Home + Archief + Waterschrijvers
(Amsterdam 6 dec. 1792 - Gorinchem 21 maart 1857), onderwijzer,
lexicograaf. Was boekhandelaar te Leeuwarden en Gorinchem.
Verzorgde een uitvoerige beschrijving van ons land in het
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden (13 dln.,
1837-1851). Ook kreeg hij grote bekendheid door zijn aanzet tot de
uitgave van het Biographisch woordenboek der Nederlanden
(21 dln., 1852-1878). Op waterstaatkundig gebied schreef hij o.m.
Beschrijving van den Krimpenerwaard en den Lopikkerwaard
(1847; facsimileherdruk: 1968). Zie ook: A.de Geus. Ref.: NBW1,
WP3, WP7. (vdt001)
«
(Hoorn 7 mei 1866 - Hoevelaken 25 okt. 1939), econoom, bankier.
Bezocht in Hoorn de HBS en studeerde in 1885 af aan de Openbare
Handelsschool te Amsterdam. Was van 1889 tot 1934 in dienst van de
Nederlandsche Handel-Maatschappij te Jakarta, sinds 1913 als
president. Heeft zich in hoge mate verdienstelijk gemaakt voor de
Nederlandse economie, in het bijzonder voor handel en scheepvaart.
Schreef o.m. Rapport over de kanalisatie van
West-Friesland (1922). Ref.: BWN2, GVN, PKN, WP7.
(vdt002)
«
(Amsterdam 23 april 1867 - Velp 28 jan. 1924), onderwijzer,
schrijver. Redacteur van enkele kindertijdschriften, schrijver van
vele kinderboeken, leesboekjes voor het basisonderwijs en het
onsterfelijke lied Holland, ze zeggen: je bent maar zo
klein. Zijn beste werk is Veertien dagen op een
ijsschots (1898), over de hachelijke tocht van drie
Durgerdammer vissers op een op drift geraakte ijsschots in de
Zuiderzee. Ref.: LNL, WP7. (vdt003)
«
(Adorp 25 maart 1804 - Groningen 22 okt. 1876), medicus, leraar.
Studeerde geneeskunde in Groningen en promoveerde aldaar in 1828.
Vestigde zich als arts in Groningen en schreef, met zijn
studievriend R.Westerhoff, Natuurlijke historie der provincie
Groningen (1839). Zijn grote belangstelling voor natuur en
geschiedenis resulteerde voorts in o.m. Aloude staat en
geschiedenis des vaderlands (1847) en De Dollart of
geschied-, aardrijks- en natuurkundige beschrijving van dezen
boezem der Eems (met G.A.Venema; 1855; in 1979 heruitgegeven
door de Landelijke Ver. tot Behoud van de Waddenzee). Was van 1842
tot 1865 leraar aan de landhuishoudkundige school te Haren. Ontving
in 1850 van de Universiteit van Groningen een eredoctoraat in de
wis- en natuurkunde. Ref.: BNE, GE, H.O.Feith. Levensschets van
Dr. Gozewinus Acker Stratingh (1877), NBW3, NGE.
(vdt005)
«
(Den Bosch 12 dec. 1760 - Rotterdam 7 feb. 1843), advocaat.
Vestigde zich, na zijn studie rechten en promotie aan de
Universiteit van Utrecht, in 1779 als advocaat in Den Bosch. Was
van 1782 tot 1795 stadssecretaris van Den Bosch. Vestigde zich in
1807 als advocaat in Utrecht waar hij van 1811 tot 1820
kantonrechter was, waarna hij verhuisde naar Rotterdam. Maakte
naast zijn beroep diepgaande studie van letterkunde en
geschiedenis. Schreef o.m. Over den Dommel (1800). Ref.:
NBW1. (vdt004)
«
(Opmeer 12 sep. 1919 - Zeist 23 apr. 2011), ingenieur,
hoogleraar. Werkte van 1935 tot 1979 bij verschillende directies
van RWS in functies oplopend van leerling tekenaar tot
hoofdingenieur. Studeerde in 1970 af als civiel ingenieur aan de TH
in Delft. Was van 1973 tot 1979 hoofd van de Waterloopkundige
Afdeling van de Deltadienst. Van 1979 tot 1984 was hij hoogleraar
waterbouwkunde aan de TH in Delft, waar hij in 1992 een
eredoctoraat ontving. Van zijn weinige publicaties noemen we:
Maas-Rijnverbinding; een verkennende studie naar mogelijke
scheepvaartverbindingen tussen de Maas en de Rijn alsmede naar
effecten daarvan (met A. Ferguson en J. Stuip; 1985). Ref.:
Dertien maal Delta (1981) p16; LW 1992 n5 p20-23;
Technisch Weekblad (14 april 2007) p6-7. (vdt005a)
«
(schrijversnaam: Wybe Jappe Alberts; Amsterdam 25 aug. 1900 -
Voorst 14 april 1987), historicus, hoogleraar. Studeerde rechten en
geschiedenis te Utrecht en Amsterdam en was daarna werkzaam bij
justitie in NOI. Promoveerde in 1950 te Groningen en was van 1960
tot 1970 bijzonder hoogleraar te Utrecht in de interregionale
geschiedenis, in het bijzonder van middeleeuws Oost-Nederland en
West-Duitsland. Schreef o.m. De waterwolf getemd; over
geschiedenis en volksleven van de Haarlemmermeer (1969) en
De Nederlandse Hanzesteden (1969). Ref.: C.A. van Kalveen
Jappe Alberts 70 (1970). (vdt006)
«
(Wirdum 28 mrt. 1902 - Den Haag 8 dec. 1966), jurist, politicus,
staatsman. Was, na zijn studie rechten aan de RU in Groningen, van
1933 tot 1937 werkzaam bij de Provinciale Griffie en bij de
Provinciale Bibiotheek van Friesland. Schreef in die tijd:
Leeuwarden door de eeuwen heen (1935). Was van 1937 tot
1952 lid van de TK en van 1952 tot 1958 minister van Verkeer en
Waterstaat. Installeerde, 20 dagen na de stormvloedramp van 1
februari 1953, de Deltacommissie. Ref.: LW 1967 n1 p42.
(vdt006a)
«
Titelblad van boek: Het eiland Urk en zijne bewoners / F. Allan. - Amsterdam:Wed. Borleffs & Ten Have, 1857
(Helvoirt 12 okt. 1826 - Haarlem 31 juli 1908), leraar. Was
schoolhoofd op het eiland Marken en nadien leraar aan de
Rijkskweekschool te Haarlem. Naast enkele novellen en cartografisch
werk, schreef hij leerboeken en monografieën van Nederlandse
eilanden en steden w.o. Het eiland Marken en zijne
bewoners (1853). Daarna volgden de eilanden Wieringen (1855),
Ameland (1856), Schiermonnikoog (1856), Texel (1856), Vlieland
(1857) en Urk (1857); van enkele verschenen herdrukken. Ref.: NBW2,
WP3. (vdt007)
«
Amersfoordt, Jacob Paulus
(Harderwijk 9 juli 1817 - Badhoeve 1 febr. 1885),
landbouwkundige, burgemeester. Na zijn studie rechten, letteren en
landbouwkunde stichtte hij de modelboerderij Badhoeve in de
Haarlemmermeer en was enige tijd burgemeester van die gemeente.
Schreef o.m. Het Haarlemmermeer (1857), De droogmaking
van het Haarlemmermeer (1857), Een oud plan van
doorgraving van Holland op zijn smalst (1872) en
Opmerkingen over het in 1877 ingetrokken wetsontwerp tot
droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee (1877).
Ref.: AWN3, EF, NBW1, P.H.Schröder Van bruisend water tot
ruisend graan (1955), A.van der Vet Vergeten voorman;
leven en werken van Mr. J.P.Amersfoordt den pionier van de
Haarlemmermeer (1947), WVG. (vdt008)
«
(Kollum 30 jan. 1845 - Kollum 27 febr. 1899), notaris. Wijdde
zich aan de Friese geschiedenis, gaf genealogische studies en
biografieën uit en schreef o.m. De Lauwerszee, nagespoord in
hare wording, haren omvang en hare verschillende bedijkingen
(1881). Ref.: DWF3, EF, NBW1. (vdt009)
«
(Utrecht 14 okt. 1774 - Woudenberg 16 juli 1843), advocaat,
burgemeester. Was advocaat te Utrecht, later burgemeester van die
stad. Schreef veel over waterstaatsrecht en over de Gelderse
Vallei, o.m. Proeve over den ouden loop der rivier de Eem en
den vroegeren toestand der landstreek aan hare boorden gelegen
(1832). Zie ook: J.J.Dodt van Flensburg. Ref.: NBW1.(vdt010)
«
Volgende: B