvoering van havenwerken in Talcahuano. Was sinds 1898 hoogleraar in de waterbouwkunde en volgde in 1900 J.M. Telders op als directeur van de PS (van 1905 tot 1906 rector magnificus van de TH) in Delft. Had een belangrijk aandeel in de omzetting van PS tot TH waarvoor hem in 1907 een eredoctoraat werd verleend. Was minister van Waterstaat en adviseur voor de aanleg van havens en het beheer van spoorwegen in NOI. Was van 1909 tot 1912 voorzitter van het KIVI en werd in 1922 tot erelid benoemd. Schreef o.m. Het wetsontwerp voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer (1909). Overleed aan boord van de Oranje, één dag varen vóór Port Said. Zie ook: W. Brandsma, G.H. van den Broek. Ref.: BJ52, DLW, ENW, GGK, ING 1951 n37 pA405-A406, PKN, WID5, WND, WP7, WT. (vdt336)
«
baron Krayenhoff, Cornelius Rudolphus Theodorus
(Nijmegen 2 juni 1758 - Nijmegen 24 nov. 1840), genie-officier, cartograaf, minister. Studeerde geneeskunde en promoveerde te Harderwijk. Was arts te Amsterdam maar werd, door toedoen van zijn vriend Daendels, luitenant-kolonel-ingenieur belast met de fortificatiën. Onder zijn leiding werd een algemene kaart van ons land vervaardigd die in 1821 gereed kwam, waartoe o.m. waterpassingen langs de grote rivieren werden verricht en de eerste driehoeksmeting van ons land werd uitgevoerd. Van 1809-1810 was hij minister van Oorlog. Schreef o.m. Proeve van een ontwerp tot scheiding der rivieren de Whaal en de Boven Maas en het doen afloopen dezer laatste over hare ouden bedding op het Bergsche Veld (1823). Dit plan werd in de jaren 1883-1904 ten uitvoer gebracht. Ref.: JCBG, NBW2, NGL, De physique existentie dezes lands (1987), TWG 1999 n1 p9, WP7. (vdt337)
«
(zoon van S. Kros; 2 juni 1786 - Zwolle 31 mei 1860), ingenieur. Begon zijn loopbaan als opzichter bij de bouw van de uitwateringssluizen te Katwijk. Werd landmeter bij de waterstaat en daarna ingenieur. Zijn omgang met de medemens was zodanig dat hij vele standplaatsen kreeg toegewezen: Den Haag, Gorinchem, Arnhem, Assen, Groningen en Leeuwarden. Schreef o.m. Vergrooting der zeehaven te Harlingen (1851) en De eilanden Ameland en Schiermonnikoog met het Reitdiep (1853). Ref.: JCBG, NBW7. (vdt338)
«
(1749 - dec. 1813), sluis- en molenbouwer. Leverde een belangrijk aandeel in de bouw van de uitwateringssluizen te Katwijk (1804-1807) waarover hij, met F.W. Conrad Sr. (zie daar) en A. Blanken, een rapport schreef. Ref.: NBW7.(vdt339)
«
Voorkant van: Urk: eiland in de Zuiderzee: beschrijvende catalogus van de tentoonstelling gewijd aan het voormalige eiland Urk, te houden van 25 maart tot 1 november 1964 in het Rijksmuseum "Zuiderzeemuseum" te Enkhuizen / [G.R. Kruissink, Riet Hijlkema]. - Enkhuizen : Rijksmuseum "Zuiderzeemuseum", 1964
(pseudoniem: Wiebe Dijkstra; Enschede 13 aug. 1908 - Heelsum gem. Renkum 13 nov. 1989), museumdirecteur. Werkte, na zijn studie aan de Economische Hogeschool te Rotterdam, enige jaren als journalist, als onderbibliothecaris van het CBS te Voorburg en als directeur van het Haags Instituut voor Volksontwikkeling. Was van 1957 tot 1973 directeur van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen. Schreef o.m. Schokland's strijd tegen het water (1959), Zuiderzee; 117 foto's van het Rijksmuseum Zuiderzeemuseum te Enkhuizen (1961), Urk, eiland in de Zuiderzee (1962) en Verzen bij de vleet: gevangen bij het vissen naar dicht en rijm op de wateren en langs de oevers van de voormalige Zuiderzee (1964). Ref.: WWN63. (vdt340)
«
(roepnaam: Jaap; Watergraafsmeer 23 juli 1913 - Amsterdam 11 sep. 1996), onderwijzer, folklorist, publicist. Was van 1934 tot 1978 onderwijzer te Amsterdam en maakte studie van folklore, regionale geografie, historische monumenten en geschiedenis van de hoofdstad. Was mede-oprichter en van 1957 tot 1981 voorzitter van de vereniging Ons Amsterdam. Schreef sinds 1937 honderden artikelen en enige tientallen boeken w.o. Watergraafsmeer, de geschiedenis van een polder (1971) en Amsterdam, stad der duizend bruggen (1973) dat bekroond werd met de ANWB-prijs. Ref.: Ons Amsterdam 1996 n1 p24-28. (vdt341)
«
Voorkant van: Geo-hydrologische gesteldheid van de Wieringermeer/ samengest. door den Dienst der Zuiderzeewerken in samenwerking met het Rijksbureau voor drinkwatervoorziening; voorw. V.J.P. de Blocq van Kuffeler, W.F.J.M. Krul. - 's Gravenhage: Algemeene landsdrukkerij, 1936.
(Breda 4 dec. 1893 - Den Haag 4 nov. 1982), ingenieur, hoogleraar. Trad, na zijn opleiding aan de KMA in Breda, in 1921 in dienst van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening (sinds 1940 RID) in Den Haag, van 1922 tot 1958 als directeur. Werd in 1947 benoemd tot hoogleraar in de drinkwatervoorziening aan de TH in Delft. Schreef diverse tijdschriftartikelen over de winning en behandeling van drinkwater alsmede Geo- en hydrologische beschouwingen betreffende de provincies Noord-Brabant en Zeeland (met J.F. Steenhuis; 1922-1924). Zie ook: W.H. van Marle. Ref.: WID5-6, WWN63. (vdt342)
«
(roepnaam: Gie; Halfweg 3 sep. 1904 - Leusden 6 aug. 1992), entomoloog. Studeerde biologie en promoveerde aan de UvA. Was vele jaren verbonden aan het Zoölogisch Museum van de UvA. Was daarnaast kenner van de geschiedenis en cultuur van het polderlandschap en wordt algemeen beschouwd als de nestor van de Nederlandse floristiek. Onderzocht, met M.J. Adriani en J. Vlieger, de gevolgen van de verzoeting van het IJsselmeer voor de plantengroei hierin en omheen. Van zijn publicaties noemen we: Verslag over de tocht van 17-22 juli 1933 met de "Jacoba" tot onderzoek der ondergedoken begroeiing in het IJsselmeer (1933). Samen met zijn oud-studiegenoot en collega-entomoloog G. Barendrecht, schreef hij zijn meest bekende werk: De glorie van ons polderland (1938). Ref.: J. Vlieger In memoriam: Gideon Kruseman (1992). (vdt343)
«
(Dundee 22 juli 1902 - Leiden 17 dec. 1976), geoloog, hoogleraar. Nam als pas afgestudeerd geoloog deel aan de Snellius-expedite in de wateren van NOI. Sinds 1946 hoogleraar in de geologie aan de RU te Groningen; deskundige op het gebied van de mariene geologie, kustmorfologie en hydrogeologie. Van zijn meest bekende leerboeken noemen we De kringloop van het water (1948) dat ook in het Engels is uitgebracht als Realms of water (1955); van zijn vele tijdschriftartikelen: De Drentsche riviertjes en het meandervraagstuk (1945). Ref.: BJ77, BWN5, WP7. (vdt344)
«
(Enschede 16 juli 1871 - Enschede 9 mei 1954), jurist. Vestigde zich, na zijn studie rechten te Utrecht, als advocaat en procureur te Almelo. Was daarnaast inspecteur van het Lager Onderwijs in Overijssel. Schreef vanuit zijn grote belangstelling voor de cultuurgeschiedenis van zijn omgeving o.m. De Twentsche watermolens (opgedragen aan J.J. van Deinse; 1922, herdruk 1973). Ref.: NP 1974. (vdt345)
«
van der Kun, Leopold Johannes Antonius
(Utrecht 21 sep. 1801 - Den Haag 26 jan. 1864), ingenieur. Zeer veelzijdig man die, na zijn opleiding aan de artillerie- en genieschool in Delft, zeer vele functies bij de waterstaat bekleedde. Zo werkte hij aan het Noordhollands Kanaal, ontwierp de havens van Oostende en Brugge, droeg bij aan rivierverbetering, bevaarbaarmaking van de Maas en aanleg van spoorwegen en telegrafie. Gold in zijn tijd als een ingenieur van groot kaliber, bescheiden en kundig. Was in 1847 mede-oprichter van het KIVI en de eerste secretaris (1847-1851). Werd in 1857 benoemd tot hoofdinspecteur van de waterstaat. Van der Kun heeft weinig gepubliceerd; we noemen: Rapport van de Inspecteurs van den Waterstaat Ferrand en Van der Kun, nopens hetgeen tot verbetering der Nederlandsche rivieren zou kunnen bewerkstelligd worden (1854) en Verslag van de werkzaamheden tot zamenstelling der groote kaart van de hoofdrivieren in Nederland (1855). Zie ook: D.J. Storm Buijsing. Ref.: GGK, JCBG, NBW2, WG, WND. (vdt346)
«
(Rotterdam 21 sep. 1821 - Den Haag 3 feb. 1908), geograaf, cartograaf. Was sinds 1839 werkzaam bij de belastingdienst, de laatste jaren als rijksontvanger. Had sinds zijn jeugd grote passie voor de aardrijkskunde. Was in 1873 mede-oprichter van het KNAG en was van 1875 tot 1900 voorzitter van de afdeling Nederland en sinds 1902 erelid. Publiceerde regelmatig in het TKNAG, zoals met Indijking der Lauwerszee (1901). Ook schreef hij boeken en vervaardigde hij kaarten en atlassen w.o. de zeer bekende Gemeente-atlas van Nederland (11 dln.; 1869 e.v., de zogenoemde Kuyper-atlasjes). Ref.: HJ, NBW3, TKNAG 1908 p352. (vdt347)
«
(Schildwolde 11 nov. 1870 - Groningen 17 okt. 1936), leraar, geograaf. Was onderwijzer te Enschede, Arnhem en Groningen en sinds 1906 leraar aan de Handels HBS aldaar. Schreef verschillende aardrijkskundige leerboeken en verzorgde de 28e-35e herdrukken van de Bos-atlassen. Redigeerde de serie Nederland in Woord en Beeld w.o. Een gezicht op Walcheren en den Westkappelschen zeedijk (1925). Ref.: GE. (vdt348)
«