Home + Archief + Waterschrijvers
Eerste pagina van artikel: De verzilting van de Nederlandse bodem als gevaar voor land- en tuinbouw / C.H. Edelman TIJD In: Economisch statistisch berichten GEG: 37 (1952) 1813 (20 februari). - p. 132-135
(Rotterdam 29 jan. 1903 - Wageningen 15 mei 1964),
mijnbouwkundig ingenieur, bodemkundige, hoogleraar. Studeerde in
1924 af aan de TH te Delft. Was sedimentologisch-petrologisch
onderzoeker en van 1929 tot 1933 conservator van het Geologisch
Instituut van de UvA. Promoveerde cum laude op Petrologische
provincies in het Nederlandsche Kwartair (1933). Volgde in
1933 J. van Baren op als hoogleraar in de mineralogie, petrologie,
geologie en agrogeologie aan de LH te Wageningen en was sinds 1945
directeur van de Stichting voor Bodemkartering te Wageningen.
Ontving in 1946 een eredoctoraat van de Universiteit van Gent. Zie
ook: A.W. Vlam. Ref.: BJ65, BWN1, PKN, WID5-6, WWN63.
(vdt163)
«
(Amsterdam 1 juli 1908 - Steggerda 31 juli 1983), ingenieur,
kustmorfoloog. Was, na in 1932 te zijn afgestudeerd aan de TH in
Delft, werkzaam bij RWS, laatstelijk als hoofd van de afdeling
Kustonderzoek van de Directie Waterhuishouding en Waterbeweging in
Den Haag. Schreef diverse artikelen over de historisch-geografische
- en geomorfologische aspecten van het Nederlandse kustgebied
zoals: De Waterstaatskaart van Nederland (1958), Oude
ontginningen van de veengebieden in de Nederlandse kuststrook
(1958), Riviermonden ten tijde van de Romeinen (1962),
De historische veranderingen in de natuurlijke gesteldheid van
het Nederlandse Waddengebied (1964), De wegen en
plaatsnamen van de Peutinger kaart (1966), Onderzoekingen
naar de eigenaardige indeling van de oude Hollandse kustgouwen
(1972), Bijdrage tot de historische geografie van de
Nederlandse kuststreek (1974) en Uit de historie van de
lage landen bij de zee (1975). (vdt164)
«
Eekhoff, Wopke
(Leeuwarden 2 maart 1809 - Leeuwarden 12 feb. 1880),
boekhandelaar, biograaf. Van jongs af geïnteresseerd in
geschiedenis, won hij de Nutsprijs met Levensschetsen van
beroemde Friezen (1829). Autodidact die het bracht tot
stadsarchivaris van Leeuwarden, stichter van de stedelijke
bibliotheek en verzamelaar van zeer vele werken van historische
waarde. Schreef o.m. De overtogt van Lodewijk XIV over den Rijn
in 1672 (1840). Zie ook: P. Brouwer; J.W. de Crane. Ref.:
DWF1, EF, NBW4. (vdt165)
«
(Utrecht 30 mrt. 1862 - Bloemendaal 26 juni 1950;
begraven in Utrecht), ingenieur. Werkte als jong ingenieur bij de
waterstaat in Friesland en schreef daarover: De nieuwe sluis-
en dijkwerken te Lemmer (1897). Sinds 1900 werkte hij als
raadgevend ingenieur in Afrika. In Zuid Afrika was hij betrokken
bij de aanleg en reparatie van spoorlijnen en was enige jaren
vice-consul in Johannesburg. In de jaren twintig was hij werkzaam
in Noord Afrika. (vdt165a)
«
(Bronkhorst 5 nov. 1904 - Utrecht 28 juli 1969), ingenieur. Was,
na voltooiing van zijn studie Weg- en Waterbouwkunde aan de TH te
Delft in 1927, werkzaam bij verschillende directies van RWS. Was
van 1948 tot zijn dood HID van de Directie Sluizen en Stuwen van
RWS in Utrecht. Schreef artikelen over diverse waterbouwkundige
projecten in De Ingenieur en Land en Water. Kreeg
vooral bekendheid als tunnelbouwer en schreef daarover
Nederland Tunnelland (1967). Zie ook: P. Blokland. Ref.:
BJ70, ING 1969 n34 pA542, LW 1969 n4 p51. (vdt166)
«
(Laren 1 mrt. 1923 - Vught 20 dec. 2002), landbouwkundig
ingenieur. Was, na in 1949 te zijn afgestudeerd aan de LHS te
Wageningen, tot 1967 werkzaam bij het RIZA. Was van 1955 tot 1963
hoofd van het laboratorium te Sappemeer en Baflo, van 1963 tot 1967
afdelingshoofd van het RIZA in Voorburg. Promoveerde in 1965 te
Wageningen op Het estuarium als ontvangend water van grote
hoeveelheden afvalstoffen; afvoer van het veenkoloniaal afvalwater
naar de Eems. Was één van de initiatiefnemers voor oprichting
van de STOWA en was van 1967 tot 1986 werkzaam als directeur van de
Gemeenschappelijke Technologische Dienst Oost-Brabant te Boxtel.
(vdt167)
«
Voorkant van: Het studiejaar 1963- 1964: rede uitgesproken op de 14de september 1964 bij het einde van het studiejaar 1963-1964 / door W.F. Eijsvoogel. - Wageningen : Veenman, 1964
(Nieuwer Amstel 26 okt. 1894 - Wageningen 28 juli 1977),
ingenieur. Werkte, na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH in
Delft, in NOI belast met de leiding van diverse irrigatieprojecten.
Was van 1945 tot 1946 hoofd van het Departement van Waterstaat in
NOI en van 1946 tot 1965 hoogleraar in de hydraulica aan de LHS te
Wageningen, sinds 1960 rector. Schreef verschillende artikelen w.o.
De plaats van de weg- en waterbouwkunde in de
cultuurtechniek (1955), De afsluiting en gedeeltelijke
droogmaking van de Zuiderzee (1957) en twee hoofdstukken in
De Technische Vraagbaak deel W (1951). Ref.: WID5-6,
WWN63. (vdt168)
«
(pseudoniem: Frisius; Olst 21 okt. 1834 - Meppel 28 dec. 1899),
predikant. Stond in Noordwolde, Ternaard, Eext, Borger en
Benningbroek. Schreef over regionale geschiedenis van het noorden
van ons land w.o. Een eerlijke annexatie, de verbinding van
Ameland met de Friesche kust (1869) en De
Noord-Nederlandsche Landbouwkoloniën, eene studie over de
Maatschappij van Weldadigheid (1875). Ref.: EF, NBW6.
(vdt169)
«
(Den Haag 12 jan. 1839 - Haarlem 10 feb. 1899), ingenieur. Was,
als bouw- en werktuigbouwkundige bij de Staatsspoorwegen, o.m.
belast met de aanleg van de spoorlijn van Arnhem naar Zutphen. Was
daarna opzichter, later ingenieur en stoomwerktuigkundige van de
Haarlemmermeerpolder. Schreef o.m. De droogmaking en
drooghouding van de Haarlemmermeer (1897). Ref.: NBW6.
(vdt170)
«
Titelblad van boek: Verslag der Commissie benoemd bij beschikking van den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 18 juni 1896, no. 139, afd. Waterstaat, 1e ond.afd. tot het instellen van een onderzoek in zake de indijking der Lauwerzee in verband met eene verbeterde afstrooming van boezemwater in de provinciën Friesland en Groningen / Van Harinxma thoe Slooten (vz), J.N. Witteveen, A. Bloembergen, J.M.W. Elzelingen ...[et.al]. - Leeuwarden: H.G. de Groot Hz, 1900
(Gorinchem 18 aug. 1859 - Den Haag 27 dec. 1929), ingenieur.
Was, na zijn studie aan de PS in Delft, van 1882 tot 1888 werkzaam
bij RWS in Den Haag, daarna bij PWS in Zeeland, vanaf 1896 als
hoofdingenieur bij PWS van Groningen en sinds 1908 als
hoofdingenieur bij PWS in Zuid-Holland. Was mede-oprichter van een
bureau voor ontwatering (de latere Cultuurtechnische Dienst) en lid
van de Zuiderzeeraad. Van zijn publicaties noemen we: Memorie
en bijlagen betreffende het waterschap Westerkwartier (1898),
De provinciale vaarwegen in Zuidholland (1911) en
Verhandeling over de kustverdediging van Delfland (met A.
Groothoff, 1914). Ref.: Honderd jaar Provinciale Waterstaat in
Zuid-Holland (1975), ING 1927 n53 p1149-1150, ING 1928 n8
p49-50, RKS. (vdt171)
«
(Willemstad, Curaçao 31 mrt. 1930 - Den Haag 9 december 2008),
ingenieur. Na in 1954 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft,
werkte hij voor Openbare Werken op Curaçao, daarna bij
verschillende diensten van RWS, waar hij o.m. de leiding had over
de bouw van de Coentunnel en de Beneluxtunnel (voltooid in 1966
resp. 1967). Van 1975 tot 1986 was hij, als opvolger van H.A.
Ferguson, HID van de Deltadienst van RWS. Hij was coauteur van
De Nederlandse Delta; een compromis tussen milieu en techniek
in de strijd tegen het water (met E.K. Duursma en T.J.M.
Martens; 1982). Ref.: Dertien maal Delta (1981).
(vdt171a)
«
(Cheribon 25 juni 1874 - Rotterdam 4 jan. 1965), officier,
ondernemer. Trad om gezondheidsredenen uit het leger en werd leider
van het Rotterdams havenbedrijf. Was in 1907 initiatiefnemer en
eerste voorzitter van de Scheepvaart Vereeniging Zuid, de
Handelshogeschool en het Nederlands Economisch Instituut. Schreef
o.m. Het ontstaan van den Hoek van Holland (1934).
Verzamelaar van reisbeschrijvingen, scheepsjournalen, kaarten,
atlassen en historische prenten en tekeningen. De Nederlandse
Economische Hogeschool verleende hem in 1954 een eredoctoraat.
Ref.: BWN1, PKN, SVZ, WID5-6. (vdt172)
«
("Van Engelen" voorgevoegd in 1890; Kampen 17 apr. 1884 - Kampen
1 juli 1933), jurist, dijkgraaf. Studeerde rechten in Utrecht. Was
dijkgraaf van het waterschap Kamperveen en voorzitter van enkele
andere waterschappen. Had grote belangstelling voor de geschiedenis
van de dijken en polders rondom Kampen en was bestuurslid van de
Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis.
Schreef o.m. De bedijking langs de Zuiderzee ten noorden van
Elburg (1921) en De bedijking van de IJssel en zijn
monden (1924). Ref.: Kamper Almanak 1934 p119-123.
(vdt174)
«
(roepnaam: Eduard; Batavia NOI 15 apr. 1858 - Menton, Frankrijk
1 mrt. 1924), ingenieur, meteoroloog. Werkte, na zijn opleiding aan
de PS in Delft, van 1887 tot 1893 bij het KNMI, het laatste jaar
als directeur. Was daarna werkzaam bij de Algemene Dienst van RWS
in Den Haag. Schreef een aantal artikelen over meteorologie,
getijden en zeestromingen w.o. De getijen langs de
Nederlandsche kust (1889), Bijdragen tot de hydrographie
en morphographie der zuidelijke zeegaten en riviermondingen in
Nederland (1890), Over den invloed van windrichting en
luchtdrukking op den zeespiegel (1891) en Hyetographie van
Nederland (met E. van Rijckevorsel; 1892). Ref.: F.V.
Engelenburg Engelenburg, geschiedenis van de familie voor z'n
jongere verwanten verteld (1925), TWG 1996 p4. (vdt173)
«
(Zutphen 1757 - Zutphen 31 mei 1826), ingenieur. Werkte van 1784
tot 1804 bij de Waterstaat als landmeter-ingenieur belast met de
inspectie van de grote rivieren en het herstel van beschadigde
rivierdijken. Schreef voor een prijsvraag van de Kon. Hollandsche
Mij. der Wetenschappen: Verhandeling voor de droogmaking van
het Haarlemmermeer en aangelegen veenplassen, doormengd met
landbouwkundige aanmerkingen (1820). (vdt174a)
«
(Borssele 14 nov. 1852 - Middelburg 18 mei 1911), ingenieur.
Werkte, na zijn studie aan de PS te Delft, bij RWS in Terneuzen,
Vlissingen, Den Haag, Tiel, Nijmegen, Goes, Utrecht, Heusden en
Vlissingen. Nam om gezondheidsredenen in 1901 op eigen verzoek
ontslag. Schreef o.m. Beschrijving van de onderloopsheid der
sluizen en de verzanding voor den havenmond van het Kanaal door
Walcheren te Veere en de aangewende middelen tot herstel
(1902). Ref.: ING 1911 n20 p533. (vdt175)
«
(Den Haag 10 mei 1843 - Den Haag 14 juni 1939), ingenieur.
Werkte, na in 1863 te zijn afgestudeerd aan de PS in Delft, bij de
Staatsspoorwegen in Alkmaar en daarna bij RWS in Arnhem en op
Walcheren. Verbleef met C.J. van Doorn enige jaren in Japan. Werkte
sinds 1879 bij RWS in Maastricht, sinds 1881 te Breda en van 1890
tot 1908 te Arnhem als hoofdingenieur van Groningen en Friesland
belast met de verbetering van de havens van Harlingen, Stavoren en
Delfzijl. Schreef o.m. Verslag betreffende het Hoornsche Diep
in de provincie Groningen (1896) en Verslag betreffende
het Peizerdiep in de provincie Groningen (1896). Ref.: JS, WT.
(vdt176)
«
(Delft 26 feb. 1873 - Amersfoort 17 juli 1955), meteoroloog,
hoogleraar. Studeerde wis- en natuurkunde te Leiden en trad in
dienst van het KNMI te De Bilt. Was deskundige op het gebied van
weersvoorspelling en stormvloedwaarschuwing in Nederland. Werd in
1907 hoofddirecteur van het KNMI, in 1918 ondervoorzitter van de
Staatscommissie Zuiderzee. Was als buitengewoon hoogleraar
meteorologie, klimatologie en oceanografie verbonden aan het
Geografisch Instituut van de RU te Utrecht. Schreef o.m. Het
klimaat [van Nederland] (in: HGN dl. 1; 1949). Ref.: BJ56,
BWN3, HGN dl.6 pVIII en 576, PKN, TWG 1996 p5, WID5. (vdt177)
«
(Delft 16 jan. 1772 - Den Haag 5 feb. 1859),
waterstaatsambtenaar. Ontwikkelde zich als autodidact tot kommies,
later referendaris, bij het departement van waterstaat en was lid
van verschillende commissies op waterstaatsgebied. Schreef o.m.
Geschiedkundig verslag der dijkbreuken en overstroomingen langs
de rivieren in het Koningrijk Holland, voorgevallen in Louwmaand
1809 (3 dln., 1809). Ref.: NBW7. (vdt178)
«
(Heukelum 6 nov. 1909 - Zwijndrecht 24 juli 1986),
waterbouwkundige. Werkte van 1935 tot 1974 bij RWS - aanvankelijk
als opzichter - laatstelijk als waterbouwkundige. Werkte te
Gorinchem, Leeuwarden, Groningen, bij de Dienst Dijkherstel
Zeeland, als hoofd van de dienstkring Terneuzen en sinds 1960 van
de dienstkring IJmuiden. Schreef artikelen in OTAR en Polytechnisch
Tijdschrift zoals: Honderd jaar betonblokken voor havenhoofden
te IJmuiden (1975) en Honderd jaar Noordzeekanaal
(1976). (vdt179)
«
(Utrecht 26 aug. 1806 - Maartensdijk 1 jan. 1876), jurist,
burgemeester. Was burgemeester van Maartensdijk maar zijn
levenswerk was de bestudering en beschrijving van architectuur
(kerken, kastelen, versterkingen e.d.) en historische onderwerpen,
zoals De oude loop van de rivier de Lek (1867). Ref.:
NBW8. (vdt180)
«