Home + Archief + Waterschrijvers

Waterschrijvers C

Caland, Abraham

Voorkant van: Eenige beschouwing over eenen Noordzeehaven...

Voorkant van: Eenige beschouwing over eenen Noordzeehaven en de afdamming van het Y bij de Pampus / A. Caland. – Middelburg : J.C. & W. Altorffer, 1863

(Westkapelle 22 maart 1789 - Middelburg 11 april 1869), ingenieur. Heeft in verschillende functies belangrijk werk verricht op het gebied van waterkering en waterhuishouding in Zeeland en Vlaanderen, en adviseerde in waterstaatkundige projecten elders in ons land. Van zijn vele publikaties noemen we: Handleiding tot de kennis der dijksbouw en zeeweringkunde (1833), Eenige beschouwingen over eene Noordzeehaven voor Amsterdam en de afdamming van het IJ bij het Pampus (1863) en Historisch overzicht en opmerkingen betrekkelijk de ontwerpen tot verbinding van de Noord- met de Zuiderzee langs Amsterdam (1869). Ref.: J.P.van de Broecke Beschermd door dijk en duin (1975), M.P.de Bruin Waken en bewaren (1981), EZ, GGK, JCBG, NBW5, OTAR 1951 n7 p281-290, WP3. (vdt110)
«

Caland, Pieter

P. Caland

Caland, Pieter

(zoon van A. Caland; Zierikzee 21 juli 1827 - Den Haag 12 juli 1902; begraven op Oud Eik en Duinen), ingenieur. Man over wiens grote verdiensten veel is geschreven; gold in zijn tijd als een ingenieur van groot kaliber. Vooral als ontwerper van de Nieuwe Waterweg verwierf hij grote bekendheid; te Rotterdam werd voor hem een monument opgericht. Was van 1874 tot 1876 voorzitter van het KIVI. Hij schreef o.m. Nota over de doorgraving van den Hoek van Holland (1871). Ref.: AWN3, M.P.de Bruin Waken en bewaren (1981), Eeuwfeest Oranjesluizen (1972), EZ, GGK, GN, GTW, HLR, HNJ, ING 1902 p604, JCBG, NBW5, NGL, J.A.Ringers Caland en de betekenis van zijn werk voor Rotterdam (1953), SGN, SWW 1972 n4 p15-30, WP7, WT, WWA. (vdt111)
«

Camper, Petrus

(Leiden 11 mei 1722 - Den Haag 17 apr. 1789), filosoof, medicus, hoogleraar. Was hoogleraar te Franeker, Amsterdam en Groningen; voorzitter van de Raad van State. Internationaal erkend geleerde op wetenschappelijk en praktisch gebied. Heeft zeer veel gepubliceerd, o.m. een briefwisseling over steenzettingen aan de Vijfdeelsdijken in Friesland (1777-1778). Ref.: EF, Ons Amsterdam 1950 p185. (vdt112)
«

Cannegieter, Dominicus

(Hallum 23 okt. 1842 - Tzum 11 mrt. 1909), notaris. Schreef genealogische en historische artikelen in de Friesche Volksalmanak en De Vrije Fries. Voorts: Register van stukken behoorende tot het archief van het Waterschap der Vijf Deelen Zeedijken Binnendijks ... (1903). Ref.: EF, NBW3. (vdt113)
«

Canter Cremers, Gerhard Gozen Geurt

(Groningen 27 aug. 1839 - Culemborg 6 okt. 1904), genie-officier, dijkgraaf. Was belast met aanleg en beheer van militaire verdedigingswerken vanuit Amersfoort, Veenendaal (aanleg omleidingskanaal in de Grebbelinie), Nijmegen, Gorinchem (Hollandse Waterlinie), Everdingen en Den Haag. Was commissaris van de ontginningsmaatschappij Helenaveen, sinds 1883 dijkgraaf te Culemborg. Schreef: De bedijkingen langs de hoofdtakken van den Rijn; de Lekdijk Bovendams (1897). Ref.: ING 1905 bijlage p9, NBW7. (vdt114)
«

Canter Cremers, Jacobus Johannes

(roepnaam: Jaap; zoon van G.G.G. Canter Cremers; Culemborg 1 sep. 1879 - Cairo 21 juni 1925), ingenieur, tekenaar. Was, na in 1902 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS in Hoek van Holland, Brielle en Den Haag. Was van 1911 tot 1918 directeur van de vissershaven van IJmuiden. Werkte sindsdien bij RWS te Rotterdam, laatstelijk als HID, aan de verbetering van de Rotterdamse Waterweg en schreef daarover Eenige beschouwingen over benedenrivieren (1911). Kreeg voorts bekendheid door metingen met een zandtransportmeter van eigen ontwerp. Tijdens een verblijf in Egypte, om te adviseren over de waterverdeling van de Nijl, kwam hij vroegtijdig aan de gevolgen van typhus te overlijden. Zijn onderzoekingen naar de invloed van getijden en van het dichtheidsverschil van zout en zoet water op de stroming werden voortgezet door Johan van Veen. Opmerkelijk was zijn buitengewoon tekentalent. Ref.: ING 1925 (n26 p561, n30 p641, n50 p1070-1072), WND. (vdt115)
«

Cappelle Jr., Herman van

(Amsterdam 2 okt. 1857 - Den Haag 24 aug. 1932), geoloog, leraar. Was, na zijn studie, van 1882 tot 1895 leraar biologie aan de HBS te Sneek. In 1885 promoveerde hij als geoloog te Leiden. Zijn publicaties over het Friese Pleistoceen zijn lange tijd belangrijke bronnen geweest voor de geologische kennis van Friesland. Werd in 1896 benoemd tot docent geologie aan de LHS te Wageningen. Leidde in 1900 een expeditie naar de bovenloop van de Nickerierivier in Suriname. Werkte van 1902 tot 1916 als leraar aan een HBS in Den Haag en werd in 1908 de eerste directeur van het museum dat sinds 1984 bekend is als het Museon. Van zijn publicaties noemen we slechts: Het Rode Klif (1888). Ref.: EF, Grondboor en Hamer 1985 n1 p12-24, A.S.Troelstra Tijgers op de Ararat p347-359 (2003). (vdt116)
«

Castendijk, Robertus Joan

(Haarlem 31 aug. 1849 - Den Haag 1931), ingenieur. Doorliep, na in 1872 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, alle rangen bij RWS tot en met die van IG. Was werkzaam in de provincies Drenthe, Noord-Brabant en Utrecht. Leverde een belangrijke bijdrage aan de waterstaatkundige toestand van de Waal en schreef daarover: Boven-Rijn en Waal (1897). Ref.: ING 1931 n50 pA512. (vdt117)
«

Coert, Gerrit Anton

(roepnaam: Bob; Ridderkerk 11 juli 1918 - Assen 15 aug. 1998), waterbouwkundige. Was, na zijn studie aan de MTS te Amsterdam, werkzaam bij de PWS van Noord-Holland en van Drenthe, laatstelijk als hoofdingenieur. Schreef o.m. De Reest, grootvorstin van Drenthe's stromen (1976), Drenthe en zijn waterschappen (1984), De watermolen in Drenthe (1985) en Stromen en schutten, vaarten en voorden (1991). (vdt118)
«

Cohen Stuart, Arnold Jacob

(Den Haag 4 okt. 1855 - Londen 13 mrt. 1921), ingenieur, jurist. Werkte, na zijn studie aan de PS te Delft, enige jaren als ingenieur te Semarang. Was van 1889 tot 1900 advocaat en procureur te Amsterdam en privaatdocent staathuishoudkunde aan de UvA. Werkte tot zijn dood als directeur van de Kon. Mij. tot Exploitatie van Petroleum in NOI. Schreef o.m. De verbinding van Amsterdam met de Noordzee voor vijftig jaren en thans (1897). Ref.: ING 1921 n32 p604, NP 1984. (vdt119)
«

Conrad Jr., Frederik Willem

Titelblad van: Natuurkundige verhandelingen van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen

Titelblad van: Natuurkundige verhandelingen van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen / door Frederick Willem Conrad. – Haarlem : WED. A. Loosjes Pz., 1829

(Spaarndam 15 feb. 1800 - München 1 feb. 1870), ingenieur. Een zeer veelzijdig man die aan verschillende projecten in binnen- en buitenland gewerkt heeft, vooral aan spoorwegen, kanalen en rivieren. Gold in zijn tijd als een ingenieur van groot kaliber. Mede-oprichter en eerste voorzitter van het KIVI (1847-1860). Stichter van de Conrad-premie, die eens per vijf jaar door het KIVI wordt uitgereikt. Heeft zeer vele publikaties op zijn naam staan, waarvan we slechts noemen: De kleine kanalen (1849). Was ook een verdienstelijk dichter. Overleed te München op terugreis uit Egypte waar hij de opening van het Suezkanaal had bijgewoond. Ref.: GGK, GN, JCBG, NBW2, NGL, WP7. (vdt121)
«

Conrad Sr., Frederik Willem

F.W. Conrad sr.

Conrad Sr., Frederik Willem

(Delft 23 dec. 1769 - Halfweg 6 feb. 1808), waterbouwkundige. Groeide op in een weeshuis en ontwikkelde zich, eerst als opzichter bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en later als rivierendeskundige, tot een zeer kundig man die het in 1808 bracht tot IG van de Waterstaat. Schreef, met A.Blanken Jzn. en S.Kros, Rapport wegens het onderzoek omtrent eene uitwatering te Catwyk aan Zee (1803). Hij overleed op jonge leeftijd aan roodvonk. Ref.: GN, GTW, JCBG, NBW2, WND. (vdt120)
«

Conrad, Jan Frederik Willem

J.F.W. Conrad

Conrad, Jan Frederik Willem

(kleinzoon van F.W. Conrad Sr.; Maastricht 28 mei 1825 - Den Haag 12 aug. 1902), ingenieur. Een man van zeer grote verdienste op het gebied van ontwerp en aanleg van scheepvaartkanalen, waarvoor hij, als adviseur, ook betrokken was bij de aanleg van het Panama- en Suez Kanaal. Was in de periode 1882 -1902 vijfmaal voorzitter van het KIVI. Schreef over uiteenlopende technische onderwerpen w.o. Verhandeling over de Hondsbossche Zeewering (1864) naar een prijsvraag waarvoor hij met de eerste prijs bekroond werd en Schutsluis Willem III aan de invaart van het Noordhollandsch Kanaal tegenover Amsterdam (1897). Ref.: EZ, GGK, NBW2, J.W. Welcker Het leven van Jan Frederik Willem Conrad (1904). (vdt122)
«

Conrad, Martinus Hendrik

(zoon van F.W.Conrad; Spaarndam 25 jan. 1798 - Arnhem 20 juni 1854), ingenieur. Was werkzaam bij de aanleg van diverse scheepvaartkanalen in ons land vanuit Breda, Helmond, Brugge, Den Haag en Arnhem. Adviseerde bij de aanleg van de Donau-Thiess verbinding. Schreef o.m., met H.F. Fijnje van Salverda, Polderdistrict De Bommelerwaard boven den Meidijk (1851). Ref.: NBW2. (vdt123)
«

Cool Jr., Wouter

Artikel van F. van Heek. Met een naschrift van Wouter Cool.

Artikel: Economische en sociale problemen van de Wieringermeer / F. van Heek. Met een naschrift van Wouter Cool en een naschrift van V.J.P. de Blocq van Kuffeler UIT: De ingenieur: orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs. - 54 (1939) 43 (27 oktober). - p. A 405-409

(Utrecht 2 april 1877 - Den Haag 30 jan. 1947), ingenieur, redacteur. Was bij GW van Rotterdam werkzaam bij de havenuitbreiding op de rechteroever van de Nieuwe Waterweg. In NOI was hij betrokken bij havenaanleg en was curator van de TH in Bandung. Was, als opvolger van R.A.van Sandick, van 1932 tot 1947 algemeen secretaris van het KIVI en hoofdredacteur van De Ingenieur, opgevolgd door H.Sangster. Schreef vele artikelen in De Ingenieur zoals De Cruquius gered? (1933). Was van 1937 tot 1949 voorzitter van de Zuiderzeevereniging. Ref.: BWN2, PKN. (vdt124)
«

Coolen, Antonius Franciscus

(roepnaam: Antoon; Wijlre 17 april 1897 - Waalre 9 nov. 1961), journalist, schrijver. Groeide op in Deurne in de Noord-Brabantse Peelstreek. Was journalist in Eindhoven, Maastricht, Hilversum en Deurne. Ontwikkelde zich als een groot verteller en werd één van de beste vertolkers van streekromans als Peelwerkers (1930), Dorp aan de rivier (1934; in 1958 verfilmd) en Stad aan de Maas (Grave; 1960). Kwam door een noodlottige val uit de trein aan zijn einde. Ref.: BB2, BJ62, BWN3, EW, HLR, HSE, LML, LNA, LNL, WID5-6, WP7. (vdt125)
«

Cools, Rudolf Hendrikus Alexander

Voorkant van boek: Strijd om den grond in het lage land Nederland

Voorkant van boek: Strijd om den grond in het lage land Nederland: het proces van bedijking, inpoldering en droogmaking sinds de vroegste tijden / R.H.A. Cools. – Rotterdam, ‘s- Gravenhage : Nijgh & Van Ditmar N.V., 1948

(Gouda 5 dec. 1908 - Nijmegen 26 apr. 1987), sociaal-geograaf, hoogleraar. Was, na in 1933 te zijn afgestudeerd te Utrecht in de sociale geografie, leraar geschiedenis en aardrijkskunde in Alkmaar en van 1934 tot 1958 in Den Haag. Richtte in 1958, met A.C.de Vooys, het Geografisch Tijdschrift op, waarvan hij tot 1967 redactiesecretaris was. Promoveerde in 1942 in Utrecht op De geografische gedachte bij Jean Brunhes. Werd in 1957 buitengewoon lector - later hoogleraar - in de economische geografie te Tilburg. Was van 1958 tot 1975 de eerste ordinarius sociale geografie te Nijmegen. Zijn belangrijkste en meest bekende werk is: Strijd om den grond in het lage Nederland; het proces van bedijking, inpoldering en droogmaking sinds de vroegste tijden (1948). Ref.: Nijmeegse Geografische Cahiers (1975) n3 p11-18, GT 1987 n4 p289, J.M.G. Kleinpenning Een halve eeuw sociaal geograaf (2003), WWN63. (vdt126)
«

Cornelissen, Joannes Domenicus Maria

(Den Bosch 27 sep. 1893 - Nijmegen 5 aug. 1947), historicus, hoogleraar. Studeerde letteren in Utrecht en Leiden en promoveerde aldaar in 1923 op Uit de geschiedenis van Bergen op Zoom in de 15e eeuw. Was aanvankelijk leraar te Katwijk en sinds 1924 werkzaam als secretaris van het Nederlandsch Historisch Instituut te Rome. Hier publiceerde hij o.m. Het Maas- en Rijnkanaal van 1626 (de Fossa Eugeniana; 1929). Werd in 1930 hoogleraar aan de KU van Nijmegen en was van 1945 tot 1946 rector magnificus. Tijdens de bevrijding gingen al zijn aantekeningen verloren; het niet kunnen verwerken van dit verlies was mede-oorzaak van zijn vroege dood. Ref.: BWN2, PKN. (vdt127)
«

Crane, Jan Willem de

(Hoorn 11 april 1758 - Franeker 31 maart 1842), hoogleraar, biograaf. Studeerde geschiedenis en filologie, was leraar te Buitenpost en Alkmaar, rector te Dokkum en Enkhuizen. In Franeker was hij hoogleraar in de letterkunde en geschiedenis, bibliothecaris van de hogeschool en kantonrechter. Hij was de eerste voorzitter van het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde. Publiceerde vooral biografieën, bijvoorbeeld Willem Loré, zijn leven geschetst en zijne voornaamste dijk- en waterwerken geschiedkundig beschreven (met W. Eekhof; 1835). Ref.: EF, NBW5. (vdt128)
«

Crone, Cornelis Carolus Stephan

(roepnaam: Kees; Utrecht 26 dec. 1914 - Arnhem 9 nov. 1951), voorlichter, romanschrijver. Werkte in de uitgeverij, later bij de Algemene Kunstzijde Unie te Arnhem als voorlichtingsfunctionaris en redacteur van de Rayonrevue, huisorgaan van het bedrijf. Schreef enkele kleine romans w.o. Muziek over het water (1940): korte verhalen over het leven in Utrecht, met treffende weergave van de sfeer aan stadsgrachten en Vecht. Ref.: BJ52, BWN5, EW, HLR, LML, LNA, LNL, UB1. (vdt129)
«

Crone, Ernst

(Amsterdam 16 apr. 1891 - Amsterdam 4 sep. 1975), zeevaartkundige, leraar. Behaalde in 1917 de akte MO zeevaartkunde en was van 1922 tot 1951 leraar zeevaartkunde, woonachtig te Bloemendaal. Was bestuurslid of voorzitter van diverse instellingen op het gebied van de zeevaart, roei- en zeilsport en cartografie. Publiceerde daarover in het tijdschrift De Zee en schreef o.m. Bladzijden uit de geschiedenis der jachthavens en van de zeilsport te Amsterdam (1925) en Cornelis Douwes, zijn leven en zijn werk (1941). Ref.: WID5-6, WWN63. (vdt130)
«

Cruquius, Nicolaas Samuelsz.

Artikel over: Nicolaas Cruquius, waarnemer van weer, water en land

Artikel over: Nicolaas Cruquius, waarnemer van weer, water en land / Willem van der Ham. - TIJD In: Geschiedenis Magazine 41 (2006) 8 (november-december). - p. 8-13 : ill.

(eigenlijk: Nicolaas Kruik; Delft 2 dec. 1678 - Spaarndam 5 feb. 1754), waterbouwkundige, cartograaf. Was aanvankelijk landmeter, sinds 1733 belast met het toezicht op de uitwateringswerken in het Hoogheemraadschap van Rijnland. Maakte een ontwerp voor droogmaking van het Haarlemmermeer en een plan voor doorgraving van de Hoek van Holland. Kreeg voorts bekendheid door zijn kaart van het Hoogheemraadschap Delfland. Van zijn geschriften noemen we: Rapport van den professoren 's Gravesande en Wittichius en van den landmeter Cruquius, wegens haare gedaane inspectie van de Merwede van Gorinchem af beneedenwaarts, en wegens de voorgeslagen middelen tot voorkoming van inundatiën (1730). Naar hem is genoemd het in 1846 in gebruik genomen stoomgemaal bij Heemstede, sinds 1934 ingericht als museum. Zie ook: J.G. Bijl, Z.W. Sneller. Ref.: JCBG, WND, WP7. (vdt131)
«

Cruys Voorberg

Erfenis van eeuwen

Erfenis van eeuwen / Cruys Voorbergh; ill. Mies Blomsma. - 2e dr. - Amsterdam: Arbeiderspers, 1942

(pseudoniem van Ernest Pieter Coenraad van Vrijberghe de Coningh; Bagoe NOI 14 okt. 1898 - Den Haag 3 sep. 1963), acteur, regisseur. Volgde in Amsterdam zijn schoolopleiding en lessen in tekenen en dansen. Ontwikkelde zich als een veelzijdig toneelspeler, acteur en regisseur van operettes en toneelstukken. Was verzamelaar van kostuums en oprichter van het Nederlands Kostuummuseum in Den Haag. Schreef over o.m. de eilanden Marken, Schokland, Urk en Walcheren het bekende boek Erfenis van eeuwen (1941). Ref.: WID5-6, WP7, WWN63. (vdt132)
«

Vorige: B Volgende: D