Home + Archief + Waterschrijvers
(Dordrecht 12 aug. 1849 - Amsterdam 28 nov. 1919; begraven in
Den Haag), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de PS te Delft,
als opzichter bij de waterstaat in Friesland, daarna te Zaltbommel
en Zwolle. Was van 1882 tot 1906 hoofdingenieur van de PWS van
Overijssel. Schreef o.m. Verbetering van de kleine
rivieren (1887) en Het regime van de kleine rivieren in
Overijssel (1889), beide over de Overijsselse Vecht. Was
bestuurslid van het KIVI en lid van PS van Zuid-Holland. Werd in
Amsterdam overreden door een tram. Zie ook: J.P. Hofstede. Ref.: C.
v. Heel. Ir. Adrianus Déking Dura, 1849-1919 (1982), ING
1919 n49 p919, ING 1920 n13 p221-225. (vdt139)
«
(Sluis 15 feb. 1828 - Sluis 19 mei 1872), onderwijzer,
archivaris. Een zeer verdienstelijk autodidact op het gebied van
taal en geschiedenis, sinds 1854 schoolhoofd in Sluis en vanaf 1855
archivaris aldaar. Werd vooral bekend door het door hem bewerkte
woordenboek van de Nederlandse taal (1864). Schreef daarnaast ook
over de geografie van zuidwestelijk Nederland zoals: Eerste
Sint Elisabethsvloed, 1404 (1863). Ref.: NBW1, WP7.
(vdt133)
«
(Genemuiden 1 jan. 1848 - Apeldoorn 28 feb. 1928), onderwijzer.
Was hoofd van een school te Steenwijk. Bestudeerde de lokale en
regionale geschiedenis en schreef er enkele boeken over w.o. De
stormvloed in 1825; beschrijving van wat er in de eerste week van
Februari 1825 plaats had in het Noordwesten van Overijssel
(1925; herdruk 1997). Ref.: H. Spreen en J.D. van der Tuin Stad
en Wold (1999). (vdt134)
«
(Amsterdam 23 mrt. 1900 - Amsterdam 22 juli 1959), wiskundige,
hoogleraar. Studeerde wiskunde aan de UvA en promoveerde in 1931
cum laude in Groningen. Was daarna assistent aan de TH in Delft en
leraar wiskunde aan een kweekschool in Rotterdam. Was sinds 1932
lector en van 1938 tot 1946 hoogleraar in de wiskunde en
theoretische mechanica aan de TH in Delft en daarna hoogleraar in
de collectieve verschijnselen aan de UvA. Als hoofd van de afdeling
Mathematische Statistiek aan het Mathematisch Centrum te Amsterdam
maakte hij zich zeer verdienstelijk voor de verbreiding van de
wiskundige statistiek in Nederland. Naast vele publicaties op zijn
vakgebied redigeerde hij, namens het directorium van het
Mathematisch Centrum, het derde deel van het Rapport
Deltacommissie (1961): Beschouwingen over stormvloeden en
getijbeweging. Ref.: BJ60, DLW, GEN, WID5-6. (vdt135)
«
(woonde en werkte te Zwolle in het midden van de 18e eeuw),
onderwijzer. Was werkzaam als kostschoolhouder en onderwijzer te
Zwolle en schreef drie boekjes. Onder de veelbelovende titel
Waterbeschrijving der Vereenigde Nederlanden (1771) geeft
hij slechts een opsomming van de wateren in ons land en een kaartje
van het Benedenrivierengebied. Ref.: BW. (vdt136)
«
(roepnaam: Ko; Enschede 6 jan. 1867 - Enschede 24 feb. 1947),
volkskundige, dichter. Was één jaar onderwijzer en eenenveertig
jaar afdelingschef van een grote textielfabriek in Enschede.
Verdiepte zich in de archeologie, het landschap, de natuur,
bewoners en folklore van Twente. Was in 1905 mede-oprichter van de
Vereniging Oudheidkamer Twente en werd in 1930 benoemd tot
conservator van het Rijksmuseum Twenthe. Van zijn publicaties
noemen we: Oude kanaalplannen en waterwegen in Twente en
omgeving (uit: Uit het land van katoen en heide;
1922) en De Schipbeek (Aa, Buurserbeek), een oude waterweg naar
Deventer (1924). Naar hem is vernoemd de Twentse academie voor
streekcultuur, het Van Deinse Instituut. Zie ook: G.J. ter Kuile
Sr. Ref.: Overijssel, jaarboek voor cultuur en historie
(1948). (vdt137)
«
Voorkant van boek: Voordrachten over eenige uitkomsten der Zuiderzee- expeditie van 1905 gehouden in de sectie-vergadering van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap op 5 juni 1906/ door M.C. Dekhuyzen en J.D. van der Plaats. - Utrecht : Van Boekhoven, [1906]
(Rotterdam 7 mei 1859 - Utrecht 10 okt. 1924), bioloog,
hoogleraar. Was leraar aan de veeartsenijschool en van 1918 tot
1924 hoogleraar diergeneeskunde te Utrecht. Leidde in 1905 per
stoomschip de Zuiderzee-expeditie, een onderzoek naar de toestand
van de planten- en dierenwereld in de toenmalige Zuiderzee. Schreef
daarover: De Zuiderzee-expeditie (1905) en Het
verleden en het heden der Zuiderzee (1906). (vdt138)
«
(Den Haag 25 nov. 1793 - Den Haag 14 mei 1880), officier,
leraar. Werkte, na zijn opleiding aan de militaire school in Den
Haag, enige tijd bij de waterstaat onder A. Blanken. Was, na in
1813 te zijn gepromoveerd aan de Ecole des Ponts et Chaussées te
Parijs, werkzaam als assistent in het onderwijs aan de artillerie-
en genieschool in Delft. Sinds 1828 was hij leraar wis- en
natuurkunde aan de MA te Breda. Was van 1860 tot 1866 voorzitter
van het KIVI. Van zijn publicaties noemen we: Waarnemingen en
berekeningen wegens het vermogen der sluizen te Katwijk (met
P. Kock; 1853) en Invloed der digting van het Kanaal van Sint
Andries op den waterstand van de Waal tusschen Hulhuizen en
Bommel (1875). Ref.: GGK, NBW6. (vdt140)
«
Titelblad van: De dijken / Max Dendermonde en H.A.M.C. Dibbits; supervisie A.G. Maris. - Amsterdam: Bezige Bij, 1954
(pseudoniem van Hendrik Hazelhoff; Winschoten 17 juni 1919 -
Sarasota U.S.A. 26 mrt. 2004), journalist, schrijver, dichter.
Behaalde het onderwijzersdiploma, maar oefende verschillende andere
beroepen uit, zonder enig succes. Werd in 1945 hoofd van de
afdeling letteren van Radio Herrijzend Nederland en was tot 1960
werkzaam als journalist bij de VARA. Verder was hij redacteur van
De Groene Amsterdammer en schreef reportages voor Het
Parool. Hij debuteerde in 1941 met poëzie, maar bereikte veel
succes met de roman De wereld gaat aan vlijt ten onder
(1954). Zijn proza wordt gekenmerkt door een boeiende verteltrant.
Daarnaast schreef hij scenario's en gedenkboeken waaronder De
Dijken; een nationale uitgave (met H.A.M.C. Dibbits; 1953),
Het water tot de lippen: wat wij deden via het Nationaal
Rampenfonds (1958) en Zuiderzee: dood water, nieuw
leven (met foto's van Kees Scherer; 1985). In 1979 emigreerde
hij naar Florida en ging voort met de publicatie van gedichten,
reportages en romans. Ref.: EW, EZ, LML, LNA, LNL. (vdt140a)
«
(Ruinerwold 18 juli 1833 - Meppel 15 dec. 1898), landbouwer,
burgemeester. IJverde voor verbetering van onderwijs, wegenaanleg
en waterhuishouding in Zuidwest-Drenthe. Door archief- en
historisch onderzoek ontwikkelde hij zich en bracht het tot
burgemeester van Nijeveen en Havelte. Publiceerde historische
artikelen over Zuidwest Drenthe en Meppel w.o. De waterkwestie
in 't westen van Drenthe en 't noorden van Overijssel (1893).
Ref.: DB2. (vdt141)
«
(ca. 1685-1760). Schreef: Ontwerp tot een minst kostbaare,
zeekerste en schielijkste herstelling van de zorgelijke toestand
der Westfriesche zeedijken, zonder dat het voortknagend zeegewormte
daaraan eenige hindernis kan veroorzaken (met P. Straat; 1733;
nader ontwerp: 1735). Ref.: BW. (vdt142)
«
Titelblad van: Nederland - Waterland: een historisch-technisch overzicht / H.A.M.C. Dibbits. - Utrecht: N.V. A Oosthoek's Uitgeversmaatschappij, 1950.
(Velp 16 april 1902 - Wageningen 20 sep. 1988), ingenieur. Was,
na in 1924 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enige jaren
werkzaam in het bedrijfsleven en van 1931 tot 1967 bij RWS. Werkte
tot 1946 bij de Directie Wegen, daarna bij de Rijksluchtvaartdienst
en bij de Directie Landaanwinning van RWS. Was sinds 1956 hoofd van
de afdeling Deltawerken Zuid en van 1964 tot 1967 HID van de
Directie Utrecht. Behoort, door zijn duidelijke en motiverende
stijl, tot de beste technisch-wetenschappelijke schrijvers. Zijn
eerste boek, Nederland waterland, een historisch technisch
overzicht (1950) heeft nog nauwelijks aan betekenis ingeboet.
Voorts schreef hij De dijken, een nationale uitgave (met
M. Dendermonde; 1953) en vele tijdschriftartikelen over o.m.
landaanwinning en de Deltawerken. Zie ook: A.G. Maris. Ref.: AB, LW
1961 n3 p90, WID6, WWN63. (vdt143)
«
(roepnaam: Wouter; Amsterdam 10 juni 1902 - Overveen 14 nov.
1935), bioloog. Verbleef na zijn studie enige jaren op Terschelling
waar hij werkte aan zijn proefschrift Organogene Dünenbildung;
eine geomorphologische Analyse der Dünenlandschaft der
West-Friesischen Insel Terschelling mit pflanzensoziologischen
Methoden (1934). Postuum verscheen, voltooid door G.A.
Brouwer, Griend, het vogeleiland in de Waddenzee (1950).
Ref.: EF, WP7. (vdt144)
«
Voorkant van: Uitkomsten der Rijkswaterpassing/ L. Cohen Stuart, H.G. van de Sande Bakhuyzen en G. van Diesen. - 's Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1888
(Den Haag 21 mei 1826 - Den Haag 5 april 1916), ingenieur.
Studeerde in 1848 af aan de KA in Delft. Veelzijdig man onder wiens
leiding grote spoorbruggen zijn gebouwd zoals die te Culemborg in
1868. Namens het KIVI werkte hij mee aan het Woordenboek der
Nederlandsche Taal van De Vries en Te Winkel. Werd in 1894
hoofdinspecteur van de waterstaat en schreef o.m. Toestand van
de Maas langs Noort-Brabant bij hoogen waterstand (1872). In
1906 werd hij benoemd tot erelid van het KIVI en in 1907 werd hem
door de TH in Delft een eredoctoraat verleend. Ref.: BWN1, GTW, ING
1906 21 mei, ING 1916 n15 p287, WT. (vdt145)
«
Plan voor inpoldering Zuiderzee door Van Diggelen, 1849 uit: Het Zuiderzeeproject : drie eeuwen inspiratie voor plannenmakers / samenst. Rijksdienst voor de IJsselmeepolders. - Lelystad : Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, 1976
(Middelburg 31 jan. 1815 - Statenzijl 23 nov. 1868), ingenieur.
Werd als twintigjarig waterstaatsingenieur, met standplaats Zwolle,
belast met de IJssel boven Katerveer. Won in 1842 een prijsvraag
met een plan ter verbetering van de bevaarbaarheid van het Zwolsche
Diep: Verhandeling over de verbetering van het Zwolsche Diep;
eenige beschouwingen betreffende den physieken toestand der lage
bodems in ons vaderland (1843). Hij was de tweede die een plan
indiende voor afsluiting van de Zuiderzee: De Zuiderzee, de
Friesche Wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en
droogmaking (1849). Als lid van de TK adviseerde hij in de
aanleg van de Staatsspoorwegen en andere grote werken in ons land.
Zijn laatste standplaats was Assen van waaruit hij, tijdens een
inspectie van de Statenzijl, in een hevige driftbui ter plekke
overleed. Zie ook: J. Kater. Ref.: GPZ, KRB, NBW5, WG, ZJI.
(vdt146)
«
Voorkant van boek: Beschouwingen naar aanleiding van het wetsontwerp tot bedijking en droogmaking van het zuidelijke gedeelte van de Zuiderzee/ P.J.G. van Diggelen. - Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1877
(zoon van B.P.G. van Diggelen; Zwolle 24 okt. 1837 - Zwolle 11
mei 1907), rechter, politicus. Studeerde rechten in Utrecht en
promoveerde in 1861 op Over het regt op schorren en anderen
aanwas van gronden. Werd in 1863 benoemd tot griffier te
Zaltbommel, in 1865 te Winschoten en in 1869 te Zwolle. Was hier
vanaf 1876 rechter en sinds 1894 vice-president van de
arrondissements rechtbank. Was daarnaast zeer actief in de
politiek: lid GR, PS en TK. Pleitte voor droogmaking van de
Zuiderzee en schreef daarover Beschouwingen naar aanleiding van
het wetsontwerp tot bedijking en droogmaking van het zuidelijk
gedeelte van de Zuiderzee (1877). Was, met A. Buma, in 1886
oprichter van de Zuiderzeevereniging. Ref.: OB3, WG. (vdt147)
«
(Rotterdam 24 feb. 1862 - Den Haag 21 mei 1941; begraven op Oud
Eik en Duinen), werktuigbouwkundig ingenieur, hoogleraar. Werd in
1899 benoemd tot hoogleraar in de werktuigbouwkunde aan de TH in
Delft en was van 1916 tot 1919 rector magnificus. Verwierf in 1931
het erelidmaatschap van het KIVI. IJverde voor het behoud van het
stoomgemaal Cruquius en schreef daarover: De werktuigen van het
stoomgemaal Cruquius van de Haarlemmermeer (1933). Ref.: ING
1945 pA130. (vdt148)
«
(Denekamp 18 aug. 1894 - Oldenzaal 8 jan. 1953), onderwijzer,
regionaal historicus. Legde zijn functie als schoolhoofd neer om
zich geheel te kunnen wijden aan historisch onderzoek en regionale
geschiedschrijving. In zijn boek Het land van de Dinkel; de
schoonheid van Noordoost Twente (1948), geïllustreerd met
eigen foto's, beschrijft hij land en volk en waarschuwt hij voor de
verloedering van de natuur. Zie ook: C.C.W.J. Hijszeler. Ref.: A.
Buter W.H. Dingeldein, heemkundig publicist (1993), OB3,
OLB, WID5. (vdt149)
«
(Leeuwarden 19 juni 1811 - Leeuwarden 25 nov. 1892), jurist. Was
advocaat te Leeuwarden en vele jaren lid van de TK. Zette zich
volledig in voor het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid- en
Taalkunde en was de stuwende kracht bij de oprichting van het Fries
Museum. Schreef veel op het gebied van de munt- en penningkunde en
andere historische onderwerpen in Friesland w.o. De terpen van
Friesland en de eerst bewoonde plaatsen (cittá) van Friesland
(vertaald uit het Italiaans; 1886). Ref.: EF, W. Pleyte
Levensbericht Mr. J. Dirks (1894). (vdt150)
«
Dirks, Justus
(Bergen op Zoom 12 jan. 1825 - Amsterdam 25 dec. 1886),
ingenieur. Begon zijn loopbaan bij de waterstaat in Zeeuws
Vlaanderen, vervolgens te Den Bosch en Gorinchem. Was
hoofdingenieur bij de aanleg van het Noordzeekanaal en de
afsluiting van het IJ te Amsterdam. Schreef o.m. Nota
betreffende de werken van de Amsterdamsche Kanaalmaatschappij
(1870). Adviseerde daarnaast in de aanleg van havens in Chili en
het Suez-kanaal in Egypte. Algemeen beschouwd als schepper van het
Noordzeekanaal, werd in 1923 een monument voor hem opgericht bij de
sluizen te IJmuiden. Zie ook: J.G. van Gendt, K. van Rijn. Ref.:
ING 1923 n41 p852, JCBG, NBW5, OTAR 1973 n11 p486-492, T. de Vries
Eene plaats van grooten omvang (1976), WT. (vdt151)
«
(Flensburg 1800 - Utrecht 25 aug. 1847), onderwijzer. Was leraar
Duits te Utrecht en daarnaast een groot snuffelaar op historisch
gebied. Als amanuensis aan de academische bibliotheek bracht hij
veel aan het licht over de geschiedenis van Utrecht, vooral in zijn
Archief voor de kerkelijke en wereldlijke geschiedenissen,
inzonderheid van Utrecht (7 dln., 1838-1847; met vervolg van
A.M.C.van Asch van Wijck: 3 dln., 1848-1853). Voorts:
Droogmakinghe van het Naerder-Meer (1845). Ref.: NBW4.
(vdt152)
«
(Zutphen 10 jan. 1888 - Den Haag 28 feb. 1972), jurist,
dijkgraaf. Studeerde rechten en promoveerde te Utrecht op Het
veenrecht in de provincie Utrecht van 1592 tot 1916 (1916).
Werkte bij de Utrechtse provinciale griffie. Was daarna veertig
jaar in dienst van het Hoogheemraadschap Delfland, eerst als
secretaris, tot 1958 als dijkgraaf, opgevolgd door J.P.Winsemius.
Schreef o.m. Geschiedenis van het hoogheemraadschap
Delfland (1939) en Inventaris van het oud-archief van het
hoogheemraadschap Delfland (1940). Was van 1930 tot 1969
secretaris en directeur van de Unie van Waterschappen en enige
jaren hoofdredacteur van Waterschapsbelangen. Ref.: LW 1958 n3
p134-135, LW 1972 n2 p50, WB 1972 p75-76, WWN63. (vdt153)
«
Titelblad van het boek: Het verjaagde water : roman van A. den Doolaard / bezorgd door K. d'Angremond en G.J. Schiereck. - Delft : DUP, [2001]
(pseudoniem van Cornelis Johannes George Spoelstra; roepnaam:
Bob; Zwolle 7 feb. 1901 - Hoenderloo 26 juni 1994), journalist,
romanschrijver. Werkte aanvankelijk als boekhouder bij een
aardoliemaatschappij. Maakte sinds 1927 als journalist vele reizen
en werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog in Engeland bij de radio.
Debuteerde in 1926 als dichter, verwierf bekendheid met
reisverhalen en frisse romans die de weerslag vormden van zijn
onbedwingbaar avontuurlijke zwerflust. Zijn in journalistieke stijl
geschreven boeken werden in verschillende talen vertaald. Als
verbindingsofficier schreef hij Het verjaagde Water
(1947), een reportage over de droogmaking van Walcheren nadat de
dijken in 1944 om strategische redenen gebombardeerd waren. Deze
roman, die achtmaal herdrukt werd, is in 2001 bewerkt en van
annotaties voorzien door K. d'Angremond en G.J. Schiereck. Zie ook:
J.J. Dronkers, H.A. Ferguson, E.J.A.M. Hoornik, P.Ph. Jansen, J.Th.
Thijsse en P.A. van de Velde. Ref.: BJ95, BWN5, EW, HSE, LML, LNA,
LNL, PIR, PVL, TWG 2002 n2 p50-55, WID5-6, WP7, WWN63.
(vdt154)
«
(Zegveld 14 sep. 1905 - Woerden 3 juni 1996), historicus,
leraar. Studeerde geschiedenis en promoveerde in 1940 te Utrecht op
Het oude Miland en zijn waterstaatkundige ontwikkeling,
een studie over het Groot-Waterschap van Woerden. Was van 1938 tot
1972 leraar geschiedenis, laatstelijk conrector, aan de HBS te
Woerden. Sinds 1957 lid - en van 1960 tot 1974 voorzitter van de
Historische Vereniging Woerden en omstreken. Was van 1966 tot 1976
hoogheemraad van het Groot-Waterschap van Woerden. Schreef
verschillende regionaal-historische artikelen en boeken.
(vdt155)
«
(Hal 5 jan. 1837 - Amsterdam 24 feb. 1906), ingenieur. Werd, na
in 1860 te zijn afgestudeerd aan de KA in Delft, toegevoegd aan
T.J. Stieltjes voor het ontwerp van de spoorwegen op Java. Werd in
1863 belast met de aanleg van sluizen en een stoomgemaal voor de
afsluiting van het IJ bij Schellingwoude. Was van 1872 tot 1880 met
I.A. Lindo werkzaam in Japan voor de verbetering van de
waterhuishouding. Schreef een afdeling van het handboek
Waterbouwkunde (1885) onder redactie van N.H. Henket. Zijn
grafmonument bevindt zich op de Oosterbegraafplaats te Amsterdam.
Zie ook: G.A. Escher. Ref.: ING 1906 5 mei, JS, NBW4.
(vdt156)
«
(Deventer 10 sep. 1809 - Zwolle 22 mrt. 1869), archivaris.
Studeerde rechten in Leiden en promoveerde in 1836. Was van 1838
tot zijn dood archivaris te Zwolle en enige jaren in Deventer.
Schreef, behalve archiefinventarissen, o.m. Vraag naar de
hoofdoorzaak van het verval der bevaarbaarheid van den IJssel
(1839). Ref.: OB3. (vdt157)
«
Titel van artikel: Over het romantische eiland Urk / U.G. Dorhout. - UIT: Urker Volksleven 21 (1994) 1 (maart). - p. 21-28
(Warga 16 maart 1879 - Heiloo 19 feb. 1959), ambtenaar,
romanschrijver. Was in de omgeving van Hoorn werkzaam als agent
voor voorwaardelijk veroordeelden, later als inspecteur voor
bijzondere jeugdzorg. Schreef onder de naam U.G. Dorhout vanaf 1908
diverse artikelen over zijn geboortestreek en romans die zich
afspelen in het Friese merengebied. Zijn meest bekende werk is
Volk aan den Plas; een boek van de Friesche meren (met
tekeningen van D.K. Koopmans; 1941). (vdt158)
«
(Den Hoorn 29 sep. 1886 - Den Hoorn 28 nov. 1963),
natuurbeschermer. Geboren op het eiland Texel, volgde hij een
opleiding voor telegrafist en werkte van 1905 tot 1913 bij de PTT
in Rotterdam, Emmen, Boskoop, Den Burg en Santpoort. Kwam in 1913
door zijn grote kennis van de natuur in dienst van de Vereniging
Natuurmonumenten en was van 1947 tot 1954 hoofddirecteur daarvan.
Wordt, samen met Jac.P. Thijsse en P.G. van Tienhoven, beschouwd
als grondlegger van de natuurbescherming in Nederland. Schreef,
behalve vele tijdschriftartikelen, o.m. het boek Texel, het
vogeleiland (1934, herz. dr. 1953). Ref.: BJ64, IBV, PKN,
Het Vogeljaar 1974 n2 p602-603, WID5-6. (vdt159)
«
(Poortvliet 24 mei 1910 - Den Haag 20 feb. 1973), wiskundige.
Studeerde van 1928 tot 1934 wis- en natuurkunde in Leiden. Kwam in
1934 in dienst van RWS bij de Studiedienst Benedenrivieren onder
Johan van Veen, later bij de Centrale Studiedienst onder J.B.
Schijf. In 1939 promoveerde hij in Leiden op een onderwerp uit de
zuivere wiskunde. Figureerde in Het verjaagde water (1947)
van A. den Doolaard als "de rekenmeester". Had als hoofdwiskundige
een belangrijk aandeel in de voorstudies voor het Deltaplan; werd
in 1963 hoofd van de Waterloopkundige Afdeling van de Deltadienst
van RWS. Schreef o.m. Een getijberekening voor
benedenrivieren (1935), De waterbeweging op het
geïnundeerde Walcheren (1946) en Tidal computations in
rivers and coastal waters (1964) dat door het KIVI bekroond
werd met de Conrad-medaille. Zie ook: J.Th. Thijsse. Ref.: EZ, ING
1973 p384, LW 1961 n3 p100, LW 1965 n5 p272, TWG 1996 p6, WND.
(vdt160)
«
(Beverwijk 2 nov. 1925 - Lelystad 26 jan. 2001), bodemkundige,
hoogleraar. Studeerde en promoveerde in 1956 aan de LHS te
Wageningen. Werkte van 1952-1964 als onderzoeker bij verschillende
overheidsdiensten. Hoofd van de Landbouwkundige Afdeling van
de RIJP, 1964-1968. Adjunct-directeur van de
RIJP, 1968-1976. Directeur van de RIJP, 1976-1982.
Hoofddirecteur van de RIJP, 1982-1986. Interim-manager van de RIJP,
1986-1989. Hij ging op 6 april 1989 met de vut. Sinds 1966
buitengewoon hoogleraar cultuurtechniek aan de LHS te Wageningen.
Publiceerde over landinrichting, infrastructuur en natuurbouw, met
name in Flevoland, en schreef o.m. Vijftig jaar onderzoek door
de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (1980-1981) en
Het Zuiderzeeprojekt in zakformaat (met G. de Kaste;
1984). Ref.: WWN1. (vdt160a) (HP 6-7-2011)
«