Home + Archief + Waterschrijvers
(Leeuwarden okt. 1628 - Leeuwarden 1688), historicus. Studeerde te Leiden en Utrecht. Verzorgde als historieschrijver van Friesland de provinciale archieven en verzamelde vele historische documenten. Tobias Gutberleth, bibliothecaris der hogeschool te Franeker, gaf postuum enige van zijn werken uit w.o. Nederlandsche Watervloeden, of nauwkeurige beschrijvingen van alle watervloeden voorgevallen ... nabuirige landen (1703). Ref.: EF, NBW6, WP3. (vdt199)
«
Voorkant van brochure: Voor honderd jaren : 3, 4, 5 Februari 1825 / P.H. Gallé; Zuiderzee-Vereeniging. - Amsterdam: Van Campen, 1913
(Kampen 18 juni 1873 - Hilversum 9 mei 1934), marine-officier, meteoroloog. Trad, na zijn opleiding als marine-officier, in dienst van het KNMI. Was van 1906 tot 1919 adjunct-directeur van het KNMI en van 1919 tot aan zijn dood directeur van de Filiaalinrichting te Amsterdam. Werd in 1918 benoemd tot lid, later als secretaris van de Staatscommissie Zuiderzee. Heeft veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de weerdienst en de stormwaarschuwingsdienst en heeft veel gepubliceerd over cyclonen en klimatologie ten dienste van de zeevaart. Ontving hiervoor in 1932 uit handen van Prins Hendrik de grote gouden De Ruytermedaille. Van zijn publicaties vermelden we: Stormvloeden langs de Noordzee en de Zuiderzeekusten (1917). Ref.: TWG 1996 n1 p4. (vdt200)
«
(Bussum 1 dec. 1915 - Delft 12 okt. 2001), waterstaatsjurist. Studeerde rechten in Leiden en promoveerde aldaar in 1963 op Beveiligd bestaan; grondtrekken van het middeleeuwse waterstaatsrecht in zuidwest Nederland en hoofdlijnen van de geschiedenis van het dijksbeheer in dit gebied (1200-1963). Was vele jaren werkzaam als vakreferent bij de bibliotheek van de TH in Delft. Schreef artikelen in Zeeuwse periodieken en enkele boeken over waterschappen. (vdt201)
«
(roepnaam: Bert; Amsterdam 9 sept. 1913 - Hilversum 27 juli 1997), radiojournalist, presentator, publicist. Studeerde sociografie in Amsterdam, verzorgde van 1935 tot 1951 radioreportages in NOI. Presenteerde van 1955 tot 1977 het radioprogramma Weer of geen Weer en enkele tv-programma's en verleende medewerking aan de Vereniging Natuurmonumenten. Ontving in 1966 de Heimans en Thijsse Prijs en in 1974 de Gouden Lepelaar. Schreef enkele boeken over de natuur, de vogelwereld en het Nederlandse waterlandschap waaronder Zomaar wat zwerven (1962) en Waddenzee vogelland (1988). Ref.: BJ98, IBV, H. Spreen en J.D. van der Tuin Stad en Wold (1999). (vdt202)
«
(roepnaam: Jacob; Ede 30 okt. 1894 - Lunteren 26 jan. 1975), onderwijzer, natuurkenner, folklorist, regionaal historicus. Was tot 1933 onderwijzer te Bennekom en Ede. Schreef enige tientallen artikelen en boeken over natuur, cultuur en geschiedenis van met name de Veluwe. Schreef daarnaast o.m. Langs ruischend riet naar wijde wateren (1941) en redigeerde het jubileumwerk Honderd jaar Provinciale Waterstaat Gelderland 1864-1964 (1964). In 1991 werd in Lunteren de Jac. Gazenbeek Stichting opgericht tot behoud van het streekeigene van de Veluwe, als eerbetoon naar de schrijver genoemd. Ref.: J. den Besten Oog in oog met de Veluwe (1992), IBV, H.G. Kerkdijk en L. Fraanje Jac. Gazenbeek en zijn Veluwe (2001). (vdt203)
«
Eerste pagina van artikel: De Meerdijk en de aanliggende werken / F.J.B.G. Geers. - In: Noord-Oostpolder. - TIJD In: Polytechnisch Tijdschrift. - GEG: Uitgave B () nr. 23-24. - p. 12-21
(Borculo 7 juni 1896 - Den Haag 16 jan. 1987), ingenieur. Was, na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij de Dienst der ZWW. Volgde in 1956 J.F.R. van de Wall op als HID, in 1961 opgevolgd door F.L. van der Bom. Schreef een hoofdstuk in De Technische Vraagbaak deel W: Rijswerk (1951). Verder o.m. De Noord-Oost-Polder der Zuiderzeewerken (1943), Het herstel van den Wieringermeerdijk (1945), De dijken van Oostelijk Flevoland (1954) en De Zuiderzeewerken in hun ontwikkeling (1961). Ref.: LW 1961 n4 p136-138, WWN63, ZJI. (vdt204)
«
Voorkant van boek: De zeeweringen, waterschappen en polders in de provincie Groningen / C.C. Geertsema.– Groningen: Erven B. van der Kamp, 1898
(Groningen 9 juni 1843 - Wiesbaden 19 okt. 1928), jurist, waterstaatshistoricus. Vestigde zich, na zijn studie rechten in Groningen, als advocaat, later als bankier aldaar. Nam deel aan de landaanwinning in de Dollard (de Johannes Kerkhovenpolder) en trad op als waterstaatsdeskundige. Zijn meest bekende werken zijn De zijlvestenijen in de Groninger Ommelanden (1879) en De zeeweringen, waterschappen en polders in de provincie Groningen (1898; 2e. dr.: 1910). Geertsema was enige jaren lid van PS, CdK, lid van de EK en president-curator van de Universiteit van Groningen. Deze laatste verleende hem een eredoctoraat in de staatswetenschappen. De Carel Coenraadpolder is naar hem vernoemd. Ref.: AWN3, NGE, NP 1964, RKS. (vdt205)
«
(Zwolle 1 feb. 1876 - Zwolle 28 mei 1968), archivaris. Begon als smid en bruggenbouwer bij een ijzergieterij; werd assistent van de Rijksarchivaris in Overijssel en daarna gemeente-archivaris van Zwolle. Zette zich in voor de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis en het latere Provinciaal Overijssels Museum. Schreef enkele historisch-geografische artikelen w.o. De Voorst bij Vollenhove (1910), Bijdrage tot de geschiedenis van de Arembergergracht (1915) en De inundatie van Zwolle (1946). Ref.: OB1.(vdt206)
«
(Gouda 7 okt. 1889 - Den Haag 11 mei 1973), historicus, leraar. Studeerde letteren aan de UvA en promoveerde in 1918 op een biografie van P.C. Hooft. Was leraar te Sneek, Rotterdam, Breda en Den Haag. Doceerde van 1939 tot 1960 aan de Haagse School voor Taal- en Letterkunde. Schreef een aantal historisch- geografische werken w.o. Nederlandse dorpen in de 16e eeuw (1954) en De bedijking van de Heerhugowaard 1624-1631 (1966), encyclopedische werken en biografieën w.o. Prof. dr. Johan Huizinga (1947). Ref.: BJ74, BWN3, NGL, WID5-6, WWN63. (vdt207)
«
(Den Haag 23 jan. 1873 - Heemstede 20 juli 1946), ingenieur. Doorliep, na zijn studie aan de PS te Delft, vele rangen bij RWS en was sinds 1921 hoofdingenieur in Noord-Holland. Was sinds 1921 lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Zijn grote verdienste was de totstandkoming van de zeer grote Noordersluis te IJmuiden waarover hij schreef: De werken te IJmuiden in verband met den bouw van de groote sluis (1924). Werd gepensioneerd als IG-titulair van de RWS. Ref.: ING 1946 pA480, Jaarboek Haarlem (1946), NP 1967. (vdt208)
«
van Gendt, Johan Godart
(Alkmaar 7 okt. 1833 - Yokohama 21 dec. 1880), ingenieur. Werkte bij de Rijnspoorweg te Utrecht en Rotterdam, bij de aanleg van het Coevordens Kanaal en, met T.J. Stieltjes, aan irrigatiekanalen op Java. Werkte tot 1867 bij de waterstaat in Noord-Holland onder J. Dirks aan het Noordzeekanaal en de sluizen bij Schellingwoude. In Japan, bij de bevaarbaarmaking van de Ishikaririvier, overleed hij door ziekte. Was als schrijver zeer produktief met o.m. technische handboeken en Aanteekening op het ontwerp van een kanaal door de Geldersche Vallei, opgemaakt op uitnoodiging van het Amsterdamsche Rijnvaartcomité (1878). Ref.: NBW6. (vdt209)
«
(Werkendam 25 okt. 1788 - Den Bosch 13 sept. 1849), ingenieur. Begon als landmeter en opzichter onder C. Brunings (2), werd DG van de bruggen en wegen in Den Bosch en werkte vervolgens als hoofdingenieur van de provincie Noord-Brabant. Werkte mee aan het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa. Schreef o.m. Geschiedkundige beschrijving der overlaten in de provincie Noord-Braband (1844). Ref.: JCBG, NBW2. (vdt210)
«
(Rotterdam 25 aug. 1793 - Oegstgeest 27 juli 1877), jurist. Werkte, na zijn studie rechten in Leiden, aan het departement van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Was lid van de TK en nauw betrokken bij de reorganisatie van het Hoogheemraadschap van Rijnland en de inrichting van de Haarlemmermeerpolder. Schreef o.m. Over de droogmaking van het Haarlemmermeer (3 dln., 1843-1853). Ref.: NBW3. (vdt211)
«
Voorkant van: Professor van Giffen en het geheim van de Wierden / Red. Egge Knol, Alexandra C. Bardet, Wietske Prummel. - Veendam : Heveskes Uitgevers; Groningen: Groninger museum Groningen, 2005
(Noordhorn 14 mrt. 1884 - Zwolle 31 mei 1973; begraven te Diever), archeoloog, hoogleraar. Verwierf grote bekendheid als onderzoeker van terpen en hunebedden. Zijn kwadrantenmethode voor grafheuvelonderzoek vond internationale navolging. Van zijn eerste publicaties noemen we: Het dalingsvraagstuk der alluviale Noordzeekusten i.v.m. bestudeering der terpen (1909), zijn meest bekende: De hunebedden in Nederland (2 dln. met atlas, 1925-1927). Was conservator bij het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden en bij de prehistorische afdeling van het Provinciaal Museum te Assen. Was hoogleraar in de prehistorie te Groningen en Amsterdam. Voorts was hij directeur van het Biologisch-Archeologisch Instituut te Groningen en was verbonden aan de ROB te Amersfoort en het Instituut voor Prae- en Protohistorie te Amsterdam. Zie ook: P.C.J.A. Boeles, C.C.W.J. Hijszeler. Ref.: BJ74, BWN3, DB3, GE, HLR, NDV 1974 p9-19, NGL, Oudheidkundig bodemonderzoek in Nederland (1947), WH 1973 p90, WID5-6. (vdt212)
«
(Nieuwediep 30 jan. 1858 - Amsterdam 9 apr. 1941), marine-officier. Na in 1877 te zijn afgestudeerd aan het KIM, was hij bijna 35 jaar in dienst van de marine. Was inspecteur van het rijksloodswezen, de zeebetonning en de kustverlichting. Schreef over de marine, het reddingswezen en Het meer Flevo en de Waddeneilanden in vroeger eeuwen en thans (1939). Ref.: NP 1953, PKN. (vdt213)
«
(Amsterdam ca. 1615 - Amsterdam 1675), cartograaf, uitgever. Uitgever van zeeatlassen en boeken over de zeevaart. Zijn meest bekende werk is De Zee-Atlas ofte Water-Wereld (1661), waarin de kusten van de gehele wereld nauwkeurig zijn weergegeven. Ref.: NBW10. (vdt214)
«
(zichzelf noemende: C. Nannes Gorter; bijnaam: den Dikke; Zwartsluis 14 dec. 1872 - Apeldoorn 10 apr. 1934), journalist. Werkte als journalist te Amsterdam en was van 1910 tot 1929 werkzaam als redacteur van de Berger Badbode te Alkmaar. Maakte propaganda voor Bergen aan Zee als badplaats. Verbleef sinds 1929 te Arnhem, Frankrijk en Apeldoorn. Was de samensteller van het gedenkboek Het Groot Noordhollandsch Kanaal 1824-1924 (1924). (vdt215)
«
(Dokkum 9 jan. 1873 - Groningen 23 jan. 1940), historicus, hoogleraar. Studeerde letteren en wijsbegeerte in Leiden, Marburg en Wenen en promoveerde in 1902 cum laude op Stadsbezit in grond en water gedurende de middeleeuwen. Was van 1899 tot 1902 leraar in de taal- en letterkunde en geschiedenis te Venlo en Den Haag en van 1902 tot 1915 te Amsterdam. Was sinds 1908 privaatdocent in de paleografie en diplomatie aan de UvA en volgde in 1915 J. Huizinga op als hoogleraar geschiedenis te Groningen. Heeft veel bijgedragen aan de kennis van de middeleeuwse geschiedenis van ons land, met name van de vroegere Friese gewesten. Van zijn werken noemen we verder: De vorming van het graafschap Holland (1915). Ref.: BJ63, BWN1, EF, EZ, GEN, PKN, WP7. (vdt216)
«
Titelblad van het boek: Stormvloeden en rivierstromingen in Nederland: II de periode 1400-1600 / M.K.E. Gottschalk. – Assen : Van Gorcum & Comp B.V., 1975
(Mönchen-Gladbach 28 okt. 1912 - Amsterdam 14 sept. 1989), lerares, historisch-geografe. Na een loopbaan als onderwijzeres en lerares, studeerde ze sociale geografie te Utrecht en promoveerde op Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen (2 dln., 1955-1958). Was wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Utrecht en lector in de historische geografie aan de UvA. Haar meest bekende werk is Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland (3 dln., 1971-1977). Zie ook: W.S. Unger. Ref.: EZ, HGT 1990 n3 p77, TWG 1996 p1. (vdt217)
«
Goudriaan, Adrianus Franciscus
(Ameide 1 aug. 1768 - Rijswijk 1 juni 1829), waterbouwkundige. Werkte in verschillende functies bij de waterstaat vanuit diverse standplaatsen: Amsterdam, Oost-Vlaanderen, Nieuwediep, Alkmaar, Medemblik, Amsterdam, Kampen, Breda en Den Haag. Werd in 1827 IG van de waterstaat. Behoorde, met Christiaan Brunings en Jan Blanken, tot de belangrijkste adviseurs van Koning Willem I op waterstaatsgebied. Van zijn publicaties noemen we: Verhandeling over de afdamming van het IJ (1824). Ref.: JCBG, De physique existentie dezes lands (1987), NBW1, M. Westphal Adrianus François Goudriaan (1768-1829): biografie van een omstreden Inspecteur-Generaal uit de beginjaren van 's Rijks Waterstaat (1998), WND. (vdt218)
«
(roepnaam: Jaap; Zwolle 24 dec. 1914 - Leiderdorp 12 sep. 1992), archivaris, hoogleraar, waterstaatshistoricus. Werkte als onderwijzer achtereenvolgens in Den Haag, Helmond en Voorschoten. Was sinds 1938 tevens werkzaam in het archiefwezen, eerst als vrijwilliger in Den Bosch, sinds 1944 bij het ARA in Den Haag. Was van 1957 tot 1975 inspecteur van de archieven in Zuid-Holland. Inventariseerde vele waterschapsarchieven en promoveerde in 1967 aan de UvA op De Ring van Putten, onderzoekingen over een hoogheemraadschap in het Deltagebied. Was van 1966 tot 1968 Algemeen Rijksarchivaris en van 1972 tot 1980 hoogleraar in de archivistiek en paleografie aan de UvA. Van zijn vele publikaties noemen we slechts: Honderd jaar Provinciale Waterstaat in Zuid-Holland (1975), De oudste oorkonden betreffende het Hoogheemraadschap van Delfland en hun betekenis (1987) en zijn laatste: De oudste dijk van Nederland (1993). Ref.: NA 1980 p482-496, NA 1993 p51-66. (vdt219)
«
(Den Haag 8 mei 1891 - Den Haag 4 feb. 1969), ingenieur. Was, na in 1918 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij RWS, sinds 1955 als hoofdingenieur bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Was van 1956 tot 1962 erevoorzitter van de Vereniging "Eendracht maakt Macht". Schreef o.m. Enige vraagstukken op het gebied van de waterhuishouding in Nederland (1948) en was daarmee de eerste in ons land die het begrip 'waterhuishouding' een duidelijker en ruimer inhoud gaf. Ref.: ING 1969 pA141. (vdt220)
«
(Koog-Zaandijk 10 mei 1916 - Beverwijk 10 juni 1997), journalist. Bezocht in Alkmaar de HBS en kweekschool, werkte daarna tot 1973 voor Het Vrije Volk, eerst als journalist in Rotterdam, na de oorlog als verslaggever te Amsterdam. Was daarna tot 1979 hoofd van de afdeling public relations van het NVV. Schreef o.m. Het land van de zeearend (1948), over de toen pas drooggevallen Noordoostpolder. Voorts enkele boeken over ontwikkelingen in de Nederlandse waterbouw w.o. Paspoort voor de Delta (1959), Holland rides the sea (1960), Delta; stromenland in beweging (1967) en het jubileumwerk van baggerbedrijf Adriaan Volker Ik drink de aarde (1968). (vdt221)
«
(Schoonhoven 26 jan. 1896 - Amsterdam 8 juni 1968), jurist. Studeerde rechten en promoveerde in 1923 aan de RU van Utrecht. Werkte sinds 1924 bij de KvK te Amsterdam en sinds 1942 als algemeen secretaris van de KvK voor Noord-Holland. Schreef diverse artikelen over handelsrecht en de boeken Driekwart eeuw Noordzeekanaal (1951) en De Rijnverbinding van Amsterdam en haar geschiedenis (1952). Ref.: PKN, WID5-6, WWN63. (vdt222)
«
Voorkant van: De wateren van de Wereldzeeen / Groen. - 3e druk. - Bussum: Unieboek, 1974
(Sneek 6 dec. 1912 - Niersen gem. Epe 11 mei 1995), oceanograaf, hoogleraar. Studeerde wis- en natuurkunde aan de VU van Amsterdam en in Leiden en promoveerde in 1942 in de natuurkunde aan de VU van Amsterdam. Was sinds 1941 wetenschappelijk medewerker van het KNMI in De Bilt en sinds 1952 hoogleraar in de meteorologie en geofysische wetenschappen aan de VU van Amsterdam. Schreef o.m. Zeegolven (met R. Dorrestein; 1949), De wateren der wereldzee (1951) en De uitwerking van de wind over de Groninger Waddenzee op de hoogwaterstanden van Delfzijl (met G. Verploegh; 1955). Ref.: VVU, WID6, WWN63. (vdt223)
«
Afscheid van Sj. Groenman, 28 december 1948. Om de tafel v.l.n.r. A. Blaauboer, C. van Steen, L.W. Veldt, A.P. Minderhoud, P. Groot, Sj. Groenman, A. Rozema, M. Westenberg, S. Smeding, E.W. Hofstee, Unk; staand: P. Jansen, A.G. Lindenbergh, A.J. Zuur, P.G. de Boer, Verschoor, J.Timmers, E.P. Spierings, A.J. Kloos, onbekend, B. van den Burg, Westerbeek, Zweedijk, J.W. Maris, J.C.J. van Dijk, De Boer.
(Roosendaal 28 nov. 1913 - Bilthoven 14 februari 2000), sociograaf, hoogleraar. Werkte, na in 1937 te zijn afgestudeerd in de sociografie aan de UvA, als redacteur bij de Winschoter Courant en als sociograaf te Emmen, Groningen, Zwolle en Noordoostpolder. Promoveerde in 1947 te Utrecht op een sociografie van Staphorst. Sinds 1948 hoogleraar sociologie te Utrecht, daarnaast ook te Amsterdam en Leiden. Ontving in 1977 een eredoctoraat van de University of Florida. Schreef o.m. De geschiedschrijving van de Zuiderzeewerken uit de lucht (1948), Kolonisatie op nieuw land (1953), Delta, poort van Europa (1962), Het uitgiftebeleid voor de Zuidelijke IJsselmeerpolders (1965) en Land uit zee; de indijking, de drooglegging, de nieuwe samenleving (1965). Ref.: WID6, WWN1, WWN63. (vdt224)
«
(Renkum 8 okt. 1878 - Vriezenveen 26 sep. 1963), leraar, archivaris. Was van 1910 tot 1943 leraar geschiedenis bij het MO in Vlissingen. Sinds 1911 tevens gemeente-archivaris en sinds 1923 conservator van het Stedelijk museum te Vlissingen. Schreef vele bijdragen tot de geschiedenis van Vlissingen w.o. De geschiedenis der oude havens van Vlissingen (1931). Ref.: WID5-6. (vdt225)
«
(Beverwijk 16 nov. 1870 - Arnhem 7 feb. 1928), ingenieur. Was, na in 1894 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS in Den Haag, Terneuzen en Brielle. Van 1905 tot 1912 was hij vanuit Alkmaar belast met het onderhoud van de Noord-Hollandse kust. Had daarna, met standplaats Rotterdam, de leiding over de werken aan de Rotterdamse Waterweg en in Hoek van Holland. Trad in 1922 op als adviseur voor het Suezkanaal en in 1924 voor het Kanaal van Korinthe. Was sinds 1925 HID van RWS in Groningen en Overijssel. Schreef als vaarwegdeskundige het voortreffelijke boek De waterweg langs Rotterdam naar zee, 1866-1916 (met A.B. Marinkelle; 1916). Ref.: ING 1928 n20 pA138-A141. (vdt226)
«
(Rotterdam 19 feb. 1898 - Utrecht 15 sep. 1983), ingenieur. Was, na in 1923 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, van 1925 tot 1931 in dienst van RWS bij de aanleg van havenwerken te Vlissingen en Breskens. Was van 1931 tot 1946 betrokken bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, tot 1950 hoofdingenieur in het arrondissement Leeuwarden en tot 1963 HID van RWS in de Directie Utrecht. Schreef o.m. De keersluis te Vlissingen (met W.H. Brinkhorst; 1929) en Het Amsterdam-Rijnkanaal (1952). Ref.: WID6. (vdt227)
«
Voorkant van boek: De jongste stormschade aan eenige zeedijken in Zeeland, e.a. nabij Bruinisse en Ierseke/ door A Groothoff. - 's- Gravenhage : Belinfante, 1911
(Gantung NOI 1 mei 1883 - Amersfoort 9 juni 1971), ingenieur, industrieel adviseur. Werkte na in 1904 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft in zeer uiteenlopende tijdelijke betrekkingen o.m. in Perzië en NOI. Was mede-oprichter van ingenieursbureau Dwars, Groothoff en Verhey te Amersfoort, later als DHV bekend. Richtte zich op adviserende taken en bedreef economische en technische journalistiek. Schreef o.m. Historisch-technisch dijkonderzoek in Noordholland (1917). Zie ook: J.M.W. van Elzelingen. Ref.: BWN3, ING 1971 n26 pA445, PKN, WID5-6. (vdt228)
«
(Londen 18 jan. 1896 - Oegstgeest 26 mei 1975), ingenieur. Studeerde, met specialisatie in irrigatie en ontwatering, in 1920 af aan de TH in Delft. Werkte daarna tot 1934 in het waterbeheer op Java, NOI. Was van 1935 tot 1958 als ingenieur in dienst van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Naast een aantal tijdschriftartikelen schreef hij: Rijnlands boezem (3 dln., 1957). Was daarna voor de Verenigde Naties werkzaam, tot 1961 in Syrië en tot 1964 op Cyprus. Ref.: TWG 1993 n1 p13. (vdt229)
«
(Leeuwarden 1675 - Franeker 1703), jurist, bibliothecaris. Was bibliothecaris van de Hogeschool te Franeker, schrijver en uitgever. Schreef o.m. Nauwkeurige beschrijving der gedenkwaardigste watervloeden (1718). Gaf ook enige werken uit van S.A. Gabbema, zie daar. Ref.: EF. (vdt230)
«