Home + Archief + Waterschrijvers

Voorkant van: De Friesche zeeweringen van 1825 tot 1925 : honderd jaren uit de geschiedenis van de zeedefensie in de provincie Friesland / W. Jaarsma. - Leeuwarden: [Provinciaal Bestuur van Friesland], 1933
(Gorredijk 25 jan. 1879 - Assen 10 mrt. 1957), archivaris. Begon als jong ambtenaar bij de Provinciale en Bumabibliotheek te Leeuwarden en werkte daarna vele jaren bij de provinciale griffie, belast met de afdeling archief en bibliotheek. Schreef De Friesche zeeweringen van 1825 tot 1925; honderd jaren uit de geschiedenis van de zeedefensie in de provincie Friesland (1933). Ref.: EF. (vdt294)
«

Eerste pagina van artikel: De waterbouwkunde in Nederland / P.Ph. Jansen. - [S.l.]: [s.n.], [s.a.]. - Land en Water jrg.1 (1957). - maart p. 11-13
(Dordrecht 11 aug. 1902 - Bussum 5 juli 1982), ingenieur, hoogleraar. Was, na in 1926 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, tot 1931 werkzaam voor de Dienst der ZZW bij het ontwerp en uitvoering van de sluizen in de Afsluitdijk. Was daarna tot 1946 in dienst van RWS o.m. bij de bouw van het stuwcomplex bij Lith en in 1944 als hoofd van de Dienst Droogmaking Walcheren. Als de slimme doortastende ingenieur "Van Hummel" figureerde hij in Het verjaagde water (1947) van A. den Doolaard. Was van 1946 tot 1968 hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft. Was nauw betrokken bij het dijkherstel na de stormvloedramp in 1953, was lid van de Deltacommissie en, als opvolger van J.W. de Vries, van 1956 tot 1962 HID van de Deltadienst van RWS. Schreef verschillende artikelen in De Ingenieur w.o. Mededeelingen inzake de droogmaking van Walcheren (2 afl., 1946) en redigeerde Principles of river engineering (met L. van Bendegom en J. van den Berg; 1979, herdrukt in 1994). Zie ook: J. Volkers, C.J. Witteveen. Ref.: DBD 1982 n101 p3, ING 1962 pA677, ING 1982 n27 p5, LW 1962 n5 p184, WID5, WP7, WVG, WWN63. (vdt295)
«

Hoofdstuk: De geschiedenis der Wet tot afsluiting en droogmaking der Zuiderzee / K. Jansma UIT: Vijftig jaar droogmaking Zuiderzee. – Meppel: Uitgeverij Ceres, 1969
(Amsterdam 25 mrt. 1891 - Amsterdam 21 mrt. 1971), jurist, biograaf. Studeerde rechten en promoveerde in 1913 cum laude aan de UvA. Vestigde zich als advocaat en procureur in Amsterdam. Had grote belangstelling voor de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee. Was sinds 1918 secretaris van de Zuiderzeeraad en vele jaren voorzitter van het genootschap Flevo. Over Cornelis Lely, met wie hij nauw heeft samengewerkt, schreef hij de zeer bekende biografie Lely, bedwinger der Zuiderzee (1948). Ook was hij initiatiefnemer voor oprichting van een standbeeld van Lely op de Afsluitdijk bij Den Oever. Ref.: PKN, WID5-6, WWN63, ZJI. (vdt296)
«
(Amsterdam 5 jan. 1904 - Amsterdam 24 apr. 1992), historicus, hoogleraar. Studeerde middeleeuwse geschiedenis in Utrecht en promoveerde daar in 1932. Tot 1935 was hij leraar geschiedenis bij het MO in Amsterdam en Hilversum en tot 1950 was hij in verschillende functies werkzaam aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam. Van 1950 tot 1974 was hij hoogleraar in de economische en sociale geschiedenis aan de UvA. Van zijn vele publicaties noemen we slechts De oudste geschiedenis van Rotterdam 1340-1940 (1940) en het intrigerende artikel Het Pampus (1966). Ref.: BMGN 1992 n2 p285-286, WID5-6, WWN63. (vdt296a)
«
(Franeker 19 juni 1859 - Deventer 17 nov. 1943), opzichter, architect. Was van 1884 tot 1891 opzichter bij de PWS van Friesland met standplaats Lemmer. Was daarna als architect werkzaam in Meppel, sinds 1915 te Deventer. Schreef tussen 1902 en 1916 onder de rubriek Historische Opstellen in de Leeuwarder Courant en van 1923 tot 1934 in Sljucht en Rjucht, waarvan hij mede-redacteur was. Schreef verder diverse artikelen w.o. It meitsjen fen de feart Harns-Ljouwert 1501-1508 en it oanlizzen fen de trekwei 1640-1646 (1932). (vdt297)
«
(Goes 18 mei 1881 - Utrecht 6 mei 1962), archivaris. Studeerde rechten en promoveerde in 1906 te Utrecht. Werd in 1913 rijksarchivaris in Drenthe, in 1921 in Noord-Holland en in 1933 in Utrecht tot 1946. Inventariseerde verschillende archieven en schreef over kerkgeschiedenis en waterschappen w.o. Hoofdmomenten uit de geschiedenis van het Hoogheemraadschap der Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland (1931) en Uit de geschiedenis der Utrechtse waterschappen (1946). Ref.: PKN, WID6. (vdt299)
«
(Delft 22 okt. 1926 - Amsterdam 28 apr. 1975), historicus. Schreef o.m. Het Zeeuwse goud; geschiedenis van de mossel- en oestercultuur (1990). Ref.: BJ76. (vdt298)
«
(bijnaam: Brutale Gerrit; Willemstad 4 juli 1845 - Den Haag 31 jan. 1917), genie-officier. Was, na in 1865 te zijn afgestudeerd aan de KMA in Breda, werkzaam bij de genie als bouwer van vestingen en andere militaire objecten. Was van 1879 tot 1910 directeur van GW te Rotterdam. Heeft zeer veel bijgedragen aan de verbetering van de infrastructuur en de aanleg van havencomplexen in Rotterdam, NOI en elders in de wereld. Was lid van de TK en van PS van Zuid-Holland. Te Rotterdam werd een monument opgericht te zijner nagedachtenis. Van zijn weinige publicaties noemen we: De haven van Rotterdam (1890). Zie ook: H.A. van IJsselstein. Ref.: BWN1, WWA. (vdt300)
«

Voorkant van: Sluizen en andere waterbouwkundige kunstwerken in en langs kanalen / J.P. Josephus Jitta. - Haarlem, 1947
(roepnaam: Paul; Amsterdam 14 jan. 1893 - Hoogeveen 19 okt. 1991), ingenieur. Was, na in 1918 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij RWS. Was tot 1928 betrokken bij de bouw van de zeer grote Noordersluis te IJmuiden. Was vervolgens arrondissementsingenieur te Zutphen en sinds 1931 werkzaam bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal als hoofd van het bouwbureau. Werd in 1946 HID van de Directie Sluizen en Stuwen te Utrecht en was van 1948 tot 1958 HID bij de Hoofddirectie van RWS in Den Haag. Ontving in 1946 van het KIVI de Conrad-medaille voor zijn grote verdiensten op waterbouwkundig gebied. Schreef vele tijdschriftartikelen over sluizenbouw w.o. De deuren en de afsluitcaisson voor de deurkassen van de nieuwe schutsluis te IJmuiden (1927) alsmede het magistrale werk Sluizen en andere waterbouwkundige kunstwerken in en langs kanalen (1947). Ref.: AB, ING 1991 n11 p44, WID5-6, WND. (vdt301)
«