Home + Archief + Waterschrijvers

Waterschrijvers J

Jaarsma, Willem

De Friesche zeeweringen van 1825 tot 1925

Voorkant van: De Friesche zeeweringen van 1825 tot 1925 : honderd jaren uit de geschiedenis van de zeedefensie in de provincie Friesland / W. Jaarsma. - Leeuwarden: [Provinciaal Bestuur van Friesland], 1933

(Gorredijk 25 jan. 1879 - Assen 10 mrt. 1957), archivaris. Begon als jong ambtenaar bij de Provinciale en Bumabibliotheek te Leeuwarden en werkte daarna vele jaren bij de provinciale griffie, belast met de afdeling archief en bibliotheek. Schreef De Friesche zeeweringen van 1825 tot 1925; honderd jaren uit de geschiedenis van de zeedefensie in de provincie Friesland (1933). Ref.: EF. (vdt294)
«

Jäger, Johannes Godtlieb

(Amsterdam 18 juli 1829 - Dinant, België 31 juli 1884), jurist. Werkte in Amsterdam op een advocatenkantoor, werd er later notaris en gemeenteraadslid. Was in 1863 medeoprichter van de Amsterdamsche Kanaalmaatschappij. Schreef onder meer: Eenige bladzijden uit de geschiedenis van de ontworpen doorgraving van Holland op zijn Smalst (1865) en De doorgraving van Holland en de Amsterdamsche Kanaal-Maatschappij, een subsidiair voorstel (1867). Ref.: T. Toebosch. Uitverkoren zondebokken (2011).  (vdt294a)
«

Jansen, Hubertus Petrus Henricus

Henricus (roepnaam: Huub; Amsterdam 4 juli 1928 - Leiden 9 juni 1985), historicus (mediëvist), hoogleraar. Studeerde van 1946-1952 geschiedenis aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam en promoveerde daar in 1955. Was leraar geschiedenis, onder meer in het voortgezet onderwijs in Amstelveen. Werd in 1969 wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de RU van Groningen en in 1972 ook in Leiden, waar hij sinds 1975 hoogleraar was in de geschiedenis van de middeleeuwen. Daarnaast was hij sinds 1981 voorzitter van de Historische Vereniging Holland. Zijn meest bekende publicaties zijn: Middeleeuwse geschiedenis der Nederlanden (1965) en Lexicon geschiedenis der Lage Landen (1983). Ook schreef hij belangrijke bijdragen aan: Maritieme geschiedenis der Nederlanden (4 dln.; 1976). (vdt294b)
«

Jansen, Marinus Albertus

(Vorden 10 nov. 1899 - Arnhem 9 mei 1981), waterbouwkundige. Was van 1917 tot 1967 in verschillende functies werkzaam bij RWS, sinds 1955 als waterbouwkundige bij het Arrondissement Rijn en IJssel van de Directie Bovenrivieren te Arnhem. Schreef een hoofdstuk in de Technische Vraagbaak deel W: Rivieren (met K. van Til en E.M.H. Schaank; 1951). Ref.: LW 1967 n5 p258. (vdt294bc)
«

Jansen, Pieter Philippus

Eerste pagina van artikel: De waterbouwkunde in Nederland.

Eerste pagina van artikel: De waterbouwkunde in Nederland / P.Ph. Jansen. - [S.l.]: [s.n.], [s.a.]. - Land en Water jrg.1 (1957). - maart p. 11-13

(Dordrecht 11 aug. 1902 - Bussum 5 juli 1982), ingenieur, hoogleraar. Was, na in 1926 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, tot 1931 werkzaam voor de Dienst der ZZW bij het ontwerp en uitvoering van de sluizen in de Afsluitdijk. Was daarna tot 1946 in dienst van RWS o.m. bij de bouw van het stuwcomplex bij Lith en in 1944 als hoofd van de Dienst Droogmaking Walcheren. Als de slimme doortastende ingenieur "Van Hummel" figureerde hij in Het verjaagde water (1947) van A. den Doolaard. Was van 1946 tot 1968 hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft. Was nauw betrokken bij het dijkherstel na de stormvloedramp in 1953, was lid van de Deltacommissie en, als opvolger van J.W. de Vries, van 1956 tot 1962 HID van de Deltadienst van RWS. Schreef verschillende artikelen in De Ingenieur w.o. Mededeelingen inzake de droogmaking van Walcheren (2 afl., 1946) en redigeerde Principles of river engineering (met L. van Bendegom en J. van den Berg; 1979, herdrukt in 1994). Zie ook: J. Volkers, C.J. Witteveen. Ref.: DBD 1982 n101 p3, ING 1962 pA677, ING 1982 n27 p5, LW 1962 n5 p184, WID5, WP7, WVG, WWN63. (vdt295)
«

Jansen Schoonhoven, Teunis Johannes

(Utrecht 13 okt. 1930 - Almen 24 juni 2015), jurist. Studeerde rechten aan de RU van Leiden en promoveerde daar op Het waterstaatsbestuur van de Zuiderzeepolders (1964). Was werkzaam als rechter aan de Rechtbank van Utrecht en vele jaren lid van de hoofddirectie van Rabobank Nederland.(vdt295a)
«

Jansma, Kornelis

Hoofdstuk: De geschiedenis der Wet tot afsluiting en droogmaking der Zuiderzee

Hoofdstuk: De geschiedenis der Wet tot afsluiting en droogmaking der Zuiderzee / K. Jansma UIT: Vijftig jaar droogmaking Zuiderzee. - Meppel: Uitgeverij Ceres, 1969

(Amsterdam 25 mrt. 1891 - Amsterdam 21 mrt. 1971), jurist, biograaf. Studeerde rechten en promoveerde in 1913 cum laude aan de UvA. Vestigde zich als advocaat en procureur in Amsterdam. Had grote belangstelling voor de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee. Was sinds 1918 secretaris van de Zuiderzeeraad en vele jaren voorzitter van het genootschap Flevo. Over Cornelis Lely, met wie hij nauw heeft samengewerkt, schreef hij de zeer bekende biografie Lely, bedwinger der Zuiderzee (1948). Ook was hij initiatiefnemer voor oprichting van een standbeeld van Lely op de Afsluitdijk bij Den Oever. Ref.: PKN, WID5-6, WWN63, ZJI. (vdt296)
«

Jansma, Taeke Sjoerd

(Amsterdam 5 jan. 1904 - Amsterdam 24 apr. 1992), historicus, hoogleraar. Studeerde middeleeuwse geschiedenis in Utrecht en promoveerde daar in 1932. Tot 1935 was hij leraar geschiedenis bij het MO in Amsterdam en Hilversum en tot 1950 was hij in verschillende functies werkzaam aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam. Van 1950 tot 1974 was hij hoogleraar in de economische en sociale geschiedenis aan de UvA. Van zijn vele publicaties noemen we slechts De oudste geschiedenis van Rotterdam 1340-1940 (1940) en het intrigerende artikel Het Pampus (1966). Ref.: BMGN 1992 n2 p285-286, WID5-6, WWN63. (vdt296a)
«

Janzen, Pieter

(Franeker 19 juni 1859 - Deventer 17 nov. 1943), opzichter, architect. Was van 1884 tot 1891 opzichter bij de PWS van Friesland met standplaats Lemmer. Was daarna als architect werkzaam in Meppel, sinds 1915 te Deventer. Schreef tussen 1902 en 1916 onder de rubriek Historische Opstellen in de Leeuwarder Courant en van 1923 tot 1934 in Sljucht en Rjucht, waarvan hij mede-redacteur was. Schreef verder diverse artikelen w.o. It meitsjen fen de feart Harns-Ljouwert 1501-1508 en it oanlizzen fen de trekwei 1640-1646 (1932). (vdt297)
«

Jelgersma, Saskia

Bio297a

(roepnaam: Kiek; Oegstgeest 9 mei 1929 - Alkmaar 7 mei 2012), geologe. Studeerde in 1954 af in Leiden als geologe met specialisatie in paleontologie en petrologie. Promoveerde daar in 1961 op een onderzoek naar zeespiegelrijzing in Nederland tijdens het Holoceen door het aantonen van een verband tussen de diepteligging en ouderdom van het basisveen. Was van 1954-1990 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Rijks Geologische Dienst in Haarlem. Ontving in 1997 de Van Waterschoot van der Gracht penning voor haar uitzonderlijke verdiensten als Nederlands aardwetenschapper. Schreef onder meer: Zeespiegelbeweging en bodemdaling (met H. Smits en P.J. Wemelsfelder; 1965), Kustontwikkeling in Nederland; een geologische kijk op de kust (met D. Beets en R. Schüttenhelm; 1985) en Stormen en strandingen; nood op de kust van Egmond, Bergen en Schoorl (2000). (vdt297a)
«


Jeune, Jacob Carel Willem le

(Den Haag 30 aug. 1775 - Wageningen 2 aug. 1864), jurist, letterkundige. Studeerde rechten in Utrecht en promoveerde daar in 1802. Werkte van 1806 tot 1842 als commies, afwisselend bij het ministerie van financiën en binnenlandse zaken. Schreef over letterkundige, biografische, sociografische en geografische onderwerpen, waaronder: Over den loop der rivieren door het land der Friezen en Batavieren in het Romeinsche tijdvak (met J.G. Ottema; 1846). Ref.: NBW3. (vdt297b)
«

Jong, Coenraad Jacobus de

Bio297b

Arnhem 9 aug. 1849 - Den Haag 7 feb. 1925), marine-officier, cartograaf. Werkte, na zijn opleiding aan het KIM in Den Helder, sinds 1885 in de rang van luitenant ter zee der 1e klasse bij het Min. van Marine in Den Haag als chef der hydrografische opnemingen. Was van 1889-1894 als chef van het Hydrographisch Bureau te Batavia belast met astronomische plaatsbepalingen in NOI. Was daarna souschef en van 1899-1914 Chef der Hydrografie. Vervaardigde hydrografische kaarten van de Noordzee en de zeegaten en schreef onder meer: Beschrijving der Nederlandsche zeegaten (6 dln.; 1888 e.v.) en Willemsoord 1854-1894 (1894). (vdt297c)
«

Jong, Cornelis Hermanus de

(Terschelling 9 apr. 1919 - Leidschendam 8 nov. 1993), ingenieur. Werkte, na in 1948 aan de TH in Delft te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur, tot zijn pensionering bij de Dienst der ZZW in Den Haag, vanaf 1965 als hoofd van de afdeling wiskunde. Van zijn publicaties noemen we: Het onderzoek ten behoeve van de waterhuishouding van het IJsselmeer (1961). (vdt297d)
«

Jong, Dirk Leendert de

(Ammerstol 17 dec. 1886 - Hellevoetsluis 1 okt. 1968), bouwkundige. Werkte sinds 1916 als technisch ambtenaar bij de PWS van Zuid-Holland, aanvankelijk in Den Haag, enige jaren in Brielle en van 1939 tot 1956 in Gouda. Woonde daarna in Nieuw Helvoet en Hellevoetsluis. Publiceerde in de periode 1933-1960 over de historische geografie en waterstaatsgeschiedenis van Voorne, de Krimpenerwaard, de Lopikerwaard en de stad Gouda. We noemen: De indijking van den St. Annapolder op het eiland Voorne (1933), De bovenloop van de Linge, de Leidsche Vliet en tiendwegen (1944), De bodem van Gouda (1949) en De namen van de tiendhoeken van Voorne (1960). (vdt297e)
«

Jong, Jan de

(Heerenveen 24 mrt. 1868 - Groningen 20 dec. 1914), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1891 was afgestudeerd aan de PS te Delft, bij de PWS van Overijssel aan de verbetering van de Schipbeek en de Overijsselse Vecht. Was sinds 1897 werkzaam bij PWS van Groningen waar hij in 1908 J.M.W. van Elzelingen opvolgde als hoofdingenieur. Hij schreef onder meer: Gewijzigd ontwerp tot verbetering van de Schipbeek (met G. Broekema en A. Déking Dura; 1893). Ref.: ING 1914 n52 p1020, RKS p38-39. (vdt297f)
«

Jonge, Jan Aart de

(Delft 22 okt. 1926 - Amsterdam 28 apr. 1975), historicus. Schreef o.m. Het Zeeuwse goud; geschiedenis van de mossel- en oestercultuur (1990). Ref.: BJ76. (vdt298)
«

Jonge van Ellemeet, Jhr. Bonifacius Marinus de

(Goes 18 mei 1881 - Utrecht 6 mei 1962), archivaris. Studeerde rechten en promoveerde in 1906 te Utrecht. Werd in 1913 rijksarchivaris in Drenthe, in 1921 in Noord-Holland en in 1933 in Utrecht tot 1946. Inventariseerde verschillende archieven en schreef over kerkgeschiedenis en waterschappen w.o. Hoofdmomenten uit de geschiedenis van het Hoogheemraadschap der Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland (1931) en Uit de geschiedenis der Utrechtse waterschappen (1946). Ref.: PKN, WID6. (vdt299)
«

Jongh, Gerrit Johannes de

(bijnaam: Brutale Gerrit; Willemstad 4 juli 1845 - Den Haag 31 jan. 1917), genie-officier. Was, na in 1865 te zijn afgestudeerd aan de KMA in Breda, werkzaam bij de genie als bouwer van vestingen en andere militaire objecten. Was van 1879 tot 1910 directeur van GW te Rotterdam. Heeft zeer veel bijgedragen aan de verbetering van de infrastructuur en de aanleg van havencomplexen in Rotterdam, NOI en elders in de wereld. Was lid van de TK en van PS van Zuid-Holland. Te Rotterdam werd een monument opgericht te zijner nagedachtenis. Van zijn weinige publicaties noemen we: De haven van Rotterdam (1890). Zie ook: H.A. van IJsselstein. Ref.: BWN1, WWA. (vdt300)
«

Jonker, Hendrik

(Anna Paulowna 31 okt. 1913 - Amsterdam 14 dec. 1979), advocaat en procureur, bestuurder. Studeerde rechten aan de UvA en promoveerde daar op Hoofdstukken uit de geschiedenis van de polder Wieringerwaard 1610-1960. Was van 1927-1931 en van 1932-1935 lid van de gemeenteraad en van 1949-1977 wethouder van de gemeente Anna Paulowna, in 1977 benoemd tot ereburger. Was daarnaast van 1949-1977 voorzitter van de Anna Paulownapolder. Schreef onder meer het boek: De Anna Paulownapolder 1846-1946 (met C. Keijzer; 1946). (vdt300a)
«

Jonker, Luciën Alexander

(Lieshout 4 juli 1917 - Bilthoven 12 sep. 2012), ingenieur. Werkte, na in 1949 als civiel ingenieur te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot aan zijn pensionering bij de Directie Sluizen en Stuwen van RWS in Utrecht, sinds 1961 als hoofdingenieur A. Onder zijn leiding werden schutsluizen gebouwd of verbouwd in Dieren, Veere, in de Zandkreek- en Grevelingendam en bij Born. Hij schreef onder meer: Stormvloedkering in de Hollandsche IJssel nabij Krimpen (1955) en Bestaande en nieuwe sluizen in de vaarweg van Zuid-Limburg naar het Noorden (1962). Ref.: LW 1962 n4 p152. (vdt300b)
«

Jorissen, Frans

(Dordrecht 5 aug. 1919 - Hendrik-Ido-Ambacht 19 okt. 2000), ingenieur, maritiem historicus (autodidact). Had al sinds zijn jeugd een grote passie voor maritieme en regionale geschiedenis. Werkte, na zijn studie scheepsbouwkunde aan de MTS in Dordrecht, bij Ingenieursbureau Den Boer waar hij de grootste stoombok ter wereld ontwierp. Na de 2e WO kwam hij in dienst van de Marine in Den Haag, belast met onder meer de ontmanteling van de Duitse vloot. Van 1981 tot 1987 was hij voorzitter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten en was eigenaar van de door hemzelf gerestaureerde tjalk Siet op uw Selven. Van zijn publicaties noemen we: Het hoogheemraadschap van de Zwijndrechtsche Waard 1331-1955 (1955), Het eiland IJsselmonde zoals het was 1900-1940 (1970), Spelevaart en watersport in Dordt (1976) en Het water op: vierhonderd jaar pleziervaart in Nederland (met J. Kramer en J. Lengkeek; 1990). Ref.: Spiegel der Zeilvaart, 2000 n10 p50. (vdt300c)
«

Josephus Jitta, Jacob Paul

Sluizen en andere waterbouwkundige kunstwerken

Voorkant van: Sluizen en andere waterbouwkundige kunstwerken in en langs kanalen / J.P. Josephus Jitta. - Haarlem, 1947

(roepnaam: Paul; Amsterdam 14 jan. 1893 - Hoogeveen 19 okt. 1991), ingenieur. Was, na in 1918 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij RWS. Was tot 1928 betrokken bij de bouw van de zeer grote Noordersluis te IJmuiden. Was vervolgens arrondissementsingenieur te Zutphen en sinds 1931 werkzaam bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal als hoofd van het bouwbureau. Werd in 1946 HID van de Directie Sluizen en Stuwen te Utrecht en was van 1948 tot 1958 HID bij de Hoofddirectie van RWS in Den Haag. Ontving in 1946 van het KIVI de Conrad-medaille voor zijn grote verdiensten op waterbouwkundig gebied. Schreef vele tijdschriftartikelen over sluizenbouw w.o. De deuren en de afsluitcaisson voor de deurkassen van de nieuwe schutsluis te IJmuiden (1927) alsmede het magistrale werk Sluizen en andere waterbouwkundige kunstwerken in en langs kanalen (1947). Ref.: AB, ING 1991 n11 p44, WID5-6, WND. (vdt301)
«


Vorige: I Volgende: K